Asbest

asbest

De Europese Commissie wil de grenswaarde voor blootstelling aan de kankerverwekkende stof asbest op de werkvloer met een factor tien verlagen. Dat is volgens Eurocommissaris Nicolas Schmit (Werkgelegenheid en Sociale Rechten) nodig omdat ondanks een asbestverbod sinds 2005 nog steeds jaarlijks tienduizenden werknemers overlijden aan de gevolgen van contact met asbest. In huizen van vóór 1994 zit vaak nog asbest verwerkt. Het werd vaak gebruikt vanwege de brandwerendheid en goede isolatie. Maar het heeft ook een groot nadeel: asbestvezels zijn gevaarlijk als je ze inademt.

78 procent van alle werkgerelateerde kankers in de lidstaten hebben te maken met asbest. In 2019 overleden in de Europese Unie meer dan 70.000 mensen aan de gevolgen van vroegere blootstelling hieraan op het werk. Naar schatting tussen 4 en ruim 7 miljoen mensen worden er nog dagelijks aan blootgesteld, bijvoorbeeld bij renovatie- en sloopwerkzaamheden aan oude gebouwen. 97 procent van hen werkt dan ook in de bouwsector.

De Commissie stelt voor de grenswaarde uit 2009 voor blootstelling aan asbest van 0,1 vezels per kubieke centimeter te verlagen tot 0,01 omdat de komende jaren vanwege de transitie naar een klimaatneutrale economie veel gebouwen gerenoveerd moeten worden. 

De aanpassing moet worden goedgekeurd door de lidstaten en het Europees Parlement. Agnes Jongerius (PvdA) is ontgoocheld. Het EU-parlement wil een limiet van 0,001 vezels per kubieke centimeter. 

In make-up artikelen werd door het Expertisecentrum Asbest en Vezels (ECAV) asbest aangetroffen. Het gaat om My Cheek Palette Blush van Douglas en B.A.E. loose powder foundation 2nd skin van HEMA.  De winkelketens trokken de make-up aanvankelijk terug maar nadat  HEMA TNO en Wessling hun product hebben laten testen werd er geen asbest aangetroffen kwamen de producten weer terug in de schappen. De labs die HEMA en Douglas inschakelden, gebruikten een andere onderzoeksmethode dan TNO

Het is sinds 1993 verboden om asbest te gebruiken in nieuwe producten. Asbest bestaat uit heel kleine vezeltjes die je met het blote oog niet kunt waarnemen. Adem je die in, dan kan na lange tijd longkanker, longvlies-, of buikvlieskanker ontstaan. Maar omdat het op zoveel plekken in de bouw gebruikt is, ademt iedereen in de buitenlucht wel eens vezeltjes in. Pas als iemand vele jaren veel asbestvezels heeft ingeademd, loopt die persoon een groot risico, stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

De nabestaanden van asbestslachtoffers hebben half november 2019 aangifte gedaan tegen de Eternit. Zij beschuldigen het bedrijf van doodslag op industriële schaal, omdat het jarenlang asbest bleef produceren, ondanks dat al lang bekend was dat het levensgevaarlijk was. In Goor en directe omgeving zijn er zeker 150 personen aan overleden. De nabestaanden deden de aangifte samen met het Comité Asbestslachtoffers. Volgens de aangifte heeft Eternit tot in de jaren 80 ‘willens en wetens’ asbest geproduceerd terwijl in de jaren 60 al bekend was dat het goedje kanker kan veroorzaken en de bewijzen daarvoor zich bleven opstapelen. In Nederland zijn duizenden mensen overleden aan borstvlieskanker (mesothelioom), die bijna altijd door asbest wordt veroorzaakt. Omdat de ziekte zich pas na lange tijd openbaart, is de piek aan doden nu pas – lang nadat het in 1993 werd verboden. Eternit probeerde in 1990 nog uitstel te krijgen van dat wettelijke verbod. In dat jaar lag de sterfte aan asbestkanker volgens het CBS in Nederland al op 273 personen. Eternit zou ook een politieke lobby hebben opgezet om waarschuwingen en regelgeving rond asbest af te zwakken. Zo schreef Eternit in 1975 in een brief aan de regering dat de gevaren ‘louter op vermoedens berusten.’ In 1990 probeerde de fabrikant nog uitstel van het verbod te bewerkstelligen. Dat kwam er uiteindelijk in 1993.

