Vogelgriep

vogelgriep

Dit jaar is er sprake van de grootste uitbraak ooit gemeten in Europa, meldt de Europese gezondheidsdienst ECDC. De zeer ziekmakende variant van het virus heeft zich verspreid over 37 Europese landen. Ook in andere Europese landen zijn er 2467 uitbraken gemeld, waarbij 48 miljoen pluimveedieren zijn gedood. Sinds enige tijd worden er ook grote aantallen zeevogels aangetroffen met vogelgriep. Door mutaties lopen ook mensen nu meer gevaar. De grootste uitbraak tot nu toe was 19 oktober 2022 in Heythuysen bij een bedrijf met 300.000 hennen. De griepgolf duurt nu al ruim een jaar waarin alleen al in Nederland bijna 6 miljoen vogels werden geruimd. Dat maakt het huidige vogelgriepjaar volgens de NVWA het dodelijkste sinds de epidemie van 2003, toen op 255 locaties ruim 30 miljoen dieren werden geruimd.

Vanaf 16 februari 2022 waren er geen eieren van vrije-uitloopkippen meer te koop in de supermarkten. Dit kwam doordat de dieren al sinds 26 oktober 2021 niet meer buiten mochten komen vanwege de heersende vogelgriep. Vrije-uitloopeieren komen van kippen die regelmatig in de buitenlucht lopen en meer ruimte hebben om te bewegen.  Landbouworganisaties meldden flinke schade voor de 250 bedrijven in ons land met vrije-uitloopkippen. De boeren kregen minder geld voor scharreleieren dan voor vrije-uitloopeieren. Besmette bedrijven moeten al verplichte reinigings- en ontsmettingsrondes uitvoeren voordat er weer dieren in de stallen mogen. De extra hygiënecheck, waar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op moet gaan toezien, komt daarbij. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloot om de ophokplicht voor pluimvee 16 juli 2022 gedeeltelijk in te trekken in een aantal regio’s waar dat verantwoord werd geacht. Het ging om de regio’s Maas en Waal, West Brabant en Midden Limburg. Minister Carola Schouten van Landbouw trok de ophokplicht in Nederland op 13 april in omdat het risico op besmetting zo klein was geworden dat er geen maatregelen meer nodig waren. Ook de verplichting voor kinderboerderijen om hun pluimvee af te schermen werd ingetrokken. Wel moesten pluimveebedrijven zich nog houden aan hygiëneregels als iemand de stal of het erf betreedt. 5 oktober 2022  is er opnieuw een landelijke ophok- en afschermplicht in voor locaties met risicovogels.

Vaccinatie

Nederland pleit samen met Frankrijk voor het vaccineren van pluimvee. De Europese Commissie staat hiervoor open en er wordt onderzocht hoe de regelgeving hiervoor kan worden vereenvoudigd, voor wanneer er een vaccin is dat op grote schaal en tegen veel virusstammen kan worden ingezet. Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) onderzoekt in opdracht van het ministerie van LNV de werking van nieuwe typen vaccins van drie verschillende farmaceuten. De eerste vaccinproeven vinden plaats in de onderzoeksfaciliteiten in de High Containment Unit van WBVR in Lelystad. De proeven duren tot eind 2022. Vaccineren moet niet alleen goed beschermen tegen vogelgriep, maar ook tegen verspreiding van het virus. Het moet ook mogelijk worden om gevaccineerde dieren te onderscheiden van geïnfecteerde dieren met specifieke diagnostiek. Ook in verschillende andere Europese landen lopen vaccinatiestudies. WBVR test er nu drie in het laboratorium, waarvan eind december de eerste resultaten worden verwacht. Er wordt op kleine schaal al gevaccineerd met verneveling door met een soort plantenspuit gevuld met het vaccin door de stal te lopen, waarna de kippen het vaccin inhaleren.”

HPAI

HPAI is een besmettelijke dierziekte, die tot hoge sterftecijfers kan leiden bij vogels en kan worden overgedragen op mensen (een zogenoemde zoönose). Het isoleren van de gevonden besmettingshaard en het voorkomen van verdere verspreiding van de ziekte is daarom van het grootste belang. HPAI is op grond van artikel 5 van verordening (EU) nr. 2016/429 een ziekte waarvoor bestrijdingsmaatregelen moeten worden getroffen. Daarnaast is HPAI gecategoriseerd als een A-ziekte voor vogels in de zin van artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de diergezondheidsverordening. Dit betekent dat een lidstaat bij een uitbraak bestrijdingsmaatregelen moet treffen. Verordening (EU) nr. 2020/687 bevat daartoe de door de minister te nemen maatregelen. Één van die maatregelen is het instellen van een beperkingszone die bestaat uit een beschermings- en bewakingszone rond de besmette inrichting in Eefde. In deze gebieden gelden diverse maatregelen. De verboden zijn in beide zones gelijk; verordening 2020/687 voorziet voor de bewakingszone in verhoudingsgewijs meer ruimte voor de bevoegde autoriteit om uitzonderingen op de verboden te verlenen in vergelijking met de beschermingszone. Dit vereist maatwerk door middel van ontheffing verlening. De beschermingszone is een gebied met een straal van 3 km rond de besmette inrichting, zoals aan de hand van een plattegrond is aangeduid in bijlage 1. Een inzoombare, gedetailleerde kaart van die zone is beschikbaar op de website van RVO (https://www.rvo.nl/dierziektenviewer/). De bewakingszone betreft wegen en waterwegen die het gebied met een straal van 10km rond de besmette inrichting begrenzen. In een regeling zijn voornamelijk voorschriften opgenomen ten aanzien van handelingen met dieren en producten die afkomstig zijn van, worden vervoerd naar of aanwezig zijn in een inrichting. Op grond van deze regeling gelden er vervoersverboden voor gehouden vogels, gedomesticeerde zoogdieren, eieren, vlees en karkassen van gevogelte, sperma van andere dieren dan vogels, diervoeders en mest. In enkele gevallen is het toegestaan die dieren en producten toch te vervoeren. De toegestane uitzonderingen en de voorwaarden waaronder van deze uitzonderingsmogelijkheden gebruik kan worden gemaakt, zijn in de betreffende artikelen opgenomen. De toegang tot inrichtingen waar gevogelte aanwezig is of normaliter wordt gehouden is voor bezoekers verboden, met uitzondering van het woonhuis of een boerderijwinkel of –camping of andere agrarische nevenactiviteit (zogenoemde andere bedrijfsgedeelten), mits fysiek afgescheiden van de vogelverblijfplaatsen. Een deugdelijke fysieke afscheiding betekent de aanwezigheid van een muur of een met platen opgetrokken wand en dergelijke. Afscheiding door middel van een lint of vergelijkbaar materiaal voldoet niet. Bepaalde categorieën bezoekers (zoals politie of medische hulpverleners) hebben wel toegang tot de vogelverblijfplaatsen, voor zover dat noodzakelijk is in het kader van volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of de gezondheid van aanwezige personen in de stal. Een dierenarts mag bijvoorbeeld wel de stal in als sprake is van ziek pluimvee, maar een adviseur van de veevoerindustrie heeft geen toegang tot de stal om te beoordelen of de kippen goed groeien. Het personeel van de bedrijven mag het bedrijf onder voorwaarden betreden. De exploitant van de inrichting moet bovendien een register bijhouden van degenen die zijn inrichting hebben bezocht. Exploitanten van inrichtingen dienen ervoor te zorgen dat hun vogels worden afgeschermd van de op de inrichting aanwezige andere dieren en wilde dieren. Aanvullend op de verplichting tot het afschermen geldt dat een exploitant van een inrichting met commercieel gehouden vogels, met uitzondering van vogels behorende tot fazanten, loopvogels of sierwatervogels, deze vogels ophokt in een gebouw. Een ophokplicht is strenger dan de Europese voorschriften, maar is vanwege de vaak hoge pluimveedichtheid en de grote hoeveelheid van het virus dat in de omgeving aanwezig is, noodzakelijk. Afschermen met netten of open hekwerk biedt onvoldoende bescherming voor commercieel gehouden vogels. De uitzondering voor exploitanten van fazanten, loopvogels zoals de familie van struisvogels, emoes en nandoes, en sierwatervogels wordt gemaakt vanwege welzijnsoverwegingen. Houders van deze vogels mogen op andere wijze aan de afschermplicht voldoen. Tot slot is het samenbrengen van vogels in de beschermings- en bewakingszone verboden. Hierbij moet gedacht worden aan tentoonstellingen, wedvluchten of andere evenementen waarbij vogels bijeen worden gebracht. Ingevolge artikel 10 van de diergezondheidsverordening en artikel 3.3a van het Besluit houders van dieren geldt een algemene zorgplicht voor iedere dierhouder om redelijkerwijs al het noodzakelijke te doen of na te laten om besmetting te voorkomen. Dat betreft dus zaken die in zijn macht liggen, zoals zorg dragen voor adequate hygiënemaatregelen, zoveel mogelijk sleepsporen gescheiden houden en in het algemeen het verkeer over zijn bedrijf zo min mogelijk langs de verblijven van het gevogelte leiden.

