Spyker

.

Spyker

Victor Roberto Muller een gescheiden vader met 6 kinderen uit twee huwelijken werd geboren in Amsterdam op 13 september 1959. Victor ’s vader had een eigen accountantskantoor en zijn moeder was een afstammeling van het patriciërsgeslacht Koningsberger. Zijn vader verkocht zijn accountantskantoor uiteindelijk aan Ernst & Young en op zijn elfde verhuisde het gezin naar Blaricum, waar Victor een gelukkige jeugd beleefde. Zijn ouders hadden ook een huis in Como, waardoor hij vaak ook in Italië verbleef.

Victor was een goede snelle leerling en volgde in 1978 een rechtenstudie in Leiden, omdat hij vond dat Leiden voor deze studie de beste Universiteit had. De rest van zijn klas ging naar Amsterdam en van zijn middelbare school was Victor de enige die naar Leiden ging. Tijdens zijn studie had hij als Minerva corpslid al weinig interesse in het daadwerkelijk volgen van colleges, “dat was voor losers” vond hij. Hij was nogal eigengereid en hield niet van gedwongen structuren. Het eerste jaar voerde Victor dan ook niet veel uit en hij liep de kantjes er af om vervolgens zeer snel in vijf en een half jaar af te studeren.  Hij zat op de overgang van kandidaats naar propedeuse en kwam erachter dat er een sluiproute terug was naar het kandidaats zodat hij met maar twee examens in de zomer van 1980 zijn kandidaats kon krijgen.

Daarna studeerde hij in ruim drie jaar af in Nederlands Recht. Hij werd als eerstejaars genadeloos aangepakt en leerde daar om van zich af te bijten. Hij woonde in een studentenhuis op Rapenburg 117A en toen de hospita overleed, kocht hij het huis samen met een aantal huisgenoten. Het huis is tegenwoordig een stichting en bleef een studentenhuis. Na Leiden liep Victor eerst stage bij het Amsterdamse advocatenkantoor Caron & Stevens, het huidige Baker & McKenzie. Hij leende duizend gulden van zijn oma en kocht zijn eerste auto, een Lancia 2000 Berlina terwijl hij nog niet eens een rijbewijs had. Hij kocht de Lancia op zijn brommer en zijn vader moest de auto achteraf ophalen.

Nadat Victor het geld aan zijn oma had terugbetaald leende hij opnieuw vijftienhonderd gulden van haar en kocht hiervan zijn eerste 2e hands Maserati. Victor is gek op verzamelen en later zou hij met een collectie van 25 auto’s en een horlogeverzameling van ongeveer twintig stuks helemaal los gaan. Hij begon met het verzamelen van Dinky Toys en later werden het echte classic cars en horloges. Zijn eerste Patek Philippe horloge kocht hij toen hij bij Caron & Stevens werkte. Van zijn eerst verdiende bonus ging hij op wintersport en kocht een Calatrava. Alle horloges in zijn verzameling zijn bijna allemaal van Patek Philippe en IWC, vanwege de klassieke modellen en de stoere uitstraling. Verder had hij een Roger Dubuis, een Tag Heuer Steve McQueen en een Tiffany & Co met Patek Philippe uurwerk uit 1935 in zijn verzameling.

Victor begon zijn carrière op zijn 28e in 1987, eerst nog als stagiaire maar al snel werd hij 16e advocaat. Zijn werkgever Caron & Stevens in Amsterdam had klanten als Pieter Heerema, Frits Kroymans, die later zijn zwager werd en havenbaron Willem Cordia. Deze karakteristieke figuren zouden later zijn zakenpartners worden. Victor kwam in een situatie terecht waarin schijnbaar alles kon en de sky de limit was. Hij kocht dan ook meteen een Jaguar voor 188 duizend gulden en dwong zichzelf hiermee om snel geld te maken. Willem Cordia, een oude rot in het investering vak, zag wel wat in de gedreven Victor.

Van Willem Cordia, die april 2011 overleed, leerde Victor om te investeren in slecht renderende bedrijven. Victor nam bedrijven over, die slecht liepen of net failliet waren. Aan een paar overnames heeft hij zich bijna vertild, maar uiteindelijk wist hij met zijn snelle babbel altijd wel weer nieuwe investeerders te vinden. Zijn beleggingsmaatschappij Investrand BV (voorheen Nerah beheer ) had op papier een eigen vermogen van 43 miljoen en was samen met zijn Delta Ypsilon gevestigd op de Valkeveenselaan 32 in Huizen.

Willem Cordia beval Victor aan bij Pieter Heerema die hem wegkaapte bij Caron & Stevens net op het punt dat Victor op de nominatie stond om partner in het bureau te worden.  Victor ging op het voorstel van Pieter Heerema in en verliet het advocatenkantoor van Caron en stevens dan al na 2 jaar om in 1989 als Director Corporate Affairs Mergers and Acquisitions te gaan werken voor het offshore en investeringsbedrijf van Pieter Heerema in Leiden. De vader van deze Pieter Heerema was in de Tweede Wereldoorlog officier van de Waffen-SS en een overtuigd antisemiet en anticommunist. Na de oorlog en 3 jaar gevangenschap voor zijn oorlogsverleden was hij naar Venezuela vertrokken en bouwde van daar uit zijn imperium op. In 1991 zette zoon Pieter, 10 jaar na de dood van zijn vader, het imperium voort. Pieter jr vormde samen met zijn broers Hugo en Edward de directie van het bedrijf terwijl Edward de feitelijke erfgenaam was. De andere broers hadden er geen trek in. In 1988 werd Pieter directievoorzitter, nadat broer Edward was afgezet omdat hij in het geheim de zaak aan een concurrent wilde verkopen. Broer Hugo stapte op toen Pieter de baas werd, waarna Pieter beide broers uitkoopt en de alleenheerser wordt in wat eens een familiebedrijf was. Op dat moment kan hij een man als Victor goed gebruiken. Hij laat Victor het bergings- en zee sleepbedrijf Wijsmuller in IJmuiden reorganiseren. Victor gaat voortvarend aan de slag en weet het bedrijf weer op orde te krijgen met de nodige nieuwe investeerders. Toen het na drie jaar wat minder ging bij Pieter Heerema en een periode van consolidatie begon, stond Victor opnieuw voor een keuze en begint 1 oktober 1991 voor zichzelf, 6 weken voor de geboorte van Olivier, zijn eerste zoon. In 1995 kocht Victor het failliete The Fish Company en wist hiervoor Laurens Hoogland te strikken. Ze probeerden het bedrijf er weer bovenop te helpen maar het project strandde in 2002 met een faillissement.

Pieter Heerema wilde vanwege de consolidatie binnen zijn bedrijf van zijn 50% belang af in Wijsmuller en hij bood Victor zijn aandeel aan. Victor had Wijsmuller zelf voor Pieter Heerema gereorganiseerd en wist dus goed wat hij aangeboden kreeg en wat de potentie was van het sleepvaartbedrijf. Hij mocht de vijftig procent Wijsmuller overnemen voor slechts tien miljoen. Victor had echter zelf geen geld en wist zijn vriend Frits Kroymans hiervoor te strikken. Frits, die hem blindelings vertrouwde vroeg alleen maar of het een goede deal was. “Een hele goede” zei Victor. En dat was genoeg. Frits financierde niet alleen zijn eigen deel maar ook het deel van Victor. Ook betrok hij de schatrijke investeerder Willem Cordia er bij en met zijn drieën richtten ze de Dutch Salvage and Towage Holding op. Willem Cordia was zijn loopbaan begonnen als stuurman bij de Holland Amerika Lijn en trouwde met Marijke Laan wiens vader een grote rederij had in zware ladingen. Dit bedrijf werd later voor veel geld aan Van Ommeren verkocht. Willem Cordia was de directeur van het familiebedrijf en was dus al een belangrijke speler in de haven van Rotterdam. Hij was bevriend en deed veel zaken met Joep van den Nieuwenhuyzen die getrouwd was met de dochter van Gerrit van der Valk. Joep van den Nieuwenhuyzen is berucht vanwege de vele voorkenniszaken en omkoopschandalen met HCS en en RDM. Hiervoor werd hij in 2015 in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar, waarvan 285 dagen voorwaardelijk, en een boete van 150.000 euro.

Enige jaren later wisten Victor, Frits en Willem via een management buy-out heel Wijsmuller in bezit te krijgen. De aandelen Wijsmuller Groep Holding B.V kwamen in handen van hun Dutch Salvage & Towage Holding B.V. (38,88%), Maritiem B.V. (26%), Wijsheid B.V. (12,01%), Investeringsmaatschappij Helvetia B.V., de investeringsmaatschappij van Victor (8,52%) en verschillende privépersonen. Victor werd in 1997 aangesteld als CEO en bleef dit tot 2001. 

Het lukte het drietal echter niet om het bedrijf winstgevend te maken, maar tien jaar later leverde de verkoop van Wijsmuller aan de Deense rederij Moller/Maersk in 2001 wel 284 miljoen op. Frits Kroymans had de aanzet tot de verkoop gegeven omdat hij dringend geld nodig had voor zijn steeds slechter lopende auto-imperium. Victor was tegen de verkoop maar omdat Frits het geld voor de aankoop had gefourneerd kon hij er weinig tegen in brengen. Als goedmakertje kreeg hij van Frits behalve zijn aandeel van dertig miljoen één van de allereerste exemplaren van de Aston Martin Vanquish. Frits Kroymans was importeur van Saab, Alfa Romeo, Kia, Jaguar, Hummer, Cadillac en Corvette en ook dealer van Maserati, Aston Martin en Ferrari.

Naast zijn avontuur met Wijsmuller werd Victor in 1992 ook CEO bij de Emergo Fashion Group en Emergo Sportswear en een jaar later wist hij uit de boedel van het failliete Amerikaanse kledingbedrijf McGregor de gerenommeerde merknaam te kopen. Hij wist het merk nieuw leven in te blazen en bracht vervolgens de McGregor Fashion Group N.V. op 29 april 1999 naar de beurs. Hiervoor richtte hij samen met Jeroen Schothorst en Ben Kolff, beleggingsmaatschappij Investrand BV op. 40 % van het uitstaande kapitaal is toen geplaatst bij het publiek. De leadmanager bij deze beursgang was Rabo Securities N.V. Verkopers waren de drie directeuren, via hun houdstermaatschappijen Investrand B.V., Beheer B.V. en Investeringsmaatschappij Helvetia B.V. Jeroen Schothorst en Ben Kolff bleven in privé ieder ook 70.903 aandelen McGregor houden. Hun beleggingsmaatschappij Investrand hield de belangen in een later opgerichte CV. NV McGregor maakte een nettowinst van 5,2 miljoen.

Leadmanager Rabo had in een onderhandse akte van de houdstermaatschappijen een optie verkregen op de aankoop van nog meer aandelen McGregor. Dit was om de Rabo Securities gedurende de eerste maand na de beursintroductie in staat te stellen de koers van het aandeel te steunen (een zogeheten “greenshoe optie”), waarbij zij het recht had bedongen van terugverkoop na genoemde periode (“reverse greenshoe optie”, ook wel genoemd “claw back”). Voor de houdstermaatschappijen ging het om totaal 132.299 aandelen ofwel 91/2 % van alle aan het publiek verkochte aandelen. Rabo Securities heeft beide opties uitgeoefend, de laatste op 10 juni 1999. Een week voor de uitoefening van de optie hebben Victor en Jeroen Schothorst met hun advocaat van Loyens & Loeff en de vertegenwoordiger van Leadmanager Rabo gesproken over de gevolgen van de uitoefening van de tweede optie.

Victor en Jeroen wilden van hun advocaat weten of zij het officieel moesten melden dat de houdstermaatschappijen de aandelen van de “green shoe optie” terug moesten nemen. Volgens hun advocaat was dat normaal gesproken inderdaad het geval, tenzij de van de leadmanager terug te kopen aandelen zouden worden ingebracht in een nieuw op te richten Commanditaire Vennootschap, waarvan de houdstermaatschappijen de stille vennoten zouden worden. Een BV, waarvan de houdstermaatschappijen de aandeelhouders zouden zijn, zou de beherende vennoot van de CV moeten worden.

De aandelen zouden dan door leadmanager Rabo worden geleverd aan de Besloten Vennootschap die de aandelen op haar naam zou blijven registreren. Een onafhankelijke derde zou worden aangesteld als directeur van de BV met de bevoegdheid om te handelen in de aandelen.