In Nederland overleden in de afgelopen jaren jaarlijks zo’n 500 mensen aan asbest. Dat het aantal doden per jaar sinds de jaren 60 toeneemt, komt doordat de vorm van kanker die hierdoor wordt veroorzaakt zich pas na langere tijd openbaart. Volgens de Erasmus Universiteit zullen in de komende vijftien jaar nog ruim 9000 mensen aan de gevolgen overlijden.

Volgens Talis zijn niet alleen zijn de risico’s veelal verwaarloosbaar, ook beschermingsmiddelen zijn niet noodzakelijk. Wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen blootstelling, gezondheidsrisico’s en de kosten van beschermingsbeleid, toont aan dat het huidige asbestbeleid niet realistisch is. Talis pleit daarom, samen met andere corporaties en brancheorganisatie Aedes, voor een risicogestuurde benadering op basis van feiten. Dit onderzoek helpt staatssecretaris Van Ark bij het maken van realistisch asbestbeleid. Een wetsvoorstel van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) dat dinsdag door de Tweede Kamer met een ruime meerderheid werd aangenomen verbiedt asbest na 2024. Een verplichting kan worden opgelegd op actieve verwijdering van: Asbest(producten) in toepassingen in bouwwerken of objecten zoals daken; Verontreiniging die een gevolg is van dergelijke toepassingen; Afvalstoffen van asbestproducten die in het milieu zijn terechtgekomen.

Op dit moment ligt er in Nederland nog 80 miljoen vierkante meter dakbedekking waarin asbest is verwerkt. Dit jaar komt er opnieuw extra subsidie beschikbaar voor de sanering van asbestdaken. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat trekt 5,5 miljoen euro meer uit dan eerder gepland. Daarmee is dit jaar 23 miljoen euro beschikbaar.  Tot 2024 kost de regeling de belastingbetaler 75 miljoen euro. Asbest kan echter volgens TNO vaak veel goedkoper, sneller en soms zelfs veiliger worden verwijderd dan nu gebeurt. Toch worden de strenge veiligheidseisen niet aangepast en worden er binnen de sector geen nieuwe werkmethoden toegelaten. Daardoor worden miljarden euro’s te veel uitgegeven aan asbestsaneringen, zeggen de koepel van woningcorporaties Aedes en de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland.

Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen (silicaten), die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels die zo fijn kunnen zijn dat zij niet met het blote oog waar te nemen zijn. Asbest is een natuurlijke delfstof die wordt gewonnen in onder andere Zuid-Amerika, Rusland en Canada. Er bestaan verschillende soorten asbestmineralen die zijn onder te verdelen in twee hoofdgroepen: de spiraalvormige of serpentijnachtige, waaronder chrysoliet (ofwel wit asbest) de rechte of amfiboolachtige, waaronder crocidoliet (blauw asbest), amosiet (bruin asbest), anthophylliet (geel), tremoliet (grijs) en actinoliet (groen). Alleen aan de kleur van het ruwe asbest kan men zien tot welke soort het asbest behoort. Wanneer het materiaal eenmaal verwerkt is, kan dat alleen nog met laboratoriumanalyse bepaald worden. Werken met asbest kan levensgevaarlijk zijn. Tientallen jaren geleden bleek dat het inademen van asbestvezels gevaarlijke ziektes kan veroorzaken, zoals stoflongen, longkanker en buikvlieskanker. Het feit dat de gezondheidseffecten zich pas na langere tijd openbaren, maakt het tot een zeer verraderlijke stof.  Tien tot zestig jaar na inademing van asbestvezels kunnen zeer ernstige longziekten zich openbaren, zoals longkanker en mesothelioom, een vorm van kanker van het long- of buikvlies. Langdurige blootstelling aan asbest kan leiden tot asbestose, een vorm van ‘stoflongen’. Afhankelijk van de mate en duur van blootstelling kan deze ziekte consequenties hebben voor de levensverwachting. Dat is doorgaans niet het geval bij verdikkingen van het borstvlies (pleurale plaques), een andere, minder ernstige aandoening. Sinds 1 juli 1993 is het beroepsmatig bewerken en verwerken er van verboden en geldt het Asbestverwijderingsbesluit voor het verplicht verwijderen van asbest door gespecialiseerde en gecertificeerde bedrijven. De regels zijn complex en afhankelijk van de situatie. Zodra bij een verbouwing of sloop asbest wordt aangetroffen, moet het werk worden stilgelegd. De werkplek moet afgezet worden en een gecertificeerd bedrijf moet een asbestinventarisatie uitvoeren en de risico-klasse van de sanering bepalen. Per 1 juli 2014 is de grenswaarde voor chrysoliet asbest gewijzigd en de grenswaarde van asbest amfibolen verlaagd. Sinds augustus 2014 maakt de Inspectie SZW inspectiegegevens van zware of ernstige asbestovertredingen openbaar.  Voor de start van het opruimen dient dit bij de Inspectie SZW aangemeld te zijn. Het werk uit risicoklasse 2 en 3 moet worden uitgevoerd door of onder toezicht van iemand met een certificaat DTA (deskundig toezichthouder Asbest). Als naast de DTA-gecertificeerden ook anderen asbest saneren, moeten deze personen het certificaat DAV (deskundig asbest verwijderaar) hebben. Na afloop van de sanering dient een daartoe bevoegd bedrijf een vrijgaven-meting uit te voeren. Afhankelijk van de resultaten van deze meting wordt besloten of de locatie wordt vrijgegeven. Sinds maart 2017 is het gebruik van het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) verplicht gesteld voor alle asbest-inventarisatiebureaus en asbestverwijderingsbedrijven. Het LAVS is een webapplicatie waarmee asbestgegevens van elke fase in de keten van asbestverwijdering, vanaf inventarisatie tot en met de stort, worden bijgehouden. Er bestaat op dit moment echter nog geen wereldwijd verbod op asbest en zo mag het in China nog steeds verwerkt worden in (gebruikers)producten.