Direct contact met besmet pluimvee kan leiden tot ernstig verlopende infecties bij mensen. De vrees bestaat dat het virus zodanig verandert dat het zich makkelijk onder mensen kan verspreiden. Dat kan dan zelfs leiden tot een  pandemie. Een laagpathogeen aviair influenzavirus kan muteren tot een zeer besmettelijk en dodelijk hoog pathogeen virus. In Hong Kong overleed een man van 62 jaar aan de gevolgen van vogelgriep. Het is het tweede dodelijke geval door vogelgriep H7N9 in Hong Kong. Hong Kong heeft bevestigd dat er nu drie menselijke besmettingen zijn geweest in drie weken tijd. Er wordt gevreesd dat het virus zich verspreid naar Zuid-Korea, Japan en het vasteland van China. In China zelf zijn er tot dusverre zelfs al vier mensen overleden.

De laatste keer dat Nederland werd geraakt door de vogelgriep was in 2003. Bij 1.349 pluimveehouderijen werden toen kippen, kalkoenen en eenden geruimd. In totaal werden 30,7 miljoen landbouw- en hobbydieren gedood.

Op een pluimveeverwerkingsbedrijf in het zuiden van Rusland zijn in februari 2021 zeven medewerkers besmet met de vogelgriepvariant H5N8. Het is de eerste keer dat het hoog pathogene virus bij mensen is aangetroffen. Zij hadden milde klachten, aldus het Russische persbureau Interfax. Rusland heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO geïnformeerd over de besmettingen. In januari raakten in China ook al twee mensen in China besmet met de H5N6-variant, waarbij een driejarig meisje overleed. In China werd in 2013 voor het eerst een besmetting bij een mens ontdekt. Sinds 2003 heeft het virus 319 mensen geïnfecteerd, waarvan 192 mensen overleden.

H5N1

H5N1 is een variant van het vogelpestvirus dat ook gevaarlijk en besmettelijk is voor mensen. Als het muteert en van mens op mens wordt overgedragen kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Het komt nu al af en toe voor dat een mens geïnfecteerd wordt en zes op de tien besmette mensen overlijd er aan. Dat is meer dan bij Corona waaraan een op de honderd mensen overlijdt aan het virus.  “H5” verwijst naar het type hemagglutinine in de eiwitmantel en “N1” naar het type neuraminidase. Het betreft in beide gevallen antigenen die een rol spelen bij respectievelijk binding aan de celmembraan en het loskomen van nieuw geproduceerde virussen uit een geïnfecteerde cel. H5N1 is een Influenza A- of “aviaire influenzavirus” dat een virale infectie (griep) veroorzaakt. Mensen bij wie het virus is aangetroffen, zijn voornamelijk besmet door intensief fysiek contact met besmet pluimvee. Bekend is ook dat katachtigen geïnfecteerd zijn geraakt met H5N1. H5N1 is endemisch in vogels in Zuid-Azië en dreigt endemisch te worden bij alle vogels. Dit komt doordat besmette trekvogels het virus wereldwijd verspreiden. De mortaliteit bij mensen door het virus is niet goed bekend, omdat milder verlopende infecties niet altijd geregistreerd worden. Over het algemeen wordt aangenomen dat griepvirussen die afkomstig zijn van vogels en een pandemie hebben veroorzaakt, in 2,5-5% van de ziektegevallen dodelijk zijn geweest. Tegen dit virus van het subtype H5Nx heeft de mens geen resistentie. Het immuunsysteem herkent het virus niet direct, waardoor het virus zich de eerste uren of dagen ongebreideld kan vermenigvuldigen en de besmette mens ziek kan maken. Het immuunsysteem reageert te laat op de infectie en daarbij kan ook een overreactie ontstaan. Vooral risicogroepen als ouderen, suikerpatiënten en jonge kinderen zijn kwetsbaar en kunnen er aan overlijden. Besmette vogels dragen het virus over op elkaar door hun speeksel, lichaamsvocht of uitwerpselen. Andere vogels pikken het virus op door direct contact met deze afscheidingen of door contact met hiermee bedekte oppervlakken. Omdat trekvogels ook besmette dragers van het virus zijn, kan het virus gemakkelijk over de hele wereld verspreid worden. Omdat H5N1 een griepvirus is, heeft het symptomen die overeenkomen met de gewone griep, zoals koorts, hoesten, pijnlijke keel en pijnlijke spieren. In zwaardere gevallen kan het leiden tot longontsteking, cytokinestorm of respiratoir falen. In 2006 werd H5N1 in Zuid-Italië en Bulgarije aangetroffen in dode wilde Knobbelzwanen. Knobbelzwanen komen in de nu besmette waterrijke gebieden veel voor en worden daarom nu samen met wilde eenden en meeuwen uit voorzorg gevangen en getest

H5N8

H5N8 is besmettelijk en dodelijk voor vogels maar kan ook mensen besmetten, maar minder ernstig dan bij H5N1. De symptomen bij een mens lijken op een milde vorm van griep, zoals koorts, hoofdpijn, koude rillingen, hoesten en zwakte. Uit analyse door het Centraal Veterinair Instituut is gebleken dat het Nederlandse H5N8 virus veel overeenkomsten heeft met twee Koreaanse en een Japanse soort, wat zou betekenen dat het virus vanuit Azië overgekomen is. In Bangladesh, China, Egypte, India, Indonesië en Vietnam is het virus dusdanig verspreid onder de wilde vogels dat bestrijding niet meer mogelijk is.