Bijkomend voordeel van deze constructie zou zijn, zo stelde de advocaat van het kantoor Loyens & Loeff, dat via die BV aan- en verkoop transacties in aandelen McGregor zouden kunnen worden gedaan zonder deze te hoeven melden konform artikel 28 h van het Fondsenreglement. Dezelfde advocaat raadde Victor en Jeroen ook aan om de transacties met de effecten te doen via een stroman bij effectenmakelaar KBW Wesselius Effectenbank N .V. Het trio van de Mc-Gregor Fashion Group N.V. , bezat circa 35% van het uitstaande aandelenkapitaal, maar de beurskoers zakte echter al sinds de eerste dag met ongeveer 20% in.

Om de koers op te krikken kochten ze daarom geleidelijk op de beurs via de opgerichte CV Waardevol extra aandelen (ongeveer 5%), waardoor de koers kunstmatig weer omhoog ging. De CV werd met een onderhandse akte opgericht met als beherend vennoot de BV

Maatschappij Motorschip “Waardrecht” met als statutair doel “het verwerven en vervreemden van aandelen McGregor” Hierin nam het trio respectievelijk voor 371/2, 371/2 en 25% deel samen met beherend vennoot Wijsmuller Super Servant II B.V., die 0,1% kreeg. De houdstermaatschappijen werden de stille vennoten.

Ter voldoening aan de inbrengverplichting van haar stille vennoten in Waardevol C.V. zijn op 11 juni 1999 op naam van Waardevol B.V. de van Rabo uit de reverse greenshoe optie afkomstige aandelen McGregor geboekt. Maar de melding van deze transactie op de voet van artikel 46b Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) bleef dus uit, ook aan de compliance officer van McGregor. Ook daarna heeft Waardevol B.V. diverse transacties in het aandeel McGregor gedaan om daarmee de koers op te krikken en de verhandelbaarheid van het fonds te verbeteren. Van geen van deze transacties werd melding gedaan, ook weer evenmin aan de compliance officer van McGregor. Op 30 december 1999 verkreeg Waardevol een totaal kapitaalbelang en een totaal stemrecht van 5,28% in McGregor.

In oktober 2000 nam het McGregor trio ook de vennootschap Gaastra International Sportswear B.V. over. Een deel van de koopprijs betaalden ze met aandelen McGregor. Dan wordt op 28 maart 2002 in het televisieprogramma 2 Vandaag de dubieuze handel in aandelen McGregor met de CV Waardevol openbaar gemaakt, waarna de Autoriteit Financiële Markten (AFM) vragen ging stellen. De rechtbank achtte later bewezen dat de CV Waardevol inderdaad speciaal was opgericht om aan de meldingsplicht ontkomen. De Officier van Justitie vond daarbij dat Jeroen Schothorst moest worden aangemerkt als beherend vennoot en verantwoordelijke van de CV. Waardevol, omdat op hem de plicht tot melden rustte, hij wist van de wet- en regelgeving op dit gebied en omdat hij kennis kon dragen van de omvang van het belang in de aandelen McGregor en dus ook van de toename die gemeld moest worden. De rechtbank stelde vast dat Jeroen ook steeds de opdracht had gegeven voor het uitvoeren van transacties en dat hij het was die daarover overleg pleegde. De directeur van Waardevol had daarin geen andere functie dan dat hij hieraan formeel toestemming gaf. Bij het oordeel betrok de rechtbank verder dat McGregor op de beurs een nieuw fonds was dat nog het vertrouwen moest krijgen van de aandeelhouders en dat het een relatief klein fonds was dat door geringe aan- en verkopen snel kon worden beïnvloed.

Op de laatste beursdag van 2001 kocht Waardevol BV bijvoorbeeld 6.800 aandelen waardoor de koers van de aandelen steeg van 8,10 naar 8,70. De Autoriteit Financiële Markten deed overeenkomstig het besluit van het bestuur aangifte tegen Waardevol BV dat op dat moment Delta Ypsilon B.V. heet. De overtreding van de Wet Melding Zeggenschap hing ook samen met het meer dan 5% belang dat de C.V. in McGregor had, maar dat kwam pas later naar voren tijdens het onderzoek van het Openbaar Ministerie in 2002, waarna McGregor het alsnog meldde. In 2000 zakte het belang van Waardevol B.V. in McGregor weer onder de 3% door een emissie. Toen door een wetswijziging Waardevol niet langer nodig was, werd deze in april 2002 opgeheven. De Rabobank werd vanaf dat moment de liquidity provider. Bij de opheffing zijn de aandelen McGregor uit de CV naar rato weer toegewezen aan Victor, Jeroen en Ben. De rechtbank in Amsterdam veroordeelde Jeroen Schothorst vier jaar later in mei 2006 alsnog tot een geldboete van € 200.000, of 1 jaar hechtenis wegens handel met voorkennis. Commercieel directeur Ben Schothorst en Victor die oud president-commissaris was, werden niet vervolgd, hoewel beiden eveneens bij de koersmanipulatie betrokken waren. De AFM deed in 2003 ook al aangifte tegen het McGregor trio.

Een van de andere B.V.’s hogerop in de keten, Mallanganee Properties hield de aandelen van Casual Wear Shops Nederland B.V. (C.W.S.N.), waarin de Nederlandse McGregor Shops zaten en Victor en Jeroen waren hiervan directeur via privé BV’s. Daardoor hadden zij het uiteindelijk voor het zeggen in de winkel exploitatie en niet de N.V. McGregor zelf. McGregor voorzag het bedrijf en het raceteam van Spyker van kleding en omdat Spyker onder andere deelnam aan de beroemde, grote Le Mans races kwam het merk McGregor hiermee extra in de belangstelling te staan.

In april 2004 trad Victor af als voorzitter van de Raad van Commissarissen van McGregor vanwege zijn positie als topman van Spyker die enige weken daarna naar de beurs ging. Victor verkocht een jaar later, op 20 april 2005 zijn 211.000 aandelen McGregor voor euro 17,50 per stuk aan Jeroen en Ben. Naast de opbrengst van een krappe 3,7 miljoen Euro hield Victor zelf een klein belang van 5,1% en bleef lid van het Bestuur. Daar naast werd hij ook bestuurslid van stichting Rijksmuseum, Stichting Translation Research en was hij ondertussen ook nog steeds bestuurder van Stichting Prioriteit Spyker Cars. Nog geen jaar later in 2006 doet Marcel Boekhoorn de durfkapitalist en voormalig eigenaar van Telford via zijn gelegenheidsconsortium Toeca een overnamebod van 129 miljoen (31 euro per aandeel) en McGregor verdwijnt van de beurs. Victor loopt dan 2,6 miljoen euro mis.

In 1998 had Maarten J. de Bruijn ondertussen de Silvestris conceptcar ontwikkeld en dat had de aandacht van Victor Muller getrokken. Voor Victor was geld op dat moment nog geen probleem en hij wist Maarten zo ver te krijgen dat ze samen op 1 januari 2000 begonnen met het maken van Sportauto’s, waarna ze in augustus 2000 ieder met een eigen B.V. Spyker Cars oprichtten. Ze huurden een fabriek in Zeewolde aan de Oogstweg 27A voor 147.000 euro per jaar en hadden uiteindelijk 45 medewerkers.

Victor gebruikte hiervoor zijn investeringsmaatschappij Helvetia B.V. en Maarten zijn Vice Versa B.V. Beiden kregen de helft van Spyker stamrecht B.V. Het Silvestris model werd doorontwikkeld en in hetzelfde jaar kwam het eerste productiemodel al op de markt, geen coupé maar een cabriolet, namelijk de C8 Spyder, voorzien van een 4.2 V8/400 pk motorblok van Audi. De C8 Spyder werd onthuld op de Birmingham Motor Show.

Aanvankelijk was Spyker een succes, elke gebouwde Spyker was tenslotte uniek, omdat ze speciaal op bestelling en met de hand werden gemaakt en dat sloeg aan.

De aluminium body werd met de hand geklopt in het Engelse Coventry, en dan in Zeewolde door gemiddeld vier monteurs voorzien van een Audi V8 motor. Ook het spuitwerk werd in Engeland gedaan. De C8 Spyder won dan ook in oktober meteen de Vehicle Engineers Design Award. The Spyker C8 Laviolette, een afgeleid model van een gevechtsvliegtuig maakte 4 maanden later zijn debuut op de AutoRAI. In februari 2001 verandert de naam Spyker Cars in Spyker Automobielen.

Spyker

Victor en maarten werkten voor de totstandkoming van de Aileron samen met Lotus. Onder meer de wielophanging en besturing werden aangepast. Tom Coronel maakte op het circuit in Zandvoort een proefrit in het prototype, maar vond de Spyker waardeloos. De Silvestris was duidelijk ontworpen op basis van fraaie interieurmaterialen en pakkende details en de wegligging was blijkbaar van minder of ondergeschikt belang. Tom noemde het dan ook een juwelenkisten op wielen, met een niet al te voortreffelijke wegligging die ronduit instabiel aanvoelde bij hoge snelheden.

Victor zette jaarlijks een of meerdere Spyker auto’s voor zichzelf opzij en zette deze op naam van zijn Zwaanwijck management B.V., later in 2002 Invicta Collection B.V. geheten. De B.V.’s waren eigendom van zijn investeringsmaatschappij Helvetia. Ook Berlinetta Beheer van aandeelhouder Mr Hans Hugenholtz werd hiervoor gebruikt.

Spyker

De totaal twaalf Spyker auto’s en een landrover werden hierna gebruikt om via een leaseback constructie bij Amstel Lease nieuw geld te genereren. Hans Hugenholtz , zoon van de inmiddels overleden directeur van het circuit op Zandvoort stamt uit een racerijfamilie en was zelf zijn hele leven behalve coureur, een groot liefhebber van de racerij. In 1987 werd het Racing Team Holland door Hans en Anthony Mak van Waay nieuw leven ingeblazen. In de jaren tachtig was er veel belangstelling voor historische autoraces.

Het Racing Team Holland besloot zich in deze klasse te profileren en bestond, behalve uit Anthony en Hans, ook uit andere bekende namen uit de racewereld. Hans Hugenholtz werd een graag geziene gast op internationale circuits, en behaalde in deze Historische klasse vele glorieuze overwinningen. Daarnaast deed Hans als coureur mee in de klasse GT International. Vanuit deze voorliefde voor racerij en raceauto’s is Hans al sinds 27 mei 2000 Supervisory bestuurslid van Spyker Cars en is hij Spyker altijd trouw gebleven. Hij reed ook de Le Mans in 2002 en 2003 met de Spyker Double Twelve R die september 2001 werd geïntroduceerd op de IAA in Frankfurt. In de Le Mans 2003 finishte hij met de Spyker 10th in class en 30th overall. De  S- straatversie werd onthuld op de Birmingham Motor Show in Oktober 2002.

Op dat moment bezat Hans Hugenholtz al 6% van de aandelen en toen hij later op 23 februari 2010 voorzitter van het bestuur werd bezat hij al 326.348 aandelen in Spyker Cars.

Hans Hugenholtz is ook CEO en eigenaar van de Vastgoedmaatschappij Hugenholtz Property Group, met vestigingen in België, Frankrijk en Duitsland en van Nerons Holding B.V., een bedrijf dat helmen, motorkleding, accessoires en scooters verkoopt in de Benelux. Voorheen was hij mede-eigenaar en lid van het Bestuur van Zadelhoff Makelaars. Hij studeerde mechanical engineering in Delft en behaalde een graad in Business Financiën van de Erasmus Universiteit.

De C8 Laviolette werd de coupé variant van de C8 Spyder en beleefde zijn wereldpremière op de AutoRai van 2001. De ware eyecatcher bij dit model was het glazen dak. Het C8 model met chassisnummer 015 was bekend van zijn rol in Basic Instinct 2, wat leidde tot een speciale Limited Edition van 25 stuks.

Victor reed privé ook in een C8 maar verkocht deze toen de Amerikaanse rapper Busta Rhymes in 2002 onmiddellijk zo’n Spyker wilde.

In januari 2003 gaat Cavallino Promotions, het bedrijf van de bekende autotuner en racepreparateur Peter van Erp in Zeewolde failliet. Hij kwam sponsoring tekort voor het Lexus-project in het Dutch Touring Car Championship. Zijn tweede bedrijf, Cavallino Engineering, werd ook meegetrokken in het faillissement en hij had al sinds november 2002 uitstel van betaling. Victor hielp Peter er bovenop en Cavallino Engineering werd ingehuurd om de productie van de Spyker sportwagens uit te voeren en ook nam Victor de huur van Cavallino’s pand in Zeewolde over met vier man personeel, inclusief Peter van Erp zelf. Victor maakte hem manager van de raceafdeling dat hij het Spyker Squadron noemde.

Deze deed mee aan verschillende concourses d’elegance in Europa en de Verenigde Staten. De Spyker C8 Spyder T, een twin turbo variant van de C8 Spyder werd gepresenteerd op de IAA in Frankfurt in september 2003. De T-versie met een beperkte productie van 25 exemplaren had een 4.2 V8/525 pk BiTurbo motor uit de toenmalige Audi RS6 serie. Van de C8 Spyder bestond ook een GT racer welke gebruikt werd tijdens Le Mans en FIA GT races.

Ondertussen werd er op 5 maart 2003 door Victor een nieuwe B.V. met beperkte aansprakelijkheid gestart die hij ook Spyker Automobielen noemt. Hij gebruikt hiervoor als vestigingsadres zijn toenmalige woonadres in Baarn. Met de nieuwe B.V. kon hij de naam veilig stellen om er in de Verenigde Staten mee te beginnen. Een dag later op 6 maart 2003 verandert hij de naam van de andere Spyker Automobielen B.V. in Spyker International Motor Holding B.V. en vanaf de beursgang ging het bedrijf Spyker Cars N.V. heten. Weer een dag later richt hij ook nog Spyker Squadron BV op. Op 21 november dat jaar voegt Victor zijn eigen Spyker Automobielen B.V. toe aan het Spyker of North America LLC onder de wettelijke status van de Delaware staat (U.S.). Spyker Cars N.V. stond op het moment van de beursgang in 2004 ruim 6 miljoen euro debet bij HBU, een dochteronderneming van A.B.N. De beursgang moest de debetstand glad strijken. Maar gelijktijdig werd er opnieuw een rekening courant krediet genomen van 2,5 miljoen euro. Daarnaast hadden Victor en Hans nog een half miljoen schuld bij Amstel lease.

Bij de beursgang in mei 2004 deed ook Talpa van John H.H. de Mol mee in de voorplaatsing tegen 15,50 euro per aandeel dat resulteerde in een belang van ruim 28,5 % na afwikkeling van de beursgang. John de Mol was eerder ook al aandeelhouder in de B.V.

Hans (J.)B. Th. Hugenholtz hield 6,5%, via zijn Hugenholtz Holding B.V., Berlinetta Beheer en Milestone Beheer B.V., Nerons Holding B.V., Hugenholtz Project Holding B.V., HPG Belgium N.V. Hugenholtz was ook adviseur voor AstraCom B.V., FROG Systems B.V. en IC/h Holding Hilversum B.V. Verder hadden Victor en Maarten elk 32,5 % van de overgebleven aandelen.

Het bestuur bestond per 27 mei dan uit J. (Hessel), H.M. Lindenbergh, F.J.M. Liebregts (Oud-ING bestuurder) en Hans H.M. Hugenholtz. Liebregts zou later ook directeur van Spyker en commissaris van Swedish Automobile worden.

Multimiljonair Marcel Boekhoorn de eigenaar van Ouwehand Dierenpark kocht 5% van de aandelen op het hoogtepunt van de markt voor 20 euro per aandeel en hij was de eerste die in Nederland daadwerkelijk een C8 Spyder kocht. Victor kreeg een bestuursfunctie in zijn dierenpark.

In mei 2004 richtte Victor de Stichting Prioriteit Spijker Cars op. Behalve Victor met zijn investeringsmaatschappijen Helvetia en Vica Verca holding zijn er dan nog zeven aandeelhouders: Milestone Beheer B.V., alsmede op persoonlijke titel de directeur groot aandeelhouder Johannes Bernardus Theodorus Hugenholtz, Talpa Management B.V., de Surinamer Lijds Oedithnarain Jaharia,(Challenger Management Backup BV), Maarten Johannes de Bruijn, Jan Hessel Marie Lindenbergh en Franciscus Johannes Maria Liebregts.

Het management bestaande uit Victor, Maarten en Lijds ontving jaarlijks elk Euro 150.000 aan management fee. Ook het externe managementbureau Valinter Beheer van Mr. E.J. Schuurman kreeg Euro 180.000 per jaar. Lindenberg, Liebregts en Hugenholtz ontvingen voor hun bestuursfunctie ieder Euro 20.000 per jaar. Totaal 690 duizend euro per jaar om leiding te geven aan een bedrijf dat maar 12 auto’s had geproduceerd, 910 duizend omzet genereerde en een verlies leed van 4,8 miljoen.

John de Mol neemt al snel afscheid van zijn aandelen in Spyker Cars en verkoopt de 588 duizend aandelen (23,62% van het totaal) aan De Vries Robbé, die een additionele lock-up regeling voor een periode van 12 maanden er bij neemt. De brede kennis en het uitgebreide contactennetwerk in Oost- Europa van George Toth, CEO van De Vries Robbé, zijn voor Victor een welkome netwerkuitbreiding. 

Maarten de Bruijn werd in december 2004 door Victor uitgekocht voor twee miljoen euro vanwege een verschil van inzicht over het te voeren beleid. Maarten wilde de ultieme sportwagen door ontwikkelen en Victor wilde ook terreinwagens en steeds weer nieuwe modellen. Of die modellen er uiteindelijk kwamen was voor Victor niet interessant, zijn enige doel was Ferrari te verslaan. Jan Willem Schoenmakers, de productiechef, ging met Maarten mee. Eerst liegt Victor nog tegen de pers en verteld dat Maarten drie maanden op vakantie is, maar al snel wordt de waarheid achterhaald.

Op papier zei Victor 99 Spyker auto’s te hebben verkocht maar in werkelijkheid bleken het er maar 33. Door de vele beloftes die Victor niet nakwam en de vele onwaarheden die hij verkondigde denderde de aandelenkoers van Spyker naar beneden.

In maart 2005 kreeg Spyker in de Verenigde Staten zijn toelating voor de C8 models door de Environmental Protection Agency (EPA). Drie maanden later verkreeg hij de benodigde toestemming van de NHTSA waarmee de modellen in de Verenigde Staten de weg op mochten. Dezelfde maand ging Victor een samenwerking aan met Wilhelm Karmann GmbH voor de productie van het chassis en de carrosserieën.

In maart 2005 op de autoshow in Genève presenteert Victor de Spyker C12 LaTurbie, de eerste Spyker met een 6 liter W12 Audi motor. De koers van een Spijker aandeel verdubbelde meteen naar 22 euro. Hetzelfde jaar wordt hij dan ook uitgeroepen tot Siemens VDO Automotive Manager van het Jaar 2005. Hij versloeg hiermee, bij de door het vakblad Automotive georganiseerde verkiezing, Hans Blink de algemeen directeur van Athlon Car Lease en Luc van Bussel, de algemeen directeur Profile International (Profile Tyrecenter).

De successen op de mondiale races blijven ondertussen niet uit. In september 2005, won de Spyker C8 Spyder GT2R (chassis nummer 046) de 2e plaats in de LMGT klasse bij de LMES (1000 km of Nürburgring, Germany) en in november won dezelfde GT2R de 2e prijs van de GT2 klasse in Dubai bij de FIA GT race. Deze overwinning bleef niet onopgemerkt in Dubai en Victor wist overheidsconcern Mubadala Development Company zover te krijgen dat zij investeerden in Spyker. De ondertekening van het contract werd bijgewoond door Jan Peter Balkenende. Ook het bodywerk viel in de prijzen. De Spyker C8 Spyder werd uit 100 auto’s verkozen tot ’Best New Exotic Car 2006’ door duPont Registry’s Exotic Car Buyers Guide 2006.

2006 begint al goed als Spyker door de leden van een Chinees internet forum bekroond wordt tot ‘Luxury Sports Car of the Year’ En het Chinese Hurun Report gaf Spyker een 2e plaats op de lijst van ‘Favourite Sport Cars’ in Beijing.

Dan in maart op de autoshow in Genève presenteerde Victor de Spyker Super Sports Utility Vehicle (SSUV) D12 Peking to Paris, een 6.0 liter W 12 4-wiel aangedreven 4- deurs super sportwagen. Ook kondigde hij meteen de opening aan van een tweede productielijn die eind 2007 klaar zou moeten zijn en waarop deze SSUV gebouwd zou gaan worden.

Na het eerste kwartaal in 2006 laat hij de pers weten dat hij zeker al 120 exemplaren van de C12 verkocht heeft aan het Midden Oosten, Rusland en China. Het verhaal blijkt niet helemaal te kloppen en de aandeelhouders beginnen het vertrouwen opnieuw te verliezen. Het aandeel Spijker was in 2006 in vergelijking met 27 mei 2004, toen Spyker zijn eerste gang voor 15,50 euro naar de beurs maakte, ondertussen nog maar 64 procent van de introductiekoers waard en dividend werd nooit uitgekeerd. In juni 2006 nam Spyker met 2 auto’s deel aan de 24 Hours van Le Mans en een maand later aan de 1000 km of Nürburgring waar de Spyker als 3e finished. Meteen daarna behaalde een Spyker de 4e plaats bij de 24 uur race van Spa- Francochamps.

De racerij wordt steeds interessanter voor Victor en zijn partners en wanneer Michiel Mol, die getrouwd was met Paulien Huizinga de voormalige Miss Universe Nederland, dan ook plannen heeft om in de Formule 1 te stappen doet Victor gretig mee. Michiel Mol had al ervaring met de Formule 1 toen zijn bedrijf Lost Boys sponsor werd van Jos Verstappen. Nadat Jos Verstappen de Formule 1 verliet, sponsorde Michiel de coureur Christijan Albers. Victor zou dus in een opgemaakt bedje kunnen starten. Samen kochten ze zonder lang na te denken via Spyker het Midland F1-team. Michiel Mol werd hierdoor grootaandeelhouder van Spyker en in september 2006 benoemd tot CEO voor een periode van vier jaar. Omdat het F1 team na een jaar alweer verkocht moest worden vanwege de financiële tekorten bij Spyker baalde Michiel enorm. Michiel wilde het team daarom afsplitsen van Spyker. Hij voelde zich misleid door Victor ten aanzien van de werkelijke financiële situatie bij Spyker. Ná de miljoeneninvestering door familie Mol bleek pas dat de toekomst van de Spyker-fabriek er aanzienlijk minder rooskleurig voor stond dan Victor hem aanvankelijk had voorgespiegeld.

Victor moest zelf ook meebetalen aan de aankoop van het Midland Formule 1 team en de koopsom zou worden voorgeschoten door een Amerikaan. Deze haakte echter af toen de vader van de Amerikaan Alzheimer bleek te hebben.

Aandeelhouder Marcel Boekhoorn schoot Victor te hulp en schoot alsnog elf miljoen euro voor in de verwachting dat Victor zelf nog 3 miljoen zou bijbetalen. Maar Victor zat aan de grond en had het geld niet en financierde het tekort met een Spyker aandelenuitgifte. Dit was tegen het zere been van Marcel Boekhoorn die beslag liet leggen op de Formule1 auto’s van Spyker. De Formule1 wordt voor Victor en Michiel Mol een nachtmerrie. Tot overmaat van ramp rijdt hun coureur Christijan Albers weg uit de pitstop met de slang van de benzinepomp nog in de tank.

Albers werd niet ontslagen vanwege het pitstop ongelukje maar omdat Spyker behoefte had aan extra kapitaal. Mingya European Resorts, de sponsor van Albers voldeed volgens Spyker niet aan zijn betalingsverplichtingen. Maar Mingya ontkende dit. Aan het begin van het seizoen was overeen gekomen dat Mingya European Resorts van zakenman Joep van den Nieuwenhuijzen, een van de persoonlijke sponsoren van Christijan Albers, het gat in de begroting van Spyker F1 zou vullen.

Tegelijkertijd werd echter een sideletter ondertekend waarin stond dat Mingya European Resorts niets hoefde te betalen als er geen nieuwe sponsor door het Nederlandse Formule1 team zouden worden gevonden.

Als reden voor het ontslag van Christijan Albers werd het gat in de begroting, van 1,5 miljoen Euro, dat Mingya European Resorts zou op hoesten aangevoerd. Het bestaan van de sideletter werd hierbij verzwegen.

Een van de persoonlijke sponsors van Christijan Albers, vastgoed ondernemer David Hart, liet ook nog weten garant te willen staan voor de 1,5 miljoen Euro, zodat Christijan het seizoen dan bij Spyker af kon maken. Spyker F1 reageerde niet op dit voorstel en ontsloeg Christijan alsnog, waarna Spyker F1 de Japanner Sakon Yamamoto aannam. Yamamoto betaalde hiervoor ongeveer 16 miljoen Euro.

De Formule1 activiteiten van Victor hebben Spyker Cars uiteindelijk een verlies van 36.1 miljoen euro opgeleverd. Victor wilde de Formule1 vervolgens verkopen maar ook dat lukte hem niet meteen. Wel rond was de voorlopige begroting omtrent de verkoop van de Formule1 activiteiten aan Orange India van Michiel Mol en Vijay Mallya. De boedel van de renstal kostte 88 miljoen euro, inclusief 23.6 miljoen euro aan open staande schulden (waaronder een schuld van 13.5 miljoen euro bij ABN AMRO.

De schuldenvrije verkoopprijs van het team kwam dus op 64.4 miljoen euro. Om de oplopende verliezen ondertussen te dekken leende Victor opnieuw 8,7 miljoen euro bij de Friesland bank die hiervoor als borgstelling de merknaam Spyker verkreeg. Spyker Events & Branding betaalden met een schikking in oktober 2011 aan Orange India 2,5 miljoen Britse Pond, waarvan 1,45 miljoen euro van een geblokkeerde rekening (escrow). Het restant moest binnen 6 maanden worden voldaan. Het akkoord was exclusief de waarborgstelling die Swan had gegeven aan Orange India voor een claim van 1,2 miljoen euro van voormalig F1 team manager Collin Kolles. OIH betwiste de claim van Kolles.

Vries Robbé-eigenaar George Toth ziet het bedrijf ten onder gaan en verkoopt in februari 2006 vrijwel al zijn Spyker aandelen. Hij hield nog 3,9 procent in Spyker over en verloor op de verkoop van zijn aandelen Spyker naar schatting een paar ton. Dit was een van de vele fiasco’s voor George Toth die ook zijn eigen imperium uiteindelijk langzaam zag afbrokkelen.

Hans Hugenholtz werd in 2007 aangesteld als Supervisory Bestuurlid van Spyker Cars voor een periode van vier jaar. Op de 77th Geneva International Motor Show in 2007, deed Victor een poging om de zaak weer op de rails te krijgen.

Hij kondigde samen met de Italiaanse carrosseriebouwer Andrea Zagato en Adrian Sutil een samenwerking aan voor de Spyker C12 Zagato. Het zou een aluminium achterwiel aangedreven sportwagen worden met Formule1 voorkant, uitlaat, automatische 5-bak etc. Deze samenwerking zou echter tot juli 2011 op zich laten wachten wanneer Vladimir Antonov en O’Toole een joint venture beginnen met Andrea Zagato. Ze noemden het CPP Milan. Met wellicht in gedachte “if you can’t beat them, join them” kocht Victor in april 2007 een Ferrari 250 Monza Scaglietti Spyder met een aanschafwaarde van circa 3 miljoen euro. Dat kon hij gemakkelijk doen want hij leende eerder in maart vijfentwintig miljoen van Trafalgar Capital en bovendien wilde Vladimir Antonov Spyker Cars van hem overnemen. Drie maanden later in juli 2007 verkocht Victor dan zijn aandeel in het verliesgevende Spyker Cars aan zijn Russische racevriend, sponsor en bankier Vladimir voor 221.609 euro (36.270 aandelen van 6,14). Wel bleef Victor aan als CEO.

Dan komt Victor opnieuw in opspraak. Bij arrest van 8 februari 2007 deed het Hof van Justitie, uitspraak inzake ten onrechte teruggevorderde b.t.w. op onder andere de aankoop van vastgoed. Victor had btw teruggevorderd van vóór het tijdstip waarop hij voor de btw belastingplichtig was geworden. 

Victor trouwde op 7 juli 2007 voor de 2e keer. Nu met een stewardess. Ze gaan wonen op een privé landgoed in Engeland. Op zijn bruiloft nabij Silverstone krijgt hij van Ben Kolff en Jeroen Schothorst, een replica van zijn nieuwste schip, de Avante van 35,4 meter lang dat hem 2,4 miljoen euro kostte. Deze lag aangemeerd bij zijn huis in Boca Raton in Florida.

Met vier man personeel, verzekering, liggeld en onderhoud, was Victor circa 800.000 euro per jaar aan het schip kwijt. Het schip heette toen het begin jaren zestig gebouwd werd “The Highlander” en werd gebouwd bij de vermaarde Nederlandse scheepswerf De Vries in opdracht van de New Yorkse uitgever Malcolm Forbes.

Michiel Mol werd een maand later bij Spyker opgevolgd door Hans Hugenholtz, zodat Michiel het Formule 1-team kon overnemen. Op 2 september 2007 is het dan zover en neemt Michiel samen met zijn vader Jan Mol en de Indische zakenman Vijay Mallya het Spyker Formule1 team over voor een bedrag van 80 miljoen euro waarna de naam van het team veranderd werd in Force India. Victor heeft dan vrijwel geen Spyker Cars aandelen en geen Formule 1 meer. Victor ontving als CEO alleen nog maar honderdtachtigduizend euro aan salaris en in 2008 werd dit tweehonderdduizend euro. Tijdens de aandeelhoudersvergadering wist hij een nieuw beloningsbeleid door de vergadering te loodsen. En dat terwijl er over heel 2007 slechts 26 auto’s verkocht waren en het personeelsbestand was gekrompen van 417 naar 117 fte.

21 januari 2008 werd de 32 jarige Vladimir Antonov benoemd tot voorzitter van de raad van commissarissen bij Spyker Cars. De voordracht was onderdeel van een kapitaalinjectie van 34,5 miljoen euro (4 euro per aandeel) door zijn Snoras bank uit Litouwen.

Vanaf dat moment waren de verhoudingen als volgt UAB Snoro Turto Valdymas: 29,82 %/ Mubadala Development Company: 14,98%/ Merchant Bridge Managers Inc.: 4,48%/ Global Opportunities (GO) C.A.M B.V.: 4,86%/ J. Mol: 12,18%/ V.R.R. Muller: 8,76%/ HPH BV: 2,92%/ M.M.J.J. Boekhoorn: 5,65%. De resterende 15% was in handen van overige aandeelhouders, die elk minder dan 5% hielden.

GEM Global Yield Fund Limited had dezelfde maand een deel van de aandelen van Snoras overgenomen en op 30 januari 2008 had deze een belang van 11,91%. Snoras bezat nu nog maar 29,82%, en leende Spyker 16 miljoen euro om de komende tijd te overleven.

Een gedeelte van 9,5 miljoen euro zou eind 2008 worden omgezet in aandelen, waardoor Snoras uitkwam op een belang van bijna 30%. Mubadala was het investeringsbedrijf van de emir van Abu Dhabi, dat werd opgezet om de oliewinsten van het Golfstaatje op verantwoorde wijze te sparen. Merchant Bridge Managers en GO Capital waren de twee private investeerders die in 2006 na het succes in Dubai bij de eerdere financieringsronde binnenkwamen.

Jan Mol, de vader van Michiel Mol bezat eerder nog een kleine 30%, maar gaf een pakket aandelen terug. Snoras hoefde slechts 4 euro per aandeel te betalen, terwijl Mol ruim een jaar eerder nog 20 euro betaalde. Deze verwatering samen met de koersdaling leverde Mol een verliespost op van ruim 16 miljoen euro. Jan Mol, was tot aan de deal met Snoras de grootste geldschieter in Spyker. Zoon Michiel bracht naar buiten dat er bij Spyker gezwendeld werd en dat er verschillende Spyker auto’s rond reden met hetzelfde kenteken om zo te doen voorkomen dat er meer Spyker auto’s rondreden dan dat er in werkelijkheid geleverd waren om zo de dure BPM uit te sparen. Victor stelde vervolgens Michiel Mol aansprakelijk voor de schade die hij had opgelopen door deze uitspraken. Als gevolg van deze aangifte noteerde het aandeel Spyker Cars zo’n 25% hoger op 4,60 Euro. 

Snoras bank werd in 2008 de hoofdsponsor van het spyker Squadron. Victors cash flow ging zienderogen achteruit en in oktober 2009 liet hij zijn Rolls-Royce Phantom I ‘Jarvis Torpedo’ uit zijn collectie veilen op het Sotheby’s ‘Automobiles of London’ evenement. In 1929 werd de Rolls voor 3.000 Engelse ponden verkocht aan een Indiase Maharadja en in 1976 werd de auto als een wrak teruggevonden in Calcutta. Victor heeft de Rolls helemaal laten restaureren en in 2006 werd de Rolls voor het eerst weer tentoongesteld tijdens het Concorso d’Eleganza Villa d’Este, waarmee hij de Trofeo Rolls-Royce won voor meest elegante Rolls-Royce op de show. Onder de motorkap ligt een 7.7 liter grote zes-in-lijn motor die 110 pk levert met een topsnelheid van160 km per uur.

Hij had gehoopt dat de Rolls zo’n twee miljoen euro op zou brengen, maar op de veiling in 2008 werd geen koper gevonden. Ook nu was er weinig belangstelling en de Rolls werd uiteindelijk verkocht voor slechts 478.000 euro. De bijzondere Rolls-Royce uit 1928 werd gebouwd als experimentele auto. In dat bouwjaar heeft Rolls-Royce enkele lichtgewicht auto’s gebouwd (15EX, 16EX en 17EX) om de topsnelheid van 150+ km/u van concurrent Bentley te kunnen evenaren.

Spyker ging ondertussen steeds slechter draaien en in november 2009 noteerde het aandeel Spyker nog maar rond de 1,50 euro. Victor had in die jaren talloze beloftes aan de aandeelhouders gedaan, waarvan er niet één was uitgekomen en iedere weg die Victor met Spyker Cars insloeg liep dood. Spyker Cars wrong zich in allerlei bochten, maar de verkoopcijfers bleven officieel steken op 36 auto’s en de Vereniging Effecten Bezitters (VEB) vraagt zich nog altijd af hoeveel Spyker auto’s er daadwerkelijk ooit gekocht en betaald zijn voor een commercieel verantwoordelijke prijs aan echte klanten.

Het verlies per geproduceerde Spyker was 740.000 euro en het eigen vermogen van de firma slonk naar 2,6 miljoen euro bij een omzet van 6,6 miljoen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Vereniging van Effecten Bezitters (VEB) waren al die jaren al behoorlijk nerveus van de Victor Muller werkwijze en beiden probeerden via de Ondernemingskamer de jaarrekening 2006 van Spyker te laten herzien omdat deze niet meer dan gebakken lucht zou zijn. Spyker had in de eerste helft van dat jaar slechts zeventien auto’s geproduceerd, waarvan er slechts zeven daadwerkelijk verkocht waren. Michiel Mol liet zich via de pers ontvallen dat de AFM nog maar het topje van de ijsberg beroerde.

Die verwatering ten koste van eerdere aandeelhouders zou zich in de komende tijd voortzetten, omdat Snoras, Victor en interim-ceo Hans Hugenholtz, vier miljoen euro aan leningen omzetten in aandelen. Naast een vast salaris en optierechten, maakte Victor in 2009 aanspraak op een bonus voor de korte- en lange termijn.

De Telegraaf schreef na een tip van Karmann carrosseriebouw over de financiële problemen van Spyker en andere media nemen het verhaal over en de crediteuren raken in paniek. Ook verzekeraar Zürich en bandenleverancier Dunlop/Goodyear kregen hun rekeningen niet betaald. ‘Allemaal gelul,’ beweert Victor als hij met de liquiditeitsproblemen van Spyker wordt geconfronteerd, Maar vanwege de commotie trad hij wel officieel terug als CEO van Spyker tot de rust was teruggekeerd.

In maart 2009 benoemde Victor Hans Go tot CFO in plaats van Lex Roukens, die het slechts tien maanden vol hield. Hiervoor was Hans Director Investment Banking bij AB Capital Dubai, en daarvoor werkte hij zeven jaar voor private investeerders, meestal in de functie van CFO. Als mede oprichter van het IMRA Network deed hij verschillende opdrachten als financieel adviseur. Tot het jaar 2000 werkte Hans in Nederland, China en Vietnam voor Unilever in management functies in financiën, logistieke zaken, ICT en Business development. Hij heeft een Graad in Business Economics en studeerde af als accountant op de universiteit van Amsterdam.

Het auto-imperium van Victor’s vriend en ex-zwager Frits Kroymans met een omzet van twee miljard euro en 3.800 personeelsleden ging ondertussen op 31 maart 2009 failliet, elf dagen na de verkregen surseance van betaling. De curatoren Kemp en De Jong constateerden in 2014 dat er  frauduleus was gehandeld omdat Frits Kroymans vlak voor de uitspraak van het faillissement nog snel gezonde delen wist te verkopen aan nevenbedrijven en een bonus wist te incasseren door nieuw geïmporteerde auto’s als verkocht te boeken.

De curatoren merkten op dat vooral accountant KPMG en de banken hierbij betrokken waren. In januari 2009 werden onder meer Parts, Industrieel Divisie en ARM Stokvis uit de Kroymans Groep gehaald. Gezonde bedrijfsonderdelen werden voor slechts een euro overgedragen aan een zusteronderneming van Frits Citadel Enterprises. De beschuldigingen van de curatoren waren slecht nieuws voor voormalig Getronics-topman Klaas Wagenaar. Als KPMG partner had hij namelijk Frits geadviseerd. Frits liet uiteindeijk een schuld achter van circa 1,2 miljard euro, maar ontsprong privé de dans.

Op 20 november 2009 maakte Victor bekend dat de productie van Spyker Cars in Zeewolde zou worden beëindigd. De assemblage zou voortaan plaatsvinden in het Britse Coventry. Het jaar werd afgesloten met een verlies van 22,9 miljoen. Dankzij zijn vriendschap met ondernemers als Pieter Heerema, Willem Cordia en Frits Kroymans kon Victor zich al die tijd toch redelijk redden. Hij kocht na zijn scheiding een villa op Mallorca tegenover Frits. Zijn ex bleef in het huis in Baarn.

Victor zorgde met een constructie via zijn twee investeringsmaatschappijen dat hij officieel de ruim 34 procent van de aandelen Spyker Cars van Vladimir in handen had. Echter bij 30 procent of meer was hij als aandeelhouder wettelijk verplicht tot het uitbrengen van een openbaar bod. Door een belang van 7,47 procent weg te sluizen naar Dorwing Solution Limited op Cyprus kon hij aan deze verplichting ontkomen.

Vladimir Antonov gebruikte dezelfde Ltd later in 2011 voor een grote vastgoedtransactie. Stroman in deze Ltd was zakenvriend en leverancier Brendan O’Toole die ook samen met Vladimir Antonov en Mr. V. Oplanchuk een familielid van Antonov en mede-oprichter was van Coventry Prototype Panels (CPP), het bedrijf waarnaar Spyker de assemblage naar had overgeheveld en dat ook de body’s van de nieuwe Aston Martin One-77 bouwde. Coachbuilder CPP kocht behalve Spyker ook het Britse merk Bowler. Bowler is de fabrikant van onder andere de Wildcat en Nemesis. Behalve van Danforth Ventures en Desolery Holdings is de Covers Group van Antonov ook eigenaar van North One sport, het bedrijf dat de commerciële belangen van het WRC kampioenschap exploiteerde. North One Sport produceerde ook TV programma’s, zoals bijvoorbeeld Fifth Gear.

Over de gehele wereld vormden liefhebbers 38 Saab konvooien om het merk te steunen. In Nederland reed even daarvoor een konvooi van 585 Saab auto’s om het merk een hart onder de riem te steken bij de onzekerheden rond het voortbestaan. Er werd een rit verreden van Soesterberg naar Muiden. Op het eindpunt waren nog eens tweehonderd Saab auto’s aanwezig, die te laat waren voor de inschrijving.  Victor zag het spektakel aan en bedacht een plan. Hij liet in de pers naar buiten brengen dat Spyker en het door Bernie Ecclestone ondersteunde Genii Capital de handen ineen hadden geslagen voor een overname van het noodlijdende Saab.  Dit geld dat in 2017 moest worden terugbetaald was essentieel voor het welslagen van de overname.

15 juli 2010 moest de 2e betaling van 24 miljoen dollar volgen. Voor de aankoop werden behalve de Europese Investeringsbank (EIB), General Motors, Victor Mullers eigen BV Tenaci (die drie dagen voor de transactie werd opgericht met als enige aandeelhouder de investeringsmaatschappij Helvetia van Victor), Pieter Heerema en het hedgefund GEM Global Yield Fund Limited ingeschakeld. Via Tenaci en GEM Investment Fund hield Antonov grip op Saab en Spyker Cars.  Spyker Cars N.V. betaalde General Motors in totaal 74 miljoen dollar voor Saab.

Heerema had het Saab reddingsplan van Victor aangehoord en besloot uit eigen beweging ook voor vijfentwintig miljoen euro in te stappen. Spyker Cars kreeg hierdoor voor een miljard aan bezittingen, waaronder honderden miljoenen die General Motors in Saab had geïnvesteerd, 400 miljoen aan vastgoed, 200 miljoen cash en 326 miljoen dollar aan preferente aandelen. Spyker Cars had volgens de Nederlandse beursregels echter nu wel een nog groter negatief eigen vermogen.

De 326 miljoen dollar aan preferente aandelen die werden uitgegeven aan General Motors gelden op Euronext als schuld. In Zweden gelden zij wel als eigen vermogen. Victor had dan ook het plan om de beursgang in Nederland te beëindigen en deze over te hevelen naar Zweden. General Motors had ondertussen ook al een akkoord bereikt met Beijing Automotive Industry (BAIC) over een onderdeel van Saab.

Saab

Er werden in 2009 nog maar 40 duizend Saab auto’s verkocht, 60 procent minder dan in 2008. De vierhonderd miljoen winst van 2009 kwam door afschrijvingen op 75 procent van de leningen en de verkoop van de productielijn van de oude Saab 9-5 aan BAIC. Die bracht daarna onder de merknaam BAW een gefacelifte versie van de ruime middenklasser op de markt, de C71. Het bedrijf kocht ook de intellectuele rechten op van het vorige model van de Saab 9-3 en ging die als C60 een tweede leven geven. De hele transactie leverde General Motors 1,2 miljard op. De Chinezen kochten de productielijn maar mogen die uitsluitend in China verkopen. De nieuwe 9-5, die ook werd geïntroduceerd, viel buiten deze deal.

Een eerdere potentiële koper van Saab onderdelenproducent Koenigsegg was 24 november 2009 afgehaakt waarna General Motors op 12 januari besloot om het bedrijf te liquideren.

Victor nam contact op met General Motors en binnen acht minuten kreeg hij een telefoontje terug en de deal werd beklonken. Victor maakte handig gebruik van het tien miljoen euro kostende voorwerk en boekenonderzoek dat Koenigsegg al had gedaan. General Motors moest snel van Saab af vanwege de 47 miljard aan staatssteun die het had ontvangen om het bedrijf überhaupt overeind te houden. Het bedrijf moest afgeslankt worden en verliesgevende onderdelen moesten snel weg.

Saab draaide al twintig jaar nooit echt goed en werd in 1990 na een fusie met de Zweedse vrachtwagenfabrikant Scania afgesplitst. De helft van de aandelen kwam in handen van de familie Wallenberg en de andere helft kocht General Motors. In 2000 werd Saab een volle dochter van General Motors, maar winstgevend werd het nooit.

Door de Zweedse regering werd in november 2009 een Brits onderzoeksbureau ingehuurd voor een antecedentenonderzoek naar de bestuurders en commissarissen van Spyker Cars N.V., waarbij vader Alexander en zoon Vladimir Antonov niet door de goedkeuring kwamen. Victor moest dus voor de koop verplicht eerst Vladimir lozen.

De Snoras-bank is deels het eigendom van Antonov, die in 1998 als effectenhandelaar een grote klapper maakte met de roebelcrisis. Alexander, de vader van Vladimir werd in maart 2009 in Moskou neergeschoten. Hij overleefde de aanslag. De schutter was naar zijn huis gereden en vuurde achttien kogels op Alexander af toen hij naar buiten kwam. Vijf kogels troffen hem in zijn buik en hij raakte een stukje van zijn vinger kwijt. Zijn bodyguard raakte gewond aan zijn been. De Russische krant Kommersant speculeerde dat het een maffia gerelateerde aanslag was in verband met de verkoop van Kaliningrad Seaport, waarbij zowel de vader als de zoon betrokken waren. De Snoras bank in Lithouwen is behalve van de Antonovs ook onderdeel van de Konvers bank. De Konvers bank is van de Russische MDM groep die weer toebehoort aan Andrei Melnichenko en Sergei Popov. Door Antonov toe te laten zou belangrijke technologie naar de Russen gaan.

Victor moest de aankoop van Saab door Spyker Cars nog wel aan de aandeelhouders en de VEB zien te verkopen. De pers werd bij de aandeelhoudersvergadering geweerd en Victor hield zijn verhaal voor de 45 aanwezige aandeelhouders. Åke Jonsson, de CEO van Saab, zit naast hem en luistert ruim een uur naar het voor hem onverstaanbare Nederlands.

Saab maakte volgens Victor eerder nooit winst omdat de enorme winsten van Saab Groot Brittannië en Saab USA voor het grootste deel naar General Motors ging. En de aandeelhouders van Spyker Cars zouden er op vooruit gaan omdat Spyker Cars proletarisch zou kunnen gaan winkelen in de winkel van Saab. Spyker Cars zou enorm gaan profiteren van de kennis van de ingenieurs van Saab en ook de inkoopvoordelen moesten niet vergeten worden, zo stelde Victor.

VEB directeur Jan Maarten Slagter maakte nog wel kritische kanttekeningen bij het betoog van Victor en gaf aan dat de aanwezigen uiterst teleurgestelde beleggers waren. “Het aandeel Spyker Cars N.V. kwam op 27 mei 2004 voor 15,50 euro naar de Amsterdamse beurs en na 5 en een half jaar noteerde het aandeel november 2010 rond 1,50 euro en dividend werd nooit uitgekeerd” zo proclameerde hij.

De VEB directeur waarschuwde de aanwezige beleggers voor het buitengewone risico van de transactie. “De VEB heeft er een hard hoofd in dat het u dit keer wel zal lukken, dat mag u best weten” meldde hij Victor en hij gaf er bij aan dat er weinig keuze was omdat het alternatief (doorgaan op de oude voet) vermoedelijk een bijzonder snel einde van Spyker Cars zou betekenen.

Victor deed het relaas af met de woorden “this company is profitable in 2012”. Door de overname zou het fusiebedrijf Saab-Spyker volgens Victor een op papier uiterst solide balans met bezittingen krijgen, wat neerkwam op 60 euro per aandeel. Het eigen vermogen per aandeel zou oplopen tot 16 euro. Victor sprak er zijn verbazing over uit dat de koers van het aandeel Spyker daar op dat moment zo ver onder stond en gaf de VEB hiervan de schuld.

Victor gaf aan dat Saab een negatief werkkapitaal had, dat groter zou worden naarmate Saab harder zou gaan groeien omdat GMAC de geproduceerde auto’s binnen twee dagen betaald, terwijl veel leveranciers van onderdelen pas na bijvoorbeeld 60 dagen hoefden te worden betaald. De topman van Saab, Jan Åke Jonsson presenteerde vervolgens nog een businessplan waarin Saab in 2012 winstgevend moest zijn.

Hij stelde daarin dat de productie van Saab die in 2009 op 29.000 auto’s lag en dat dit in 2010 naar 64.000 auto’s zou gaan, (in werkelijkheid werden er maar 28.300 verkocht). In 2011 zouden er wel 103.000 Saab auto’s worden gemaakt en in 2012 een winstgevende 124.000. De aandeelhouders waren zoals gewoonlijk onder de indruk van het relaas van Victor en zijn nieuwe rechterhand en stemden vervolgens massaal in met de overname.

Victor’s eerste plan om Vladimir het vastgoed van de Saab fabriek te laten kopen en weer op gang te helpen kreeg geen goedkeuring van de Europese Investeringsbank (EIB). De EIB had het uitsluiten van Vladimir Antonov als voorwaarde verbonden aan de lening aan Saab en zou dat onder druk van de Zweedse overheid hebben gedaan. Eerder gaf het Zweedse National Debt Office wel toestemming voor de komst van Vladimir en ook General Motors ging akkoord.

Victor ontkent alle beschuldigingen aan het adres van Vladimir als zou hij betrokken zijn bij illegale transacties, zoals het witwassen van geld. Door de beschuldigingen moest Victor Vladimir eerst uitkopen bij Spyker Cars voordat hij Saab mocht overnemen. Vladimir krijgt hierbij juridisch advies van een team van Simmons & Simmons onder leiding van Pieter van Uchelen, Daphne Brinkhuis en Michiel Wurfbain. Ondertussen liet hij door een eigen team ex FBI agenten onderzoek doen naar de maffia beschuldigingen en een rapport maken om zijn onschuld aan te tonen en zijn naam te zuiveren.

Victor sloot bij Vladimir een privélening af voor zijn Tenaci holding en gaf Spyker Cars (exclusief schulden) hiervoor in onderpand aan de RMC Convers Group van Vladimir. Wanneer Victor op 31 december 2010 de geleende 31 miljoen niet zou hebben terugbetaald, kon Danforth Ventures (een investeringsbedrijf van Vladimir) Spyker Cars zelfs uit de boedel trekken als hij dat zou willen. Vladimir Antonov had dus via een achterdeurconstructie al die tijd niet alleen de controle over Spyker Cars NV, maar ook over Saab. De aandeelhouders van Spyker Cars hadden geen toestemming gegeven voor deze transactie.

In augustus 2010 moet Victor Muller geopereerd worden aan zijn galblaas. Hij laat dit even snel doen in Amerika om direct door te vliegen naar Monterey, Californië om bij het Pebble Beach Concours D’Elegance te kunnen zijn. Pebble Beach is het belangrijkste premiumevenement met introducties van nieuwe auto’s en conceptauto’s. Spyker liet daar in 2009 de open versie van de Aileron zien en dit keer had Spyker een Saab- en Spykerpaviljoen gebouwd waar onder andere de Saab 9-5 Aero Sedan te zien was. Nog geen maand later werd Victor verkozen tot ondernemer van het jaar. Volgens Automotive News Europe, organisator van de Eurostars Awards 2010, toonde Victor “buitengewone vasthoudendheid tijdens de langdurige onderhandelingen over de aankoop van Saab Automobile van General Motors”. “Muller heeft Saab van de ondergang gered en wist het merk voor de toekomst te behouden”, zo stelde de woordvoerder.

Victor ontving van Vladimir voor het leiden van Spyker voor 2010 een management fee van 550.000 euro en een bonus van ruim 508.000 euro. Daar bovenop ontvangt Victor nog eens 120.000 aandelen van het bedrijf maar Spyker Cars heeft op dat moment over 2010 een totaalverlies van 218 miljoen euro geleden en Saab 330 miljoen (bij een omzet van 690 miljoen). De circa honderd leveranciers, waaronder Plastal die de bumpers maakte voor Saab Automobile AB konden niet meer betaald worden en de crediteurenstand liep op naar 60 miljoen euro.

Victor verkocht de 120.000 aandelen die hij kreeg voor de succesvolle overname van Saab gelijk door voor Euro 3,13 per aandeel wat hem 375.600 euro opleverde. Na de verkoop van zijn aandelen loste hij meteen de schuld in bij zijn garage. Nam wat rust en liet zijn ogen laseren. Na de geslaagde operatie kon Victor zijn bril definitief wegleggen.

De 61-jarige Ad Kaptein werd door Victor benaderd voor een lening. Hij zou Victor 1 miljoen euro lenen in ruil voor Spyker Cars aandelen, maar toen het geld niet los kwam en de aandelen door Kaptein al weer doorverkocht bleken deed Victor aangifte en liet voor 1,1 miljoen Euro beslag leggen op de bankrekening en het huis van Kaptein. Kaptein beweerde wel degelijk betaald te hebben “Muller liep achter met zijn betalingen aan mij in verband met een eerdere lening. Daarom zou ik hem opnieuw een miljoen euro lenen, maar dan met een aandelenpakket Spyker als onderpand. Vervolgens voldeed Victor maar deels aan de gestelde voorwaarden, terwijl ik hem al wél een half miljoen euro had betaald”. (De kwitantie was een vervalsing waarvan Victor aangifte deed bij de officier van justitie in Roermond).Ad: “Daarom heb ik de 160.000 aandelen die hij mij gaf als onderpand gewoon verkocht” De rechtszaak hierover werd door Victor gewonnen en Ad Kaptein moest Victor de 440.000 euro terugbetalen.

Om aan geld te komen verkoopt Victor een flink deel van zijn waardevolle oldtimerscollectie met onder andere een aantal klassieke Spyker auto’s, Rolls Royces en Ferrari’s en ook zijn schip zette hij te koop. Zijn enige bezit, een klein huis in Loosdrecht bleef over, al zijn andere vastgoed heeft hij dan al verkocht. Het water stond Victor tot aan zijn lippen. Bij Marcel Boekhoorn stond hij voor enkele miljoenen in het krijt en verschillende betrokkenen bij Spyker zouden Victor privé hebben geholpen via zijn investeringsbedrijfje Epcote.

Victor maakte Hans Go, die eerder de CFO van Spyker Cars was, per 24 februari 2011 directeur bij Tenaci. Daar werd hij als directeur verantwoordelijk voor de privélening die Victor bij het Danforth Ventures van Vladimir had lopen. Het contract van Hans Go liep in juli 2011 af. Victor is op dat moment geen 100% aandeelhouder meer van zijn eigen Tenaci dat gehuisvest was op zijn woonadres villa Helvetia “In Aere Salus” aan de Beaufortlaan 4 in Baarn. Victor had de villa uit 1902 met 14 kamers in 2012 te koop gezet voor 2.350.000 euro. Het pand moest oorspronkelijk 2,6 miljoen euro opbrengen, maar dit werd twee jaar later verlaagd met een kwart miljoen.

Het pand is ondertussen gerestaureerd, onder auspiciën van architect Piet Boon. Om de investering van Vladimir veilig te stellen zette Victor in februari 2011 een splitsing in gang en Spyker Cars NV tekende een intentieverklaring voor de verkoop van Spyker aan het Britse bedrijf CPP Global Holdings Limited van Vladimir Antonov. In september verviel deze intentieverklaring en zou Spyker verkocht worden aan een Amerikaanse investeringsgroep North Street Capital. Victor spiegelde de aandeelhouders voor dat het ging om het voorkomen van verwatering van de aandelen Spyker Cars. “Bovendien zou een winstgevend Spyker nauwelijks bijdragen aan het totale resultaat. “Op deze manier brengen we de focus terug op Saab en kunnen we tegelijkertijd de schuldenlast verlagen”, zo vertelde Victor, er aan toevoegend dat het Spyker¬onderdeel slechts goed is voor 1,1% van de totale omzet van Spyker Cars NV.

 

De opbrengst van de verkoop bestond uit twee delen; bij afronding van de deal zou Spyker Cars NV 15 miljoen krijgen plus een zogenaamde ‘earn-out’, waarbij afhankelijk van de prestaties in de periode 2011-2016 een maximum van 17 miljoen zou worden betaald.

De 32 miljoen zou worden gebruikt voor aflossing van schulden die Spyker Cars NV heeft aan Tenaci Capital, het investeringsbedrijf van Victor. (Genoemd naar zijn lijfspreuk  “Nulla tenaci invia est via). Bovendien zou Tenaci dan binnen 6 maanden na afronding van de deal haar converteerbare lening omzetten voor 9,5 miljoen en daarnaast nog een aanvullend bedrag van 7,5 miljoen omzetten.

“Als alles perfect gaat, zou de schuld van Spyker aan Tenaci in 2016 met 49 miljoen euro verlaagd kunnen zijn”, zo verteld Victor. Op dat moment heeft Spyker Cars NV twee leningen voor een totaal van 92 miljoen euro lopen, waarvan de lening aan Tenaci 74 miljoen bedraagt. Het aandelenkapitaal van Victor is op 25 maart 2011 nog 36,36 procent, bestaand uit 1.505.632 opties, 2.533.333 aandelen A en 4.433.829 gewone aandelen.

Reclamebureau Lowe Brindfors zegt eind maart, na 19 jaar de samenwerking met Saab op, omdat ze al van af december 2010 niet meer betaald werden.

Victor reisde spoorslags af naar China voor nieuw geld en gebruikte zijn beproefde oude truc. Hij maakte goede sier met het goede merk Saab, de verwachte prachtige nieuwe modellen en de superieure technologie en hij kreeg al snel Great Wall Motor zo ver dat ze daarin wel wilden investeren.

Maar ook Hawtai was geïnteresseerd en deze besloot Great Wall voor te zijn met een deal voor 30% van de aandelen voor 150 miljoen. Great Wall werd door Victor aan de kant gezet en op 3 mei 2011 werd met veel persaandacht de overeenkomst door beide partijen ondertekend.

De deal moest echter nog wel goedgekeurd worden door de regering van China. Negen dagen later ketste de deal alsnog af. Victor meldde dat dit te wijten was aan het niet verkrijgen van toestemming door de Chinese regering, maar Hawtai meldde daarentegen dat Victor ze een andere voorstelling van zaken had gegeven. Zodra ze van de financiële problemen bij Saab hoorden trokken ze het aanbod in.  Gelukkig voor Victor waren er inmiddels nog meer Chinese gegadigden, waaronder Pang Da Automobile Trade Co., Ltd (Pang Da). Victor kreeg China’s grootste autodistributeur met meer dan 1100 dealers zo ver dat ze niet alleen wilden investeren maar ook dat ze alvast 630 Saab auto’s bestelden voor verkoop en distributie in China.

Uit de deal kreeg Victor 30 miljoen euro voor de aankoop van auto’s en 15 miljoen euro extra voor een volgende bestelling binnen 30 dagen er na. Tegelijkertijd zou Pang Da een aandelenpakket overnemen van 65 miljoen Euro (4.19 per aandeel) wat inhield dat Pang ook voor 24% eigenaar van Spyker Cars zou worden en dus deel zou gaan uitmaken van het bestuur. Pang Da en Victor tekenden tegelijkertijd een 50/50% joint venture voor de verkoop van Saabs in China. Victor had er echter niet op gerekend dat goedkeuring van de National Development and Reform Commission (NDRC), zo lang ging duren en de liquiditeit van Saab holde ondertussen achteruit.

De Chinezen waren allemaal erg geïnteresseerd om grote merken en een goede marktpositie in Europa te verkrijgen en voor Victor was het redelijk eenvoudig om met verschillende partijen tegelijk te onderhandelen en er de beste deal uit te slepen.

Victor deed ondertussen mee met de Mille Miglia rally op 11 mei. Elk jaar doen er weer een aantal Nederlanders mee om 1000 kilometer af te leggen in een auto die gebouwd is tussen 1927 en 1957. Ook Jan Peter Balkenende was weer van de partij en die reed de race samen met Gijs van Lennep in een klassieke Porsche 550-1500 uit ’55. Victor reed samen met zijn zoon Olivier in een Saab 93. Ook Bernhard Jr & Prins Maurits in een Porsche 5501500 RS waren van de partij.

Frits Kroymans kreeg ondertussen behalve zakelijk ook privé steeds meer problemen en scheidde van zijn vrouw Marijke. Zijn kapitale huis Sterrenschans aan de Vecht wilde ze echter niet afstaan.

Grootaandeelhouder Mubadala verkleinde 16 mei 2011 het belang in Spyker van 19,98 tot 14,59 procent en ook Heerema nam afstand van Spyker. Het management team van Swedish Automobile wordt dan drie dagen later op 19 mei officieel uitgebreid met Rob Schuijt als Senior Vice President Corporate Development, verantwoordelijk voor de strategie bedrijfsontwikkelingen. Rob Schuijt had eerder een onafhankelijk adviesbureau en was partner en vice president van Booz Allen & Hamilton (Booz & Company), een internationale private management consulting bedrijf. En daarvoor was hij partner in Adviesbureau Heidrick & Struggles. Rob is advocaat en studeerde net als Victor af in Leiden, zijn MBA haalde hij op het Darthmouth College in de Verenigde Staten.

Als onderdeel van zijn aanstelling kreeg hij recht op 300.000 aandelen Swedish Automobile, wat werd geformaliseerd op de grootaandeelhoudersvergadering. De aandelen zouden gefaseerd worden toegewezen in jaarlijkse transacties van elk 100.000 aandelen. De wijziging van de statuten werd gepasseerd door Allen & Overy LLP, advocaten, notarissen en belastingadviseurs uit Amsterdam. Per I juli 2011, had Rob nog geen aandelen.

Speciaal voor het bezoek van Pang Da eind mei 2011 aan de fabriek werd de lopende band een week lang aangezet en rolden er toch een paar honderd auto’s van de band. Even leek het voor de Chinezen dat ze echt waar voor hun geld zouden krijgen. Ook de 30 miljoen kostende windtunnel en de botsproefafdeling waren indrukwekkend genoeg om de laatste twijfels bij de heer Pang weg te nemen. Pang vertrok en een week later lag alles bij gebrek aan banden en bumpers en geld weer stil.

In Noord Amerika ging Saab nog wel door met de introductie van drie in Ramos Arizpe Mexico gebouwde nieuwe modellen. De nieuwe 9-3 Griffin werd in april geïntroduceerd en in juli de nieuwe crossover, de 9-4X. In oktober zou de 9-5 Estate als derde model op markt komen, waarna in november de introductie in Europa zou volgen. Om het totale verband tussen Spyker en Saab te elimineren verandert de naam Spyker Cars NV dat een notering heeft aan de beurs in Amsterdam en Stockholm op 15 juni 2011 in Swedish Automobile N.V. met als adres Zeewolde. Op deze manier werden de investeringen van Vladimir veilig gesteld en tegelijkertijd kreeg Vladimir zijn tijdelijk aan Victor verpande Spyker Cars weer terug. Daarnaast had Vladimir nog steeds eigendomsrechten op Swedish Automobile via Tenaci Capital, Danforth Ventures en Epcot.

Op 19 mei werd in de General Meeting of Shareholders gestemd over de naamswijziging van Spyker N.V. in Swedish Automobile N.V., met daarop volgend de verkoop van Spyker aan CPP Global Holdings. Ook werd Mr. R. Schuijt gekozen tot statutory member of the Management Board. Mr. J.A. Jonsson trad terug as CEO van Saab Automobile. Heerema was per 21 maart al vertrokken.

Hans Go stapte op per 1 Juli. Het terugtreden van Saab-directievoorzitter Jan Åke Jonsson en de nieuwe aandelenemissie door Spyker leken voor de Zweedse regering als een verrassing te komen. “Ik heb de nodige vragen”, stelde Lundgren van de Zweedse rijksdienst ter bewaking van de staatsschuld tegen het Zweedse persbureau TT.

De Zweedse belastingbetaler mocht hoe dan ook geen enkele schade ondervinden van de nieuwe ontwikkelingen.” Riksgälden is essentieel voor Saab en Spyker Cars aldus Lundgren. Dankzij de goedkeuring van deze dienst kon Spyker februari 2010 de leengarantie van de Europese Investeringsbank van 400 miljoen euro met Zweedse staatsgaranties binnenslepen.

Victor benoemt vervolgens Victor Nils-Johan Andersson als Vice President en Chief Financial Officer (CFO) van Saab, Andersson was hiervoor werkzaam bij Lindab International ab, een beursgenoteerde Zweedse toeleverancier voor de bouwsector, waar hij werkzaam was in diverse financiële en management functies.

Eind juni 2011 werd de niet-bindende overeenkomst met de Chinese partijen omgezet in een bindende overeenkomst. De Chinezen waaronder Pang Da en Youngman Automobile Group Co beloofden in totaal 245 miljoen euro in het bedrijf te investeren. Pang Da vergrootte zijn eerdere investering naar 109 miljoen euro en hield het aandelenbelang op 24 procent. Pang Da zou hiervoor 428 miljoen euro aan obligaties in de markt zetten. Youngman beloofde een belang van 29,9 procent voor 136 miljoen euro te nemen en kreeg ook het recht om twee leden te benoemen in de raad van commissarissen van Swedish Automobile N.V.

Swan zou nieuwe aandelen uitgeven voor 4,19 euro per stuk, maar ten tijde van de definitieve registratie in oktober 2011 was het aandeel Swan ingestort en was de waarde nog maar 1,04 euro. Swan moest dus opnieuw met Pang Da en Youngman overeenstemming bereiken over een aanpassing van de uitgiftekoers en over het feit dat de investering in twee delen zou geschieden.

In de eerste helft 2011 boekte Victor een verlies van 224,2 miljoen euro, ruim vier keer zoveel als een jaar eerder. Swedish Automobile boekte in de eerste 6 maanden nog wel een omzet van 359 miljoen euro, maar het grootste deel daarvan werd in het eerste kwartaal gehaald toen de fabriek nog draaide. Het tweede kwartaal viel de omzet terug tot 101,9 miljoen euro.

In het 2e kwartaal wist Saab toch nog 3197 auto’s aan dealers te verkopen, dat waren er wel bijna 5.000 minder dan een jaar eerder. De productie viel terug tot nog geen 2.000 nieuwe auto’s, tegen bijna 9.500 in het tweede kwartaal van 2010.

De lening van 400 miljoen euro van de Europese Investerings Bank mocht uitsluitend worden aangewend voor de ontwikkelingsactiviteiten van Saab Automobile AB. Hiervan konden dus geen toeleveranciers of personeel betaald worden.

Op de preferente aandelen van General Motors hoeft Spyker Cars NV tot en met 2011 geen dividend te betalen, maar vanaf 2012 tot medio 2014 is het dividend 6 procent, daarna wordt het 12 procent. Er hoefde tot 2016 niet te worden afgelost, maar de rente tikte wel door en moet worden opgebracht, terwijl er vrijwel geen inkomsten meer waren.

Victor kreeg de leveringen niet meer op gang. De lopende band stond al vanaf 29 maart 2011 verschillende malen weken lang stil en het personeel moest opnieuw met betaald verlof naar huis. Victor bood de leveranciers aan om 10% van hun vorderingen te betalen en de rest in delen vanaf september, maar dat werd door hen afgewezen. Victor en Vladimir bedachten opnieuw een constructie om geld vrij te maken en de grip van Vladimir op Saab te vergroten. Vladimir zou een groot deel van het Saab vastgoed overnemen om deze via een leaseback constructie weer terug te verhuren aan Saab. Maar deze kunstgreep mislukte. Het vastgoed stond namelijk al als onderpand voor de 240 miljoen die Victor inmiddels geleend had van General Motors, de banken en de Europese Investeringsbank.

Bovendien zou Vladimir dan alsnog een soort van mede-eigenaar worden en dat zagen deze partijen nog steeds niet zitten, zolang ze zelf nog miljoenen tegoed hadden. Ze boden Vladimir nog wel aan om alle schulden voor minder dan de helft over te nemen, maar dat soort cash wilde de rijke bankier niet vrij maken, hij was bezig met de aanschaf van een goudmijn in Rusland die hem ook 400 miljoen zou kosten. Per 1 Juli 2011 hield Victor via zijn investeringsmaatschappijen Helvetia B.V. en Tenaci Capital B.V. 6.967.162 aandelen in 1.505.632 opties.

Victor gaf zoals gewoonlijk niet op en wist begin juli vervolgens het Zweedse investeringsconcern Hemfosa Fastigheter AB en topman Jens Engwall zo ver te krijgen om de lease-back transactie te doen. Hemfosa betaalde 28 miljoen euro en verkreeg hiermee 50,1 procent van de aandelen in Saab Property.

Na de gedeeltelijke verkoop van de gebouwen en terreinen aan Hemfosa mocht Saab Automobile het eerste jaar gratis de 483.000 vierkante meter terug leasen. Saab Automobile kreeg een 15-jarig leasecontract van het overgenomen Saab Property. De Zweedse investeringsgroep Hemfosa, ook wel aangeduid als het Consortium kreeg het recht extra aandelen aan te kopen tot een bedrag van 33 miljoen euro. De transactie zorgde er wel voor dat het beschikbare lening tegoed van de EIB door vermindering van de borgstelling voor Saab verminderd werd. 183 miljoen van de eerst beschikbare 400 miljoen was in 2010 al opgebruikt.

De opbrengst van het vastgoed was echter te weinig om zowel de leveranciers als het personeel te betalen en de lopende band ging niet meer aan. Wel kon het personeel onder druk van een faillissementsaanvraag van de vakbond weer een maand betaald worden. Victor had weer even tijd gewonnen om het Chinese geld binnen te halen, waarvan hij hoopte dat het in september wel rond zou komen.

De achterstallige rente liep echter snel op en Victor zag dat zelfs het geld uit China niet voldoende zou zijn. Voor dat geld moesten immers ook nog honderden auto’s geleverd worden. Opnieuw gaf GEM Global Yield Fund Limited hem een converteerbare lening van 30 miljoen euro en hij kreeg nog 29.1 miljoen euro van de Europese Investeringsbank. Van het totale krediet is dan nog 63 miljoen over. Bij elkaar had Victor nu een kleine 88 miljoen aan cash flow. Na aftrek van 10 miljoen voor het personeel en 60 miljoen voor de leveranciers bleef er zelfs nog 18 miljoen over voor rente aflossingen.

Saab lanceerde in 2011 twee nieuwe producten; de 9-4X en de 9-5 Combi. De introductie van een opvolger voor de Saab 9-3 die enkele stijl kenmerken kreeg van de PhoeniX Concept Car die gepland stond voor oktober 2012. De verkoop zou een belangrijke stimulans moeten krijgen door het afsluiten van twee nieuwe distributieovereenkomsten voor grote markten. In China werd een akkoord bereikt met China Automobile Trading Co, terwijl de Russische markt bediend werd door Armand Import, die meteen 12 dealers ter beschikking stelde.

Victor ging opnieuw praten met General Motors en verdween een paar weken van het toneel. Ondertussen gingen de toeleveranciers stuk voor stuk failliet of moesten personeel af laten vloeien. Victor had zelf al eerder geroepen dat hij bij verkoop van honderdduizend auto’s bestaansrecht had en dat als je dat niet haalde je keihard in het rood zou gaan. En dat werd bewaarheid. In het eerste kwartaal van 2011 werden er nog geen 10.000 auto’s verkocht met een operationeel verlies van 79,4 miljoen euro.

Eind juni verliet juriste Kristina Geers het bedrijf en even later ook de vakbondsleden Håkan Skött van IF Metall en Anette Hellgren van Unionen. Skött liet weten dat hij er ‘geen heil meer in zag om aan te blijven en aan de pers liet hij weten dat de fabriek op 29 augustus wel weer zou gaan draaien. 20 juli stapt Victor uit het bestuur van Saab property dat eigendom was van Hemfosa. CEO Jens Engwal van Hemfosa nam het bestuur over. Een dag later werd de herstart van Saab officieel opgeschoven naar eind augustus.

En dan op 21 juli 2011 legt een van de leveranciers Saab het vuur aan de schenen. Swepart de versnellingsbakkenleverancier van Saab die levert aan Saab Automobile Tools eist zijn tegoed van 6,5 ton euro op en vraagt het faillissement aan. Het bedrijf had al eerder gedreigd met stappen en vond opnieuw een maand uitstel onaanvaardbaar. Victor haastte zich om nog dezelfde week een betalingsregeling met Swepart te treffen, waarna de faillissementsaanvraag werd ingetrokken. In totaal moest Victor elf miljoen aan crediteuren op zien te lossen buiten de achterstallige rentebetalingen voor de diverse leningen.

Saab Automobile Tools gold als belangrijk onderpand voor de Europese Investeringsbank, dus als dit onderdeel failliet zou gaat dan ging Swedish Automobile mee ten onder. De aandelenkoers van Swedish Automobile (SWAN) daalde dan ook met 10%.

Svenake Berglie,·hoofd·van·de·Zweedse leveranciersorganisatie FKG-, merkte op dat 700 werknemers bij de verschillende leveranciers van Saab Automobile inmiddels ontslagen waren in een poging van de bedrijven het hoofd boven water te houden en was verbaast dat Saab Automobile zelf nog geen van de 3.700 werknemers ontslagen had. “Om de productie op te schorten op de wijze zoals Saab dat heeft gedaan en toch nog volledige salarissen uitbetalen, leidt dit gegarandeerd tot een faillissement”, stelde hij en kreeg daarin gelijk.

Het feit dat Saab Automobile nog steeds het aantal mensen in dienst had voor de productie van 80.000 auto’s per jaar was volgens Berglie “onbegrijpelijk”. Nog geen week later op 26 juli maakt Swedish Automobile bekend dat er geen salaris over juli uitbetaald kan worden aan het kantoorpersoneel, vanwege het niet nakomen van verplichtingen van investeerders. Opnieuw stond het bedrijf onder zware druk.

Er waren steeds minder mensen die geloofden dat Saab ooit nog weer van de grond zou komen. Als onderdeel van een back-up financiering gaf Swedish Automobile op 2 augustus opnieuw 5 miljoen aandelen uit, waarvan nog geen week later alsnog de salarissen voor het kantoorpersoneel konden worden betaald. De uitgifte viel binnen de subscription notice marge die GEM had vastgesteld bij de aanvankelijke overname waarbij Saab over een periode van drie jaar voor maximaal 150 miljoen euro aan aandelen mocht uitgeven.

Eerder in mei werd de faciliteit ook al gebruikt om wat extra cashflow te creëren. Deze uitgifte is 4 maal hoger dan die in mei toen het om 1 miljoen aandelen ging. Maar nog voor de verwatering brengt Victor snel zijn eigen aandelenkapitaal terug van 36,36 naar 28,92 procent. Zijn belang bestaat in totaal dan nog uit 1.505.632 opties en 6.967.162 gewone aandelen.

De vakbond was niet blij met de vertraagde betaling en de onzekerheid waarin het personeel verkeerde en belegde een vergadering met Victor. Vanwege de productiestop kwamen ook de Saab dealers wereldwijd begin augustus in de problemen. In de Verenigde Staten in New York sloot een grote dealer zijn deuren en anderen gingen in zee met andere merken.

New Salem Saab in Albany stopte er na 50 jaar helemaal mee. In die regio zat vanaf dat moment de dichtstbijzijnde dealer bijna 80 kilometer verderop. Ook in België gaven dealers het op, zoals dealer De Prijcker in Lier, die dealer werd van SsangYong en Chevrolet.

De twee grootste dealers in Zweden stopten omdat ze niet verwachtten dat Saab eind augustus weer zou gaan draaien. De eerste die er mee stopte was Holmgrens in Jönköping. Deze dealer verkocht Saabs in veel steden waaronder Jönköping, Nässjö, Vetlanda, Vimmerby, Västervik, Värnamo en Gislaved. Holgrens was een van de top vijf 5 dealers van Saab in de wereld.

De dealers bleven nog wel de service op de reeds verkochte Saab auto’s verlenen maar verkochten in plaats van Saab nu BMW en Mini’s. Een ander grote dealer Bilpartner haalde alle Saabs uit de showroom en stopte met de verkoop omdat ze kopers geen enkele garantie meer konden bieden. Bij alle 10 de vestigingen werd Saab vervangen door Kia, Hyundai, Citroën, Opel, Alfa Romeo en Fiat. Bilpartnet hield nog een slag om de arm en wachtte nieuwe ontwikkelingen af. Al in 2005 ging Bilpartner zich oriënteren op andere merken toen het ook bij General Motors al niet meer lekker liep.

In Nederland waren nog wel voldoende auto’s bij de 27 dealers beschikbaar en in de eerste zeven maanden van 2011 werden zelfs meer auto’s verkocht dan in 2010, doordat samen met de Belgische importeur, die deel uit maakt van de Beherman Group werd gezocht naar oplossingen voor leveringsproblemen. De dealers konden nog doordraaien vanwege de goede werkplaatsomzet en de verkoop van gebruikte auto’s. Europese toeleveranciers stuurden ondertussen aan op een faillissement.

Onder meer het Spaanse bedrijf Matrici die twee miljoen euro tegoed hadt, bereidde een faillissementsaanvraag voor. Ook enkele Duitse bedrijven dreigden met een faillissementsaanvraag, in een poging hun rekeningen onder druk betaalt te krijgen.

In augustus 2011 verkocht Saab in Nederland slechts 5 auto’s, 91 procent minder dan de 56 van augustus 2010.

Vanwege het steeds groter wordende cashflow probleem deed Saab dan ook voor het eerst niet mee met de IAA in Frankfurt. Het Zweedse bureau belast met schuldhandhaving begint dan op 17 augustus 2011 een incassoproces in opdracht van Kongsberg Automotive AB, een Noorse fabrikant van autostoelen en Infotiv AB, een Zweedse consultancy firma voor ruim vierhonderdduizend euro.

Naar aanleiding hiervan werden de bankrekeningen en andere bezittingen onderzocht. Bij autostoelenleverancier Lear Corporation werden 99 van de 109 werknemers ontslagen en een dag later besloot ook een voor Saab belangrijke internationale leverancier IAC de deurwaarder in te schakelen voor haar vordering van ruim drie miljoen euro.

Deze vorderingen kwamen bovenop de ruim een miljoen Euro aan vorderingen die al was ingediend door andere leveranciers en de vordering van twee miljoen van Matrici. Omdat de ingediende vorderingen voor een totaal van 6,5 miljoen binnen een week betaald moesten worden werd de opbrengst van de eerdere aandelenemissie opgesoupeerd nog voordat de salarissen er van uitbetaald konden worden.

Annette Hellgren, een vertegenwoordiger van de Zweedse vakbond Unionen, wilde 30 augustus een procedure starten om de salarissen te incasseren. Achter de schermen werkte Victor ondertussen aan een herfinanciering van 350 miljoen van de Amerikaanse beleggingsbank Endeavor Advisory Group. De bestuursvoorzitter en CEO David Khalilzad sloot de kredietovereenkomst met Victor af, wat 19 augustus uitlekte naar de pers. Maar Endeavor haakte uiteindelijk toch af.

Gelijktijdig werd ook bekend dat deurwaarder Kronofogden uit Uddevalla een eerste beslag had gelegd voor circa 550.000 euro op de SEB bankrekening ten behoeve van de bijna honderd claims van toeleveranciers. Het geld werd op dat moment overigens nog niet meteen van de rekening gehaald. Buitenlandse banken vielen buiten hun incassobevoegdheid en werden daarom niet benaderd, maar toch wist Kronofogden beslag te leggen op 352.000 Euro van de benodigde 406.222 Euro. Dat bedrag werd tussen Kongsberg Automotive en Infotiv verdeeld. De Zweedse vakbonden IF Metall hen Unionen stuurden beiden eind augustus een aanmaning voor de lonen over de maand augustus.

De salarissen voor de 2.100 fabrieksmedewerkers en de 1.600 kantoormedewerkers en ingenieurs waren op dat moment al drie maanden achtereen niet op tijd betaald. Deurwaarder Kronofogden zocht naar bijna 6 miljoen euro voor de oudste claims van 14 andere toeleveranciers van Saab, waarna Victor begin augustus overwoog om surseance van betaling te vragen om zo de salarissen eerder uit te kunnen uitbetalen dan de leveranciers.

Ook voor het inlossen van de schuld aan Tenaci was geen geld waardoor de verkoop van Spyker aan Vladimir Antonov ook op losse schroeven kwam te staan. De Zweedse politie annuleerde ondertussen een order voor 50 Saab auto’s en bestelden in plaats daarvan Volvo’s.

Op 7 september toen bleek dat Victor het geld van investeerders niet op tijd binnen zou krijgen vroeg hij de reorganisatie aan voor Swedish Automobile N.V. (Swan), Saab Automobile AB, Saab Automobile Powertrain AB en Saab Automobile Tools AB.

De aandelenhandel werd vanaf dat moment door de AFM stopgezet. Het personeel werd op dezelfde ochtend nog op de fabriek uitgenodigd. De Zweedse staat gaf het personeel zes maanden loongarantie met een maximum van bijna 19.000 euro per werknemer. Daarvoor moest de rechter wel eerst het verzoek tot reorganisatie goedkeuren.

Dezelfde advocaat die de eerdere surseance van Saab voor General Motors Guy Lofalk deed werd ook nu de curator. Vladimir Antonov trok zich terug en ging ook niet naar een geplande bijeenkomst met de koepelorganisatie voor Zweedse toeleveranciers aan Saab. In een in allerijl belegde persconferentie laat Victor de aanwezige pers weten dat het bedrijf “in good shape” is en dat alles afhangt van de verkrijging van de toestemming voor surseance.

Als de surseance wordt afgewezen dan is er “another game to play” zo formuleerde hij heel luchtig. Het duurde dan ook niet lang voordat hij hiermee kon beginnen, want nog geen dag later werd zijn aanvraag afgewezen. Diverse winstgevende onderdelen waaronder de USA vestigingen wilde Victor buiten de surseance houden.

De totale overdue schuld van Saab was 154 miljoen euro, maar de totale schuld was een veelvoud daarvan en de rechter zag dan ook geen heil in de aangevraagde surseance van betaling. Victor hield de molen nog even draaiende en ging in beroep tegen de uitspraak.

Bij journalisten claimde hij inside informatie te hebben uit China dat er positief op de investeringsaanvragen besloten zou worden en dat dit binnen korte tijd zou gebeuren. De Zweedse vakbonden Unionen en Sveriges Ingenjörer gaven aan dat ze 12 augustus het faillissement aan zouden vragen als hun leden dan nog geen salaris hebben ontvangen. De circa vijfhonderd Saab medewerkers van Sveriges Ingenjörer stemden 8 september in Trollhättan al voor een directe faillissementsaanvraag, maar de bond wilde samen met Unionen optrekken. IF Metall, de vakbond van de bijna 1.500 fabrieksarbeiders gaf via de woordvoerder Stefan Löfvén aan niet lang meer te kunnen wachten en diende 20 september de faillissementsaanvraag alsnog in.

Victor meldde zowel aan de NOS als aan de Zweedse nationale omroep (SR) dat het geld voor de salarissen van de circa 3.600 Saabmedewerkers er is, maar dat hij niet kon uitbetalen vanwege de schulden bij toeleveranciers, waarop Hans Ryberg, locatiechef van de Zweedse deurwaarders- organisatie Kronofogden in Uddevalla, verbaast reageerde.  Eerder had Victor namelijk aan hem opgegeven dat er uberhaupt geen geld meer was. Victor riskeerde strafvervolging als hij zich niet hield aan de wettelijke informatieplicht en incassoregels van Zweden. 

Alhoewel Youngman de plaatselijke goedkeuring kreeg, moest dit nog provinciaal en landelijk worden bevestigd. Maar Beijing Automotive Industry (BAIC) die de productielijn van de oude Saab 9-5 kocht had, bezat ook de intellectuele rechten op het vorige model van de Saab 9-3 en claimde ook voort te mogen borduren op de volgende generatie modellen. De Chinezen kochten de productielijn voor China maar zonder rechten op de nieuwe 9-5.

Van de circa 150 miljoen euro aan openstaande rekeningen probeerde de deurwaardersorganisatie Kronofogden ondertussen minstens 12 miljoen euro van de oudste facturen via bankrekeningen van Saab te innen, maar ze vonden slechts een miljoen welke zij ook vorderden. Daarnaast legden zij beslag op diverse auto’s in het Saab museum. In Mexico kwam in oktober de fabricage van de Saab 9-4 serie geheel stil te leggen.

IAC, een grote leverancier van Saab moest de Zweedse belastingdienst voor eind september miljoenen betalen en ook voor hen liep een faillissementsaanvraag. 

Op 9 september geeft AFM de aandelenhandel in SWAN weer vrij waarop het aandeel binnen een dag 51% keldert naar Euro 0,35.

Op 12 september om 12 uur werd de faillissementsaanvraag van de vakbonden van het kantoorpersoneel Unionen en Ledarnaand ingediend. Victor dient het beroepschrift vier uur later op het allerlaatste moment in om tien minuten voor vier bij het gerechtshof van Vänersborg. Zijn plan was om het stuk onder geheimhouding in te dienen maar dit werd door de rechtbank afgewezen. Victor ging er nog steeds van uit dat over zijn later ingediende bezwaar pas zou worden beslist voordat de rechtbank op 26 september over de faillissementsaanvraag van de vakbonden zou beslissen.

Een dag later vond er in China een ontmoeting plaats tussen Lars Fredén van de Zweedse regering en afgevaardigden van de NDRC. De Zweedse regering wilden het NDRC bewegen tot een snelle beslissing over de Chinese investeringen, of in ieder geval horen of er überhaupt een kans is dat het zou worden toegewezen.

19 september nam de rechtbank het bezwaar van Saab officieel in behandeling en gaf aan dat ze voor behandeling een kleine week nodig hadden.

Li Shufu van Volvo-eigenaar Geely had ondertussen interesse om bij een faillissement onderdelen van Saab over te nemen en voerde besprekingen met Saab over de overname van de productie van reserveonderdelen en de uitvoering servicewerkzaamheden. Hiervoor moest overeenstemming verkregen worden van het defensiebedrijf van Saab en vrachtwagenfabrikant Scania.

En ook voor deze overname was toestemming nodig van de Chinese overheid. Victor richte een nieuwe investeringsmaatschappij Swedish Automobile Coöperatief op en verkoopt zo aan Youngman via de achterdeur voor 70 miljoen euro een licentie voor de niet exclusieve rechten in Saab’s Phoenix architectonische technologie. De licentieovereenkomst was een onderdeel van de overbruggingsfinanciering die op 26 september zou worden afgerond. Het zou echter nog weken duren voordat de tien miljoen daadwerkelijk werd overgemaakt. Twee dagen na de faillissementsaanvraag van de bonden volgde er nog een aanvraag van crediteur Edithouse Communications, een webfilmmaker die 130.000 euro van maart tegoed heeft over de productie van begin februari. Enige dagen later trekt deze crediteur, na een gesprek met Saab, de aanvraag weer in en accepteert een betalingsregeling. De rechtbank ontving ook vier andere faillissementsaanvragen voor in totaal 1,9 miljoen Euro van dochterbedrijven van de Japanse onderneming Takata-Petri. 

De directie van de Vennootschap Swan bestaat in oktober dan nog uit Victor en Rob Schuijt (Senior Vice- President Corporate Development en “acting” CFO). De raad van commissarissen bestaat uit J.B.Th. Hugenholtz (Chairman), M. La Noce (Vice-chairman) en A.J. Roepers.

Als Victor geen toestemming voor reorganisatie zou krijgen dan wilde hij de 70 miljoen euro van de licentieovereenkomst van Youngman gebruiken voor de lonen tot en met oktober en voor 25 procent van de vorderingen van zijn crediteuren. De rest van zijn schulden wilde hij dan in november aflossen na ontvangst van de investeringen van Youngman en Pang Da. Dat bleek niet nodig want 21 september werd de reorganisatie door de rechtbank toegestaan, waarbij de vier raadsleden echter wel verdeeld waren. Nota bene de voorzitter van het hof stemde tegen, de andere drie raadsleden stemden voor en zwichtten voor de grote druk van de inwoners uit de regio.

Raadsheer Peter Islander verklaarde: „Je bent niet helemaal ongevoelig voor het feit dat dit veel betekent voor een heleboel mensen”. De Zweedse overheid bleek bereid een actieve rol te gaan spelen bij het noodlijdende Saab Automobile ab, dochter van het Nederlandse Swedish Automobile nