NLFI

nlfi

NL Financial Investments (NLFI) is een stichting die voor de Nederlandse Staat aandeelhouder is van ABN AMRO Group N.V., ASR Nederland N.V., Propertize B.V. en RFS Holdings B.V. NLFI heeft als wettelijke taak het uitoefenen van de aandeelhoudersrechten, waarvan de aandelen in 2011 en 2013 werden overgedragen door de Staat der Nederlanden.

NLFI is een stichting zonder winststreven. In de Wet NLFI is vastgelegd dat de minister van Financiën de kosten vergoedt die NLFI maakt voor haar wettelijke taak en doel, zoals uitgewerkt in de statuten en de administratievoorwaarden. Daarmee is de financiële continuïteit van NLFI gewaarborgd

Het bestuur van NLFI bestond in 2020 uit mw. mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You, dhr. dr. W.M. van den Goorbergh en dhr. jhr. drs. D. Laman Trip (voorzitter) . Mw. mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You heeft op 23 september 2020 vanwege het aflopen van haar benoemingtermijn het bestuur verlaten.

Met de oprichting van NLFI moesten de belangen in financiële Staatsinstellingen op zakelijke, niet-politieke wijze worden ingevuld en de belangen op transparante wijze gescheiden worden. De zeggenschap van de minister van Financiën is vastgelegd in de Wet stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen en de statuten. Beslissingen over verkopen van onderdelen zijn voorbehouden aan minister Dijsselbloem. NLFI adviseert en bereid de transacties voor. De NLFI kost de Nederlandse Staat zo’n vijf miljoen euro per jaar.

Wouter Bos heeft eind 2008 ruim 8 miljard euro te veel betaald voor het Fortis-concern met daarin ABN AMRO. De Nederland Staat betaalde uiteindelijk 16,8 miljard euro. Kort na de overname bleek dat ABN Amro acuut ook nog eens 6,5 miljard euro nodig had om niet alsnog om te vallen. ABN Amro en verzekeraar ASR moeten dus feitelijk voor minstens 32,2 miljard euro worden verkocht om quitte te spelen. Naast kapitaalinjecties betaalde de staat jarenlang circa een miljard euro rente op de schuld voor de overname. Ook de Bank Nederlandse Gemeente (BNG) moest om solvabiliteitsredenen door NLFI worden overgeheveld naar ASR. Het op afstand plaatsen van de SNS is tot op de dag van vandaag niet gelukt en dit zal nog zeker tot 2025 voortduren.

De Volksbank heeft in de periode 2019-2021 een strategische heroriëntatie uitgevoerd en de minister van Financiën toegelicht dat een nieuwe rapportage van NLFI over de stand van zaken bij de Volksbank niet zinnig zou zijn voordat de strategische heroriëntatie door de bank was afgerond. De Volksbank heeft vervolgens haar nieuwe strategie in februari 2021 afgerond en aan de markt toegelicht. Deze strategie is door de Volksbank tot stand gebracht. In lijn met de beperkingen die de ACM heeft opgelegd aan NLFI en aan de Staat hebben NLFI en de minister van Financiën hier geen zeggenschap over. Dat wil niet zeggen dat NLFI hier geen betrokkenheid bij heeft gehad: NLFI heeft, gegeven haar ruimte, met de Volksbank een dialoog onderhouden en de nieuwe strategie beoordeeld vanuit haar perspectief als aandeelhouder en met het oog op advisering aan de minister van Financiën over eventuele privatisering. De conclusie van deze voortgangsrapportage is dat de nieuwe strategie bijdraagt aan de continuïteit, de stabiliteit en een sterkere financiële positie van de Volksbank en aan een betere uitgangspositie voor privatisering. In februari 2022 zijn aandelen en certificaten van aandelen in ABN AMRO Bank N.V. (“ABN AMRO”) terug verkocht aan ABN AMRO in het kader van het inkoopprogramma dat ABN AMRO eerder had aangekondigd. Op dit moment houdt NLFI een belang van 56,3%, verdeeld over 49,9% aandelen en 6,4% certificaten van aandelen. De deelname van NLFI in het Inkoopprogramma heeft tot gevolg dat het belang van NLFI procentueel ongewijzigd blijft. De deelname van NLFI in het Inkoopprogramma staat geheel los van eventuele andere verkooptransacties die NLFI nu of in de toekomst in overweging mocht nemen. Gedurende het Inkoopprogramma zal NLFI aan het eind van elke beursdag zoveel aandelen en certificaten van aandelen verkopen aan ABN AMRO als nodig is om haar procentuele belang in het uitstaande aandelenkapitaal van ABN AMRO op hetzelfde niveau te houden. De koopprijs is gelijk aan de dagelijkse volume-gewogen gemiddelde inkoopprijs (vóór kosten en commissies) waartegen ABN AMRO in het kader van het Inkoopprogramma op die beursdag certificaten heeft ingekocht op de open markt. De verkoop gebeurt niet via de beurs, maar rechtstreeks aan ABN AMRO. De deelname van NLFI aan het Inkoopprogramma levert naar verwachting een opbrengst van ongeveer € 281 miljoen op (gelijk aan 56,3% van het door ABN AMRO aangekondigde totaal bedrag van het Inkoopprogramma van €500 miljoen).