Al sinds 1995 is Kenniscentrum InfoMil het centraal informatiepunt voor wet- en regelgeving en vormt de schakel tussen beleid en uitvoering. Infomil is een onafhankelijk onderdeel van Rijkswaterstaat waar de informatie over omgevingswet- en regelgeving wordt gebundeld en verspreid. Het is de plaats voor informatievoorziening en kennisuitwisseling tussen de beleidsmakers van ministeries en de beleidsuitvoerders bij provincies, gemeenten, waterschappen en milieudiensten en speelt een actieve rol tussen beleid en uitvoering. InfoMil neemt deel aan een groot aantal overleg- en werkgroepen en onderhoud contacten met beleidsmakers, uitvoerders en netwerkpartners als RIVM, NEN, VNG, IPO en UvW.

In Nederland is asbest vooral na 1950 veelvuldig toegepast, onder meer in fabrieken, woningen en schepen. Sinds 1 juli 1993 is het verboden om het te bewerken, te verwerken of in voorraad te houden. Bij het slopen, verbouwen en onderhouden van gebouwen die voor 1 juli 1993 gebouwd zijn, bestaat dus de kans op blootstelling aan asbest. Nederland heeft vele honderden commercieel verkrijgbare asbesthoudende materialen gehad.

De bekendste toepassingen zijn:

  • asbestcement (golfplaten, bouwmateriaal, waterleiding);
  • asbesttextiel (brandweerpakken, gordijnen);
  • asbestpapier/karton (vloerbedekking, plaatmateriaal);
  • asbest-remvoeringen (auto, vrachtwagen, bus, trein);
  • asbestisolatie (ovens, ketels, leidingen, schepen);
  • asbesthoudende pakkingen (industrie, verwarming

Er is vanwege de gevaren inmiddels een wettelijke verplichting om alle asbestdaken op te ruimen voor 2024. Om te bevorderen dat eigenaren haast maken, is de subsidie voor asbestverwijdering verruimd. Het beschikbare bedrag voor 2018 gaat van € 11,3 miljoen naar € 17,5 miljoen. De subsidieregeling verwijderen asbestdaken loopt nog tot en met 31 december 2019 en heeft in totaal een budget van € 75 miljoen. In ruim 1,7 miljoen woningen zit nog asbest. Woningcorporaties zijn miljarden euro’s extra kwijt aan het verplicht verwijderen van asbestdaken. Dat kost uiteindelijk zo’n 3 miljard euro.

ascert

Cerficatiestelsel asbest

Binnen het certificatiestelsel asbest worden personen en bedrijven gecertificeerd die voldoen aan de eisen van gezond en veilig werken met asbest. Doordat zij een certificaat hebben gehaald, laten ze zien dat ze hiervoor over de benodigde kennis en de deskundigheid beschikken. Ze weten wat je wel en niet moet doen in specifieke situaties en weten ook welke maatregelen ze moeten treffen om ervoor te zorgen dat er geen schade ontstaat voor mensen en milieu. Een CI beoordeelt of een bedrijf of persoon aan alle eisen voldoet en voor een certificaat in aanmerking komt. Ook controleert een certificerende instelling of het bedrijf of de persoon een eenmaal verkregen certificaat kan behouden.

Een CI staat zelf weer onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De RvA voert regelmatig audits uit om te kijken of de certificerende instelling zich aan de beoordelingsrichtlijnen houdt. De RvA is bij wet aangewezen als de Nederlandse Accreditatie-instantie zoals bedoeld in de Europese verordening (EC)765/2008. Als een certificerende instelling door de RvA is geaccrediteerd, en dus aan alle eisen voldoet, wordt deze door de Minister van SZW ‘aangewezen’. Met zo’n aanwijzing is de CI bevoegd aan bedrijven de wettelijk verplichte procescertificaten asbestinventarisatie en asbestverwijdering af te geven of aan personen de wettelijk verplichte persoonscertificaten DAV-1, DAV-2 of DTA.

Het doel van asbestinventarisatie is om asbesthoudende toepassingen in bouwwerken en/of objecten op te sporen en vast te leggen in een asbestinventarisatierapport. Dit gebeurt voordat begonnen wordt met de sloop of renovatie van een gebouw, of wanneer er een incident heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld een brand). Nadat de inventarisatie is afgerond worden de risico’s bepaald aan de hand van de Stoffenmanager Asbest risico-indelingtechniek (SMA-rt). Op grond van deze gegevens kan de saneerder aan het werk en weet hij wat de mogelijke risico’s op blootstelling zijn. Daardoor kan hij afdoende maatregelen nemen om zichzelf en/of zijn medewerkers te beschermen.

Een asbestinventarisatiebedrijf moet aantoonbaar op de hoogte zijn van het certificatieschema. Het bedrijf is verplicht regelmatig interne audits en werkplekinspecties te laten uitvoeren om vast te stellen of aan de eisen van het certificatieschema wordt voldaan. Ook moet schriftelijk worden voldaan aan de eisen van de opdrachtgever en de naleving van het certificatieschema.
De inventarisatie wordt uitgevoerd door een Deskundig Inventariseerder Asbest (DIA). Asbestinventarisatiebedrijven die werken onder het certificatieschema asbestinventarisatie zijn verplicht om hun inventariseerders te laten certificeren als bewijs van hun vakbekwaamheid. 

Bedrijven die asbest verwijderen moeten eveneens aan allerlei eisen voldoen. In het certificatieschema voor asbestverwijdering staat beschreven hoe asbesthoudende producten en met asbest besmet materiaal tijdens sloop en renovatiewerkzaamheden moeten worden verwijderd. Ook is hierin beschreven hoe om te gaan met asbest dat is vrijgekomen na incidenten.
Het asbestverwijderingsbedrijf moet aantoonbaar op de hoogte zijn van het certificatieschema en dient dit na te leven. Door het asbestverwijderingsbedrijf worden periodiek interne audits en werkplekinspecties uitgevoerd om vast te stellen of dit ook gebeurt. Het gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijf beschikt over een procedure voor een adequate behandeling van klachten en tekortkomingen. Tot slot moet het asbestverwijderingsbedrijf aantoonbaar beschikken over een aansprakelijkheidsverzekering voor de werkzaamheden en de verzekeringspolissen jaarlijks laten beoordelen.

Om asbest te verwijderen moet een medewerker kennis hebben van de risico’s. Daarom mogen alleen mensen die in het bezit zijn van een persoonscertificaat deze werkzaamheden uitvoeren. Er is een persoonscertificaat voor de Deskundig Asbestverwijderaar (DAV) en een voor de Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA). Het huidige DAV-certificaat is opgesplitst in twee niveaus. Iemand die DAV wil worden, start met het behalen van een DAV-1-certificaat. Dit certificaat heeft een geldigheidsduur van zes maanden. Na het behalen van het DAV-1 certificaat gaat hij verder met het DAV-2 certificaat. Hij moet dan binnen een termijn van weer zes maanden onder begeleiding van een mentor in de praktijk aan de slag bij één of meerdere gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijven.

Een bedrijf dat werkzaamheden binnen het certificatiestelsel asbest wil uitvoeren, moet over een procescertificaat beschikken. Met zo’n certificaat wordt aangetoond dat het bedrijf over de specifieke kennis beschikt die nodig is om de werkzaamheden veilig te kunnen doen. Een procescertificaat wordt door een Certificerende Instelling (CI) uitgereikt wanneer aan alle voorwaarden is voldaan. 

De verplichte sanering wordt georganiseerd door brancheorganisatie Ascert en de rapportages over de voortgang komen van het bureau Tauw, dat zelf in de asbestbranche werkt. De asbestbedrijven hebben hierdoor veel invloed op het beleid en de te maken kosten. Alleen bedrijven met een asbestcertificaat van Ascert mogen asbest saneren. Met dat werk verdienen de asbestbedrijven rond 420 miljoen euro per jaar, nog los van alle onderzoeken en aanvullende diensten die ze leveren. De asbest verwijderende en verwerkende industrie worden zelden of nooit gecontroleerd door de Inspectie die alleen steekproefsgewijs controleert.  De NVWA en de ILT komen vaak pas in actie als er een signaal van buitenaf komt waaruit blijkt dat er iets verkeerd is met een product, zoals in december 2017 toen de directeur van het Scientific Analytical Institute in Greensboro North Carolina, ontdekte dat er asbestvezels aanwezig waren in twee soorten make-up van Claire’s. De NVWA was op de hoogte van de resultaten van dit onderzoek, maar nam niet direct actie. Pas na een uitzending van EenVandaag werd overgegaan tot nader onderzoek.  Ook uit de Eurogrit-affaire, vorig jaar, waarbij met asbest vervuild straalgrit bij honderden bedrijven terecht was gekomen via een gebruikte grondstof uit Oekraïne blijkt dat de overheidscontrole veel te wensen overlaat. De uitstoot van CO2 bij Tata Steel in IJmuiden was vorig jaar 10% hoger was dan het jaar ervoor omdat de gashouder waarin het gas wordt opgeslagen een deel van het jaar niet kon worden gebruikt toen bleek dat er tijdens werkzaamheden met dit door asbest verontreinigd straalgrit was gewerkt. De installatie moest daardoor eerst worden gesaneerd en bleef daardoor langer dan gepland buiten gebruik.

De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) doet onderzoek naar het gebruik van MiniContainment dat bij veertien bedrijven in gebruik is. Bij deze werkwijze hoeven asbestverwijderaars geen beschermende kleding te dragen en wordt een kast over asbesthoudende objecten, zoals een vensterbank, geplaatst. Via openingen in het frame kunnen medewerkers met handschoenen de asbest verwijderen. De deeltjes die daarbij vrijkomen, worden weggezogen door een aangesloten stofzuiger. Het pand wordt daarbij maar deels ontruimd en bewoners mogen thuis blijven tijdens de werkzaamheden. Het bedrijf achter MiniContainment moet gaan aantonen dat de methode veilig is, maar stelt dat de methode voldoet aan alle voorwaarden die de asbestbranche stelt en is er sprake van een “absoluut veilig systeem, wanneer er gewerkt wordt volgens de werkinstructies. Het bedrijf stelt dat er ruim 10.000 saneringen mee zijn uitgevoerd, met positieve resultaten bij de eindcontroles. De gebruikte stofzuiger die de asbesthoudende deeltjes weg moet zuigen zou volgens berichten asbestdeeltjes lekken. Tijdens het gebruik van de stofzuiger is dat niet erg, stelt TNO. Maar het is onduidelijk wat er gebeurt als de stofzuiger uit staat. Het bedrijf stelt dat er geen sprake is van een stofzuigersysteem, maar dat er een “speciaal voor MiniContainment aangepast apparaat gebruikt wordt, waardoor de beschreven risico’s zich niet kunnen voordoen. Staatssecretaris Tamara van Ark ziet geen reden om minicontainment te verbieden.

Geef een antwoord

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.