H7N9

H7N9 komt uit Azië. Dat het niet alleen zwakkere dieren overkomt, bleek toen in 2004 in Bangkok een luipaard aan de variant H5N1 bezweek en er ook een tijger besmet bleek. Laag pathogene vogelgriep heeft een milder ziekteverloop bij pluimvee, en is bovendien minder besmettelijk. Hoog pathogene vogelgriep leidt bij vogels tot ernstige ziekte en sterfte.

AVINED, het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Dierenbescherming hebben samen een ‘Roadmap strategische aanpak vogelgriep’ ontwikkeld. De geschatte kosten per uitbraak op een pluimveehouderij worden geschat op circa een miljoen euro. De Roadmap is een meerjarig traject met acties die gericht zijn op preventie en op het beperken van de gevolgen van een eventuele uitbraak. Belangrijk speerpunt is het vergroten van de kennis over de insleep routes van het virus. Daarom is het opstellen van een netwerkkaart een belangrijk onderdeel van het “Flight Flu” project. De kaart moet het contact tussen pluimvee en wilde vogels beschrijven compleet met plaats en seizoen, de aanwezigheid van een vogelsoort, die het virus meeneemt en over kan brengen, de aanwezigheid van een geschikt habitat van dergelijke vogels rondom het bedrijf, de aanwezigheid van een uitloop, het type pluimvee dat wordt gehouden en de bedrijfshygiëne. Met fluoriserende stoffen moet inzichtelijk gemaakt worden hoe HPAI in de stal komt en hoe het zich vervolgens verspreidt. Daarnaast wordt er gekeken naar de meldcriteria bij een afwijking in het voer- en drinkgedrag. Met het niet voeren of drinken van pluimvee in de uitloop en het dagelijks controleren van de uitloop op grondeieren en kadavers van kippen kan het aantal wilde vogels op het bedrijf worden beperkt. Ook het voorkomen van plassen water in de uitloop, het planten van bomen of andere houtige gewassen, het door ontwikkelen van de hygiënescan waarmee pluimveehouders de hygiënestatus van het bedrijf bepalen, het inzetten van getrainde honden en laserapparatuur om wilde vogels te verjagen, hebben effect. de lasers zouden effectief zijn om insleep te beperken. Een ander speerpunt in de Roadmap vormen de structuurmaatregelen. De laatste jaren zijn bijvoorbeeld vanwege natuurontwikkeling overloopgebieden of open water aangelegd. Een pluimveebedrijf kan dan ineens onbedoeld in een waterrijk gebied liggen.

In Israël zijn zeker 5.200 kraanvogels gestorven door de vogelgriep. Israëlische boeren moesten ruim een half miljoen kippen slachten om de verspreiding van het virus tegen te gaan.  De vogels zouden besmet zijn door kleinere vogels. Die dieren zouden het virus op hun beurt weer hebben opgelopen op Israëlische boerderijen waar een uitbraak was ontstaan. De eerste zieke kraanvogels werden half december 2021 opgemerkt.

De ontwikkelingen met vogelgriep zijn zorgwekkend. Van de 45 mensen die sinds 2014 in China en Laos besmet raakten met vogelgriep, overleden er 22; vijftien van die besmettingen vonden plaats in het afgelopen jaar. „Daarnaast wordt het vogelgriepvirus de laatste twee jaar steeds meer bij wilde zoogdieren, zoals de vos, zeehond en otter gevonden. Genetische veranderingen duiden op een groter risico voor zoogdieren. Het ECDC heeft deze week de risico-inschatting voor pluimveehouders verhoogd van „laag” naar „laag tot medium, met grote onzekerheid vanwege de wijde circulatie van varianten in de vogelpopulaties. Drie dode vossen die bij het Dutch Wildlife Health Centre in Utrecht zijn onderzocht, bleken te zijn gestorven aan vogelgriep. Een van de dieren kwam uit Limburg. De honderden dode kanoeten die in december 2021 op Schiermonnikoog en in Oost-Groningen zijn gevonden, hadden vogelgriep. Langs de kustlijn zijn ook enkele andere wilde vogels gevonden die besmet waren met het virus. Een 41-jarige Chinees is als eerste mens besmet geraakt met vogelgriepstam H10N3. Hij belandde op 28 april in het ziekenhuis met koorts en andere ziekteverschijnselen. Besmettingen bij mensen komen vaker voor en kunnen gevaarlijk zijn. In 2016 en 2017 overleden enkele honderden mensen nadat ze besmet waren geraakt met H7N9.

Aviaire influenza (vogelgriep) is zeer besmettelijk en zelfs mensen kunnen geïnfecteerd worden wanneer er sprake is van direct en intensief contact. Zij krijgen dan koorts, hoofdpijn, spierpijn, hoest of een oogontsteking. Het virus verloopt bij mensen meestal mild en veroorzaakt griepachtige verschijnselen met sufheid, tranende ogen en opgezette kelen. De incubatietijd bedraagt drie dagen tot twee weken. Tot nog toe kan het virus na een besmetting door een vogel niet door mensen onderling worden overgedragen, maar het risico dat het virus muteert en dit wel gaat gebeuren is wel degelijk aanwezig. Bij pluimvee zijn er laag pathogene (LP) en hoog pathogene (HP) types. Een LP-type geeft alleen problemen met luchtwegen en darmen. Het type H5N8 dat nu aangetroffen wordt, is hoog pathogeen en tast de organen en bloedvaten aan. Hennen zijn daardoor algemeen ziek en de bloedingen zorgen voor vochtophoping en uiteindelijk hartfalen, waardoor ze sterven. Het virus is een variant van het influenza A virus dat zeer variabel is en waardoor steeds nieuwe varianten kunnen ontstaan. Het virus vermenigvuldigt in een gastheercel. In één op de 10.000 gevallen kan bij mutaties (antigene drift) een virus ontstaan dat anders en mogelijk gevaarlijker, is dan het oorspronkelijke virus.

Met 28 actiepunten in een roadmap die is opgesteld door het ministerie, de pluimveesector en de Dierenbescherming. ‘Roadmap strategische aanpak vogelgriep’ moet het risico op uitbraken van hoog pathogene vogelgriep worden verkleind. De roadmap is gemaakt door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de Dierenbescherming (DB) en de koepel van de pluimveesector Avined. De 28 acties die erin zijn uitgewerkt, zijn allemaal gericht op de preventie van uitbraken met hoog pathogene vogelgriep in de commerciële pluimveehouderij en op het beperken van de gevolgen ervan.

Vanuit België werd gemeld dat pluimveebedrijven die positief zijn voor H3 verplicht geruimd worden, waarbij alleen de levende dieren worden vergoed en de vergoeding zou bovendien ook niet gelden voor bedrijven die reeds vrijwillig geruimd hebben.

Introductie in Nederland van H3N1 hoeft niet te leiden tot een eenzelfde ontwikkeling en verspreiding als in België. Het ministerie van LNV heeft gemeld dat als H3N1 op een Nederlands bedrijf wordt vastgesteld, het bedrijf een beschikking krijgt van de NVWA. Er is dan alleen 1 op 1 vervoer met dit bedrijf toegestaan. Als het bedrijf een uitloop heeft, moeten de dieren worden opgehokt. In overleg met de sector zal dan een verscherpt hygiëneprotocol van kracht worden.

Tussen oktober 2017 en maart 2018 werden 89 gevallen van H5-vogelgriep gemeld, waarvan 53 besmettingen met de hoog pathogene variant H5N8. Op een door ESA opgestelde lijst van landen met besmettingen staan Nederland, Italië, Duitsland, Denemarken, Groot-Brittannië, Ierland, Zweden, Zwitserland, Bulgarije en Cyprus. De Italianen voeren de lijst aan met 48 gevallen, waarvan 43 bij professionele pluimveebedrijven of hobbyboeren. In het noorden van Italië werden half maart drie nieuwe gevallen van H5N8 gemeld. Op een bedrijf in het Overijsselse Kamperveen werd 13 maart vogelgriep geconstateerd. Alle 30.000 eenden op de boerderij werden geruimd. Het was al de derde keer dat dit bedrijf met het virus te maken kreeg. Eerder was dat in in 2014 en 2016. Ook het naastliggende bedrijf werd geruimd maar twee andere collegabedrijven bleken niet besmet. Bij pluimveebedrijf Postma aan het Hoendiep in Oldekerk (Groningen Westerkwartier) werd 25 februari 2018 ook al vogelgriep vastgesteld. 36.000 kippen werden daar geruimd. Ook kippenslachterij Storteboom in het naastgelegen Kornhorn lag stil en 250 medewerkers zaten noodgedwongen thuis.

In de supermarkt zijn tegenwoordig wel alle eieren van vrije-uitloop- of scharrelkippen. Het kleine deel aan kooi-eieren dat er nog is, gaat naar bakkerijen om in producten verwerkt te worden, gaat naar mayonaisemakers of is voor de export. Zo’n 60 procent van de kippen in Nederland is scharrelkip en rond de 20 procent is vrije-uitloopkip. Een op de tien is een biokip. “Die hebben dezelfde bewegingsruimte als de vrije-uitloopkip, maar krijgen biologisch voer.” En iets meer dan 10 procent is kooikip. Eieren van bedrijven met een vrije uitloop verliezen hun status als de kippen langer dan zestien weken worden opgehokt. Via de brancheorganisaties pleit de sector voor het verlengen naar twintig weken.

Bij de laatste grote uitbraken verspreidde het virus zich niet tussen natuurgebieden, maar was vooral aanwezig bij de natte natuur. Daarom is het van belang dat je een barrière opwerpt zodat het virus niet via de natte natuur de stal in komt, waarbij dus goed gekeken moet worden naar de ventilatie, om aerosolen te verwijderen. Via waterplassen in de vrije uitloop kan vogelgriep eenvoudig van wilde vogels haar weg vinden naar pluimvee. Het vogelgriepvirus kan vrij lang overleven in water.

Om in een zo vroeg mogelijk stadium een besmetting met vogelgriep op te sporen is de meldplicht in Nederland (sinds 4 december 2015) niet op bedrijfsniveau, maar per koppel. Omdat bij bedrijven met uitloop de grootste kans is op besmetting gaat het Centraal Veterinair Instituut (CVI) heel 2016 continue het bezoek van wilde vogels aan de uitloop vastleggen met videocamera’s op een pluimveebedrijf met uitloop. Canadese wetenschappers werken aan een nieuwe monitoringssysteem dat moet helpen de surveillance op vogelgriepvirus in de natuur te verbeteren. Daarbij worden niet direct monsters genomen van wilde watervogels, maar van slib en modder in drassige en/of waterrijke gebieden waar die vogels zich bevinden.

Het onvoldoende verhitten bij de productie van pluimveevoer kan een belangrijke oorzaak kan zijn voor de verspreiding van het HPAI-virus (Highly Pathogenic Asian Avian Influenza A) ofwel H5N1 via mais. Onderzoek van Anitox heeft uitgewezen dat Termin-8 het virus in voer snel onder controle heeft. Termin-8 bestaat uit een mix van formaldehyde, propionzuur, terpenen en surfactant.

Door de warme temperatuur is de besmettingshaard van de vogelgriep in de VS vanzelf gestopt. De laatste uitbraak in de VS dateert van 17 juni 2015. De Verenigde Staten telde dit jaar tot nog toe in totaal 223 uitbraken van vogelgriep in 21 staten, waarbij ruim 48 miljoen kippen en kalkoenen werden besmet en geruimd. In Ghana, Taiwan, China en Israël waren op dat moment nog wel nieuwe besmettingsgevallen.

Behalve vogelgriep is er ook in 13 verschillende staten hondengriepvirus (H3N2) geconstateerd. Er zijn uitbraken in California, Texas, Iowa, Illinois, Wisconsin, Indiana, New York, Massachusetts, Rhode Island, Alabama, Michigan, Georgia en Ohio. De meeste uitbraken zijn in Chicago waar het virus half april ineens opdook en waar 1,700 besmettingen werden vastgesteld en waarbij 8 honden zijn overleden. Het virus is gerelateerd aan uitbraken in Zuid China en Zuid Korea sinds 2006.

Historie

Vogelgriep is bekend sinds 1878 en pas in 1955 werd ontdekt dat het werd veroorzaakt door griepvirussen. De griepvarianten H5N1 en H7N7 zorgen nog altijd voor grote uitbraken. De laatste grote uitbraak in Nederland was in 1926 en de jongste uitbraak heeft de laatste tien jaar 67 mensen het leven gekost. Bij een epidemie in 1968 en 1969 vielen er bij de Hongkong griep H3N2 750.000 doden.

In 2003 werden varkens besmet en bij gemengde bedrijven werden 89 mensen besmet en overleed een dierenarts. Dat jaar moest ongeveer een derde van de totale pluimveestapel geruimd worden en bedroeg de schade 300 miljoen. De Nederlandse pluimveesector werd hard getroffen door de vogelpest van het type H7N7. Bij 1.349 pluimveehouderijen werden kippen, kalkoenen en eenden gedood. In totaal werden 30,7 miljoen landbouw- en hobbydieren geruimd.

De pluimveesector staat open voor het preventief vaccineren tegen vogelgriep. Een dergelijk vaccin is echter nog niet beschikbaar, of nog van onvoldoende kwaliteit. Het beschikbare vaccin is niet voor een virustype dat verwant is aan de huidige hoog pathogene variant. Ook in het buitenland zijn de juiste vaccins nog niet ontwikkeld, terwijl er wel zonder succes wordt gevaccineerd. In Nederland is er slechts één commercieel vaccin beschikbaar en geregistreerd voor gebruik bij pluimvee. Dit vaccin is gebaseerd op een laag pathogene aviaire influenza (LPAI) H5N2-stam uit 1986, meldt WUR. Deze vaccinstam is niet verwant aan het huidige hoog pathogene aviaire influenza H5N8-virus en zal daarom naar verwachting onvoldoende bescherming bieden tegen een infectie met dit virus. In het buitenland zijn enkele andere commerciële vaccins beschikbaar tegen H5-virussen, maar geen van deze vaccins is ontwikkeld tegen het huidige H5N8-virus dat nu vogelgriepuitbraken veroorzaakt in Nederland. In het laboratorium is aangetoond dat vaccinatie de transmissie van het vogelgriepvirus kan voorkomen, als de vaccinstam en de uitbraakstam nauw verwant zijn. Dat is niet het geval. Toch is wel gevaccineerd tegen vogelgriep, onder meer in Egypte en Azië. Maar in de praktijk blijkt dat er te weinig antistoffen worden aanmaakt tegen het vogelgriepvirus na één of twee vaccinaties. De ontwikkelde vaccins bleken in het veld dus niet effectief genoeg en hebben de uitbraken in deze landen niet kunnen stoppen. Onderzoekers van de universiteit in Utrecht zijn er in 2019 in geslaagd een nieuw vaccin te ontwikkelen tegen H5N1 met alleen dode virusdeeltjes, waardoor het veilig is voor mensen. Het vaccin is een poeder dat door de kippen wordt geïnhaleerd zodat niet elk dier apart hoeft te worden ingeënt en in één keer veel kippen tegelijkertijd kunnen worden gevaccineerd. Preventief enten is echter nog niet mogelijk omdat de beschikbare vaccins nog niet voldoende getest zijn waarbij het risico bestaat dat het vogelgriepvirus muteert en resistent wordt. De griepprik blijkt volgens Amerikaanse onderzoekers in het Journal of Clinical Investigation wél bescherming te bieden tegen de H7N9-vogelgriep, terwijl die er helemaal niet in verwerkt zit.

Er wordt al jaren geëxperimenteerd met andere middelen om vogelgriep tegen te gaan. Niet geheel ongevaarlijk, want er is een risico dat zo’n virus buiten het lab terecht komt. Daarom worden voor zulke experimenten zoveel mogelijk kunstmatig gemodificeerde virussen gebruikt en in plaats van mensen gebruiken ze voor de proeven bij voorkeur fretten, omdat die de pech hebben dat hun longfuncties sterk op die van de mens lijken. De Europese Unie trekt dit jaar 2 miljoen euro uit voor de bestrijding van vogelgriep. Voor vragen over vogelgriep is het klantcontactcentrum van RVO.nl bereikbaar op 088-042424

Een wetenschappelijk rapport van de EFSA bevestigt dat wilde vogels inderdaad een rol spelen in de verspreiding van het virus en zij benadrukken het belang van hygiënemaatregelen om de insleep van het virus op pluimveebedrijven te voorkomen. Volgens professor en onderzoeker Arjan Stegeman van de Universiteit Utrecht was het slecht gesteld met de hygiëne op de door hoog pathogene H5N8 vogelgriep getroffen pluimveebedrijven en barstte het van de ratten en muizen. Onderzoekers troffen pluimveemest aan op het erf van de getroffen bedrijven en op één bedrijf werd vogelmest bij de luchtinlaat van de stal gevonden. Luchtstromen van buiten die de stal inkomen laten vermoedelijk het virus op vochtige lucht meeliften. Door die toevoer af te dekken met een kleed ontstaat een filter dat met een desinfecterend middel kan worden behandeld. zo meldde een pluimveehouder Hans Hazenberg uit Abbega.

20 juni 2019 tekenden het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de pluimveesector en de andere veehouderijsectoren het nieuwe convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2020 – 2024. Daarmee wordt het diergezondheidsfonds (DGF) voor een periode van vijf jaar verlengd.  In het convenant is afgesproken dat de pluimveesector in de periode van 5 jaar maximaal 30 miljoen euro bijdraagt voor bestrijding van Aviaire Influenza (AI) en 2 miljoen euro voor NCD. Dit is het zogenaamde plafondbedrag. Daarnaast zijn er jaarlijkse kosten voor monitoring en het in stand houden van faciliteiten die nodig zijn voor de bestrijding. 

In 2022 ontdekten de Universiteit Utrecht en Royal GD, een bedrijf gespecialiseerd in diergezondheid dat windbreekgaas het risico op besmetting via de lucht mogelijk kan verkleinen. Uit onderzoek bij WBVR blijkt  dat bezoek van wilde vogels geweerd kan worden met een geautomatiseerde laser.

Tijdlijn uitbraken:
 

Begin februari 2014 In Canada In maart 2014 In Bruchem in Gelderland, 3 juli 2014 in het Gelderse Bruchem, November 2014 in de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, 16 november 2014 in de gemeente Oudewater in Hekendorp, 19 november 2014 in Langeraar (Ter Aar), 21 november 2014 in Kamperveen en in de gemeente Kampen, 25 november 2015  in de Dordogne, 30 november 2014 in Zoeterwoude, 1 december 2014 in de buurt van Kamerik en in de VS westkust, 16 december 2014 in On Porto Viro in de provincie Rovigo in Italië, 15 december 2014 in het Duitse Cloppenburg, in Meppen en in de deelstaat Thüringen, 23 december 2014 in Canada 31 december 2014 in Hong Kong en in Huizhou in de provincie Guangdong, 8 januari 2015 in Rostock, 11 januari 2015 in Taiwan januari en februari,  2015 in Washington, Idaho, Kansas, Minnesota, Montana, Oregon en Wisconsin. In Rusland en in Duitsland/Nedersaksen,Taiwan 13 januari 2015 in Duitsland in de havenplaats Greetsiel 26 januari 2015 in Mecklenburg-Voor-Pommeren bij Anklam, 31 januari 2015 in Noord-Amerika bij een echtpaar, 1 maart 2015 in Noord-Duitsland, 11 maart 2015 in Barneveld, 12 maart 2015 in Milheeze, 20 maart 2015 in Zweden, 26 maart 2015 in Tzummarum West Friesland, in maart en april 2015 in China zes mensen besmet met H7N9 (twee van hen stierven) Vier van hen waren in contact geweest met vogels, April 2015 in het zuiden van Mexico,  13 april 2015 in Oconto county, Wisconsin, 14 april 2015 in Minnesota in county Yellow Medicine en daarna in de staten Iowa, Wisconsin en Zuid Dakota en Nebraska, 16 april tot 1 juni 2015 in de Verenigde Staten in totaal 201 uitbraken in 15 staten en vervolgens in Minnesota, Zuid Dakota, Yankton county, Hutchinson county en in Iowa, Cherokee county en Buena Vista county. 26 juli 2015: In Herzlake in Emsland (Nedersaksen Duitsland), 26 juli 2015 in Herzlake in Emsland (Nedersaksen Duitsland), 25 november 2015: In de Dordogne in Frankrijk 12 januari 2016: In het Franse departement Haute-Garonne en in Dunfermline Schotland. In Frankrijk, Duitsland, en de Verenigde Staten, in Indiana VS (H7N8), Schotland en het departement Haute-Garonne, in Gers en in Landes. In het zuidwesten van Frankrijk en in Schotland, in Dunfermline, ongeveer 30 kilometer boven de hoofdstad Edinburgh. In Duitsland en in de Landkreis Cham in de deelstaat Beieren. In de VS in de staat Oregon 9 juni 2016: In het Friese Hiaure (gemeente Dongeradeel) 27 oktober 2016: In Hongarije 28 oktober 2016 in Deurne (Noord-Brabant) 3 november 2016 in Hongarije, 7 november 2016 in Polen, 8-9 en 12 november 2016 in Duitsland, 9 november 2016 in Oostenrijk, 13 en 14 november 2016 in De Gouwzee, 19 november 2016 in Den Oever en in Werkendam, 22 november 2016 in Nedersaksen in district Cloppenburg, 23 november 2016 op het vogeleiland De Kreupel, 25 november 2016 in Biddinghuizen (gemeente Dronten), 30 november 2016 in het Duitse Mecklenburg-Voor-Pommeren, 28 november 2016 in de Oekraïense zuidelijke regio Cherson, 30 november 2016, in het Noorden van Japan op boerderijen, 1 december 2016 in Biddinghuizen, 5 en 6 december 2016 in Friesland Naast Ferwerderadiel in Dongeradeel en Súdwest-Fryslân, 16 december  2016 in Hiaure en in het Duitse Westfaalse Soes en in Böser bij Maagdenburg in Saksen-Anhalt, 19 december 2016 in Boven-Leeuwen, 21 december 2016 in de Krimpenerwaard. 24 december 2016 in Zoeterwoude, 10 januari 2017 in Haldern vlak over de grens bij Ulft, 13 oktober 2017 in het Zeeuwse Sint Philipsland (gemeente Tholen), 7 december 2017 in Biddinghuizen in Flevoland, 22 januari 2018 in het Zuid-Hollandse Rhoon, 25 februari 2018 in Oldekerk (Groningen Westerkwartier), 13 maart  2018 in het Overijsselse Kamperveen

2020 10 februari in het westelijke deel van Duitsland vlakbij Stuttgart, 25 februari in Polen provincie Łódź en de provincie Groot-Polen, 13 maart in Sachsen in de buurt van Leipzig (Oost-Duitsland), 21 maart in Dornum Duitsland, 25 maart in het zuiden van Hongarije en in Bács-Kiskun, 29 maart in Wieglitz, in Börde, in de deelstaat Saksen-Anhalt, 31 maart in Bülstringen, in de deelstaat Sachsen-Anhalt, 30 juli inRusland en Kazachstan, 21 oktober in Kockengen, 22 oktober Ophokplicht pluimvee, 28 oktober in Altforst en in Sleeswijk-Holstein (Duitsland), 1 november in Amstelland/De Ronde Venen en in Vinkeveen, 2 november in het Verenigd Koninkrijk in Kent, 3 november in Cheshire, 5 november i het Gelderse Puiflijk, 6 november in Middelie, de regio Leiden, in bij Friese dorpje Ferwert, 9 november in het Groningse Lutjegast,  12 november in Oostende België,  13 november in de regio Utrecht, zoals  in Kockengen, 19 november aan de oevers van het Eemmeer, 20 november in België, 21 november in het Friese Witmarsum, 22 november in Hekendorp, in Leiderdorp en Rotterdam, 23 november in Grou Gemeente Leeuwarden, 26 november in Menen, 28 november bij hobby locatie in Mijdrecht, 5 december in Maasland (gemeente Midden-Delfland), 7 december in Sint Annaparochie (Friesland), 8 december in Den Bommel (gemeente Goeree-Overflakkee), 10 december in het Zuid Hollandse Den Bommel, 14 december in Buitenpost (gemeente Achtkarspelen)

2021

4 februari in Zaandam (Westerwatering), 20 februari in St. Oedenrode (gemeente Meierijstad), 23 februari in Rusland Bleken zeven medewerkers besmet, 20 mei in Weert, 21 mei in Weert, 10 juni in Vleuten (provincie Utrecht) en in Rotterdam, 23 augustus in Heeten, 2 september in Soest, 26 oktober in Zeewolde (Flevoland), 30 oktober in Groot Schermer (Alkmaar), 1 november in Assendelft, 3 november in Parrega (Súdwest-Fryslân, provincie Friesland). 4 november in Zeewolde, 5 november in Zeewolde, 14 november in Tzum (gemeente Waadhoeke, provincie Friesland), 16 december in Den Ham (gemeente Twenterand, 20 december in Ysselsteyn (gemeente Venray)

2022

3 januari In Blija (gemeente Noardeast-Fryslân, Friesland) 4 januari In Bentelo (gemeente Hof van Twente), 13 januari In Nieuwerbrug provincie Zuid Holland, 22 januari in Lelystad, 23 januari in Willemstad en in Grootschermer, 23 januari In Ede (provincie Gelderland), 1 februari in Vuren (provincie Gelderland), 2 februari in Hierden (provincie Gelderland), 3 februari In Zeewolde (provincie Flevoland), 4 februari op nog een bedrijf in Hierden (provincie Gelderland), 8 februari in Eefde (provincie Gelderland), 14 februari in Woltersum (provincie Groningen), 15 februari in Putten (provincie Gelderland), 20 februari in Uithuizen (provincie Groningen), 24 februari in Woltersum (provincie Groningen), 27 februari in Hellum en in Losdorp (provincie Groningen), 2 maart: In Hedel (provincie Gelderland), 5 maart in Hekendorp (gemeente Oudewater, provincie Utrecht), 9 maart in Lunteren (gemeente Ede, provincie Gelderland), 18 maart in Lunteren, 12 april in Lunteren, 14 april in Barneveld (provincie Gelderland), 19 april in Lunteren en in Voorthuizen, 20 april in Lunteren, 23 april in Barneveld en Terschuur (gemeente Barneveld), 28 april in Lunteren (provincie Gelderland), 2 mei in Lunteren (provincie Gelderland), 19 mei in Boskoop (provincie Zuid Holland), 7 juni in Hierden, 9 juni in Hierden, 14 juni in Texel, 15 juni in Tzum (gemeente Waadhoeke, provincie Friesland) 17 juni in Biddinghuizen (provincie Flevoland), 4 juli in Watergang (provincie Noord Holland), 26 juli in Minnertsga (provincie Friesland), 27 juli in Dalfsen (provincie Overijssel), 30 juli in Dalfsen, 15 augustus in Schore (gemeente Kapelle, provincie Zeeland), 16 augustus in Vlaardingen (provincie Zuid-Holland), 17 augustus in Maurik in Gelderland en Lunteren, 23 augustus: In Abbekerk (gemeente Medemblik,) 25 augustus in Spijkenisse (provincie Zuid-Holland), 26 augustus in Ter Aar (gemeente Nieuwkoop), 31 augustus in Bunschoten-Spakenburg (provincie Utrecht), 1 september in Blija, in Barneveld en In Ried, 5 september in Wieringerwerf provincie Noord-Holland) 8 september in De Krim (provincie Overijssel), 12 september in Nieuwkoop, 14 september in Zuid-Scharwoude, 15 september in Daarle en in Vriezenveen, 16 september in Tjerkgaast, 17 september in Vriezenveen en Schuinesloot, 18 september in Oldekerk (gemeente Westerkwartier), 20 september in Geesteren (gemeente Tubbergen), 21 september in Bocholt (provincie Limburg) en Beernem (provincie West-Vlaanderen) en in Sint-Laureins (provincie Oost-Vlaanderen), 26 september in Nieuw-Weerdinge (gemeente Emmen), 29 september in Groningen in Wildervank (Gemeente Veendam) en in In Zuidwolde (gemeente Het Hogeland), 1 oktober in Klarenbeek, 3 oktober in Kiel-Windeweer (gemeente Midden-Groningen, provincie Groningen), 5 oktober  Minister Piet Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt per 5 oktober  een landelijke ophok- en afschermplicht in voor locaties met risicovogels, Op 5 oktober stelde minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een landelijke ophok- en afschermplicht in voor locaties met risicovogels. Ook bestaat de vrees dat trekvogels een nieuwe variant van de vogelgriep kunnen meenemen, die kan overslaan op de dieren in pluimveelbedrijven. 5 oktober in Wildervank (gemeente Veendam, provincie Groningen) 7 oktober in Tiel (provincie Gelderland) en in Wouterswoude (gemeente Dantumandeel, provincie Friesland) en opnieuw in Wildervank (gemeente Veendam, provincie Groningen), 8.oktober in Waddinxveen 11 oktober in Bodegraven, 12 oktober in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, provincie Overijssel) 14 oktober in Blija (gemeente Noardeast-Fryslân, provincie Friesland) , 15 oktober in Ospel (gemeente Nederweert, provincie Limburg) 19 oktober  in Heythuysen (gemeente Leudal, provincie Limburg) 20 oktober In Lunteren (gemeente Ede, provincie Gelderland), 21 oktober In Hedel (gemeente Maasdriel, provincie Gelderland), 27 oktober In Neerkant (gemeente Deurne, provincie Noord-Brabant, 29 oktober In Oudwoude (gemeente Noardeast-Fryslân, provincie Friesland) 31 oktober In Ospel (gemeente Nederweert, provincie Limburg) 9 november in Uden (Brabant), 10 november in Zegveld, 18 november in Oostrum (gemeente Venray, provincie Limburg) 20 november in Stolwijk (gemeente Krimpenerwaard, provincie Zuid-Holland), 21 november In Koudum (gemeente Súdwest-Fryslân, provincie Friesland)

Fipronil

Middelen om de kippen gezond te houden veroorzaakten eind juli 2017 een schadepost die in de tonnen liep. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) constateerde een veel te hoog fipronil-gehalte in de eieren die vooral voor kinderen erg schadelijk is. Alle Pluimveehouders haalden de eieren terug uit de handel. Maar voor een deel was dat al te laat omdat de dienst te laat waarschuwde. Voor de reeks eieren met het nummer X-NL-40155-XX bleek zelfs een acuut gevaar voor de volksgezondheid. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit legde 187 pluimveebedrijven stil voor controle op de stof. De pluimveebedrijven willen het verantwoordelijke bedrijf Chickfriend aansprakelijk stellen voor de schade. Deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen in Duitsland liet een miljoen eieren terugroepen. De conclusies van de commissie-Sorgdrager luiden: zowel kippenboeren, toezichthouder NVWA, als de verantwoordelijke ministeries in de pluimveesector maken grove fouten bij voedselveiligheid. Er is geknoeid met het verder (onder beperkingen) wettelijk toegestane luizenbestrijdingsmiddel Fipronil bij pluimvee. Het middel tegen bloedluis en heeft kippen en eieren verontreinigd. Bij tientallen pluimveehouders zijn in totaal 2,5 miljoen kippen geruimd. Inmiddels zijn 97 van de in totaal 747 geblokkeerde stallen schoon verklaard en volledig vrijgegeven. De schade voor de pluimveesector bedraagt minimaal 150 miljoen euro. De stof fipronil komt in een hele kleine hoeveelheid in eieren voor, maar is niet echt schadelijk. Cake, eiersalade, mayonaise kun je ook gewoon eten. In deze producten is de fipronil nog verder uitgedund. De NVWA heeft één eiercode (2-NL-4015502) naar buiten gebracht waarvan ze hebben gezegd dat je die écht beter niet kan eten. Fipronil is een insecticide en acaricide uit de groep van de fenylpyrazolen. Het werd in 1987 ontwikkeld door Rhône-Poulenc en voor het eerst op de markt gebracht in 1993. In 2002 verkocht Aventis het aan Bayer, die het op haar beurt in 2003 aan BASF verkocht. Het is een licht irriterende stof die kan kan leiden tot schade aan nier, lever of schildklier. Het voor kippenstallen toegestane bestrijdingsmiddel tegen bloedluis Dega 16 werd door Poultry-Vision vermengd met fipronil dat werd geleverd door een chemisch bedrijf uit Roemenië. De Barneveldse firma Chickfriend gebruikte willens en wetens dit mengsel bij de stallen van zo’n 150 Nederlandse pluimveebedrijven om luizen te bestrijden in. Chickfriend was ook actief in België. De meeste besmette eieren komen uit Nederland en werden naar deze landen geëxporteerd, maar vier Duitse pluimveebedrijven werkten ook samen met Chickfriend. De twee bestuurders van Chickfriend werden door justitie gearresteerd op verdenking van het in gevaar brengen van de volksgezondheid. De eerste berichten van de voedselbesmetting kwamen overigens al eerder uit België. 20 juli 2017 deed de Belgische Justitie een inval in Weelde bij het bedrijf Poultry-Vision, eveneens werd een waarschuwing voor mogelijke besmetting van Nederlandse pluimveebedrijven reeds op 19 juni 2017 door het Belgische FAVV aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) doorgegeven. Meerdere supermarktketens in België halen koekjes van producent Lotus Bakeries uit de schappen vanwege de aanwezigheid van Fipronil. Ook de mini-eierwafels en sneeuwwafels van het eigen merk van de dertien supermarkten die zijn aangesloten bij de Superunie, waaronder Emté, Deen en Coop werden teruggehaald. Het bedrijf gebruikte naast fipronil ook het verboden middel amitraz.

Het eierschandaal verspreidde zich van Nederland en België naar Duitsland, Frankrijk, Zweden, Groot-Brittannië, Oostenrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Denemarken, Zwitserland en zelfs Hong Kong.  Inmiddels zijn in 45 landen besmette eieren of eierproducten aangetroffen. In 26 van de 28 EU-landen zijn sporen van het insecticide gevonden, laat een woordvoerder van EU-commissaris Vytenis Andriukaitis (Gezondheid en Voedselveiligheid) weten. Alleen uit Litouwen en Kroatië is geen melding binnengekomen. Ook in onder meer de VS, Rusland, Zuid-Afrika, de Nederlandse Antillen, Turkije, Irak, Noorwegen, Israël en Canada is de stof aangetroffen. Begin september waren er nog 144 kippenbedrijven in Nederland gesloten in verband met het eierschandaal. Het waren er eerder 281. In België gaat het nog om 30 van de 93. De tipgever die in november 2016 het misbruik al meldde bij de NVWA werd later zelf een van de drie verdachten. In Lunteren werd materiaal aangetroffen met etiketten van Pro-farma erop, het bedrijf van Nick H., die als derde verdachte in het eierschandaal is aangemerkt. Groothandel in chemische producten voor de agrarische markt “Pro-farma” wordt in verband gebracht met kippenvoer waarin ook fipronil zou zitten. Zijn woning in het Brabantse Mill werd door de politie opengebroken en doorzocht. H. is een ex-compagnon van Patrick R. uit België, die door de Belgische justitie met zijn bedrijf Poultry Vision eveneens als verdachte wordt aangemerkt. Enkele jaren geleden gingen H. en R. uit elkaar, nadat ze in hun gezamenlijke bedrijf ruzie hadden gekregen. Oprichters van bloedluisbestrijder Chickfriend wisten dat ze stallen reinigden met verboden middel.

Als het aan de werkgroep “Versterking Zelfregulering Eierketen” ligt krijgt de Nederlandse eierketen een meldpunt voor onregelmatigheden binnen de sector. De werkgroep doet in totaal 22 aanbevelingen om de borging van voedselveiligheid en kwaliteit in de eierketen te verbeteren, te verdelen in vijf categorieën, waaronder de veiligheid van eieren en eiproducten en signalering en afhandeling van incidenten binnen de sector. Ook wordt gekeken naar de structuur van IKB Ei waarbij ook niet-deelnemende pluimveehouders onder de voorschriften van bijvoorbeeld IKB Ei moeten gaan vallen.

Een jaar na de fipronil-uitbraak waren er nog steeds kippen besmet met de ziekte.  De voedsel- en warenautoriteit NVWA hoefde pluimveehouders niet te waarschuwen toen het de eerste berichten kreeg over het gebruik van fipronil in kippenstallen en de Staat hoeft de kippenboeren daarom geen schadevergoeding te betalen. Dit heeft de rechtbank in Den Haag in juli 2019 bepaald. Volgens de NVWA zijn inmiddels 780 stallen bij 327 bedrijven vrijgegeven, 13 stallen bij 6 bedrijven zijn nog ‘geblokkeerd’ en staan leeg. Zij mogen weer eieren produceren. De schade voor de sector wordt geschat op 75 miljoen euro.

Drie jaar na de fipronil-uitbraak was de strafzaak tegen Chickfriend. Eigenaren Mathijs IJ. en Martin van de B. en zijn partner werd opzet verweten. De inhoudelijke behandeling was op 10 en 11 maart 2021 en de uitspraak op 12 april 2021 kwam uit op een jaar gevangenisstraf.  De officier van justitie eist vier ton van de eigenaren en hun bedrijf. Van de B. en IJ. hebben een schriftelijke verklaring afgelegd en beroepen zich verder op hun zwijgrecht. De Belgische ondernemer Patrick R. die het het bestrijdingsmiddel leverde zegt dat beide eigenaren heel goed op de hoogte waren van het feit dat het een verboden middel was. Patrick R. komt in april ook voor de Belgische rechter. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit greep destijds ondanks tips niet meteen in. Pas toen de Belgische autoriteiten dat wel deden werd ingegrepen.Het gerechtshof in Den Haag heeft 2 maart 2021 geoordeeld dat de overheid niet onrechtmatig heeft gehandeld in de zogeheten fipronilaffaire en daarom ook niet aansprakelijk is voor de financiële schade van kippenboeren. Daarmee zijn de eisen van meer dan honderd pluimveehouders en brancheorganisatie LTO afgewezen. Pluimveehouders zijn volgens de rechter zelf primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van de door hen geproduceerde eieren.Justitie eiste twee jaar cel tegen verdachte gebruikers van het middel die  probeerden vaten er van weg te moffelen en wisten dat het een verboden middel was en mogelijk gevaarlijk. Zo ziet justitie de rol van Mathijs IJ. (25) en Martin van de B. (35) van Chickfriend uit Barneveld.

In Noord-Brabant werd in een kwekerij van sierplanten fipronil gebruikt met een massale bijensterfte tot gevolg. Bij een huiszoeking werden de administratie en gewasbeschermingsmiddelen in beslag genomen. Eind augustus meldde een aantal imkers uit de regio een plotselinge massale sterfte onder hun bijen. Fipronil is streng verboden bij het kweken van sierplanten.

Geef een antwoord

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.