Het voorzitterschap van het NLFI is in handen van Michael Enthoven (60.000 euro voor 16 uur per week) en de dagelijkse leiding is in handen van Rens Bröcheler. Lilian Goncalves en Diederik Laman Trip verdienen 45.000 euro voor elk 12 uur per week. In 2013 kostte NLFI ruim 5,2 miljoen euro. Voor 2014 zijn de uitgaven door besparingen op advieskosten teruggebracht tot onder de 5 miljoen euro. In juli verkocht de NFLI SNS Reaal (Vivat) voor 1 euro aan China, daarna volgden ABN en ASR en Propertize. Michael Enthoven was verantwoordelijk voor de beursgang van ABN en is naast zijn voorzittersfunctie ook rechter bij de rechtbank in Den Haag. Hij in 1976 zijn loopbaan begonnen bij JPMorgan Chase. Hij werkte ook bij NIBC Bank die in 2007 137 miljoen euro moest afschrijven op de beruchte subprime-leningen. In de kredietcrisis werd de NIBC genationaliseerd. In 2009 werd hij benoemd tot commissaris bij de ABN AMRO bank.

NLFI wees ABN AMRO zelf, Deutsche Bank en het Amerikaanse Morgan Stanley destijds aan tot wereldwijde coördinator om de beursgang van ABN AMRO te begeleiden. Zij kregen hiervoor gezamenlijk een vergoeding van 4,5 miljoen euro.

Het kabinet presenteerde met Prinsjesdag 2013 met veel tamtam het plan voor de oprichting van het NHI maar na twee jaar is het plan hiervoor totaal mislukt. De Europese Commissie gaf hiervoor definitief geen toestemming. Toekomstige investeringen voor bijvoorbeeld het bouwen van scholen, ziekenhuizen en dergelijke moesten in de toekomst gedekt worden door private investeerders en de pensioenfondsen via de Nederlandse Investerings Instelling (N(L)II) en het Nederlands Hypotheek Instituut. (NHI)

Den Haag heeft zelfs de Europese Commissie niet kunnen overtuigen. De NHI wordt door de Europese Commissie gezien als indirecte staatssteun. Een ander probleem voor de commissie was dat het statistisch bureau van de Unie, Eurostat, de obligaties van de NHI meetelt bij de staatsschuld. Met het plan zouden banken en pensioenfondsen hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) financieren via de NHI, die het geld hiervoor zou ophalen door obligaties met staatsgarantie uit te geven. Voor banken zou het een mooie manier zijn geweest om op de kapitaalmarkten gemakkelijk geld op te kunnen halen om hun balansen te kunnen blijven financieren.

NLII

De Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) stopt. De organisatie was in 2014 opgericht door institutionele beleggers om hen in staat te stellen direct in de Nederlandse economie te investeren. De NLII geeft aan niet meer nodig te zijn. Uit de NLII zijn drie fondsen voortgekomen waarmee 1,2 miljard euro in financiering voor het mkb en investeringen in zorgvastgoed wordt gestoken. Die fondsen zijn nu ondergebracht bij fondsen beheerders. De doelstelling van de NLII is om als “private instelling” de lange termijn financieringsmogelijkheden voor institutionele beleggers in de Nederlandse economie te vergroten. De NLII N.V. werd door de overheid opgericht met als statutaire doelomschrijving “het vergroten van de lange termijn financieringsmogelijkheden in Nederland voor institutionele beleggers”. In eerste instantie werden 170 projecten voor zorg, wonen en energie die elders geen financiering kunnen krijgen, aan de institutionele beleggers voorgelegd ter financiering. De NLII, eerder NII genoemd was een initiatief waarbij de overheid niet alleen actief betrokken is en participeert om mogelijke structurele hindernissen te kunnen elimineren bij financieringsoplossingen, maar die de opstart ook financierde.

II (Invest International)

Naast financiering vanuit het eigen aandelenkapitaal van 833 miljoen euro biedt Invest International ook financiering aan vanuit publieke programma’s. Deze richten zich op het internationaal financieren van Nederlandse start-ups en MKB-bedrijven (ruim 300 miljoen euro), maar ook op infrastructuurprojecten van overheden waarbij het Nederlandse bedrijfsleven een rol kan spelen (jaarlijks 165 miljoen euro). Met een jaarlijks bedrag voor project ontwikkeling (9 miljoen euro) kan het fonds ondernemingen helpen bij het financierbaar maken van internationale investeringen.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er op internationale markten goede kansen bestaan voor in Nederland actieve ondernemingen. Tegelijkertijd blijkt dat marktpartijen niet altijd kunnen voldoen aan de daaruit voortkomende behoefte aan internationale financiering. Vaak heeft dit te maken met risico’s die voor marktpartijen onbekend of niet aanvaardbaar zijn. Bijvoorbeeld bij investeringen met een lange(re) looptijd, bij kleinere projecten die relatief veel capaciteit van de investeerder kosten of bij projecten in landen waar marktpartijen zelf niet (meer) actief zijn.

Met de risicodragende financiering en de project development diensten van Invest International komt er dus meer kapitaal beschikbaar. Hierdoor kunnen de internationale kansen van het in Nederland actieve bedrijfsleven beter worden benut. Invest International heeft besloten zich bij de start te richten op sectoren waarin het bedrijfsleven in Nederland (vanuit het oogpunt van de SDG’s) veel te bieden heeft: Agri-food, Gezondheidszorg, Water & Infrastructuur, Duurzame productie en Klimaat & Energie.

De aandeelhouders hebben een raad van commissarissen benoemd die toezicht houdt op het bestuur van Invest International. Op dit moment heeft Invest International ongeveer 80 werknemers. Vanaf 1 oktober 2021 is er informatie beschikbaar via de website www.investinternational.nl.

Het Achtergestelde Leningenfonds (ALF)

Het tien miljoen euro kostende NLII wil samen met Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken de komende drie jaar met een achtergestelde leningenfonds 2 miljard euro investeren. Met het Achtergestelde Leningenfonds (ALF) van 300 miljoen euro kunnen achtergestelde leningen ter grootte van 150.000 tot 5 miljoen euro worden verstrekt aan mkb-bedrijven. Het ALF heeft in totaal de komende drie jaar circa 1 miljard euro aan financiering beschikbaar met garanties via de Groeifaciliteit garantieregeling voor risicokapitaal, dat institutionele beleggers in staat stelt om inzicht te krijgen in het rendement. Voor de garantie is in het Aanvullende Actieplan mkb-financiering budget gereserveerd. De bestuursvoorzitter van NLII is Loek Sibbing,

Het Bedrijfsleningenfonds (BLF)

Naast het ALF is er als tweede het Bedrijfsleningenfonds (BLF) ter grootte van 500 miljoen euro dat samen met banken leningen van minimaal 10 miljoen euro gaat verstrekken. Hiermee komt nog eens 1 miljard euro aan extra financiering voor het (grotere) mkb beschikbaar.

Ondernemers kunnen via hun bank een beroep doen op de fondsen waaraan ABN Amro, ING en de Rabobank meedoen. De achtergestelde leningen zijn bestemd voor ondernemers die niet of slechts voor een deel in aanmerking komen voor bancair krediet. Voor elke euro achtergestelde lening verstrekt de bank minimaal een euro aan gewoon bancair krediet. Institutionele beleggers die op dit fonds inleggen krijgen daarop een staatsgarantie van 50 procent.

Beide fondsen zijn door de banken, Pensioenfondsen PGB en Metaal & Techniek, Nationale-Nederlanden, Aegon Asset Management en Robeco in overleg met het ministerie van Economische Zaken ontwikkeld.

Het Apollo zorgvastgoedfonds

Het zorgvastgoedfonds is het derde investeringsfonds dat de NLII lanceert. De NLII lanceert 1 juli 2016 met Hartelt Fund Management voor grote beleggers het Apollo Zorgvastgoedfonds. De eerste belegger in het fonds is de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH) De SPH gaat 80 miljoen euro investeren in nieuwbouw en renovatie van zorgcentra met huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten, in verpleeghuizen en in huisvesting voor mensen met een handicap, langdurige ziekte of dementie. 80 miljoen euro in een nieuw zorgvastgoedfonds voor huisartsenpraktijken, verpleeghuizen en beschermd wonen. Naast eerstelijnszorgcentra (30%) wordt geïnvesteerd in verpleeghuizen (40%) en beschermd wonen (30%). PGGM functioneert hierbij als uitvoeringsorganisatie. NLII en HFM voeren op dit moment gesprekken met meerdere geïnteresseerde institutionele beleggers.

Ook voor het energieakkoord (NEA) is via NLII geld beschikbaar om de overheidsdoelstellingen omtrent windenergie te halen. Omdat de overheidsbegroting hier geen ruimte voor biedt gaan, in opdracht van de EU, de pensioenfondsen meer investeren in energieprojecten en regionale infrastructuurprojecten. De fondsen hebben inmiddels al 14 procent van hun totale vermogen van rond de 960 miljard in Nederland belegd, waarvan 12,7 miljard euro in Nederlandse hypotheken en 1 miljard euro in het midden- en kleinbedrijf. De ambitie van het kabinet is om die 14% met 1% per jaar op te hogen. PGGM investeert samen met investeerder Macquarie Capital 50 procent (625 miljoen euro) in het nieuwe Duitse offshore windpark Baltic 2. PGGM had al voor zo’n 900 miljoen euro geïnvesteerd in groene energie en investeerde ook al in een windpark in de Ierse Zee en een aantal parken op land. Baltic 2 wordt aangelegd door energiebedrijf EnBW die de andere (ruim) 50 procent van de aandelen houdt.

Geef een antwoord

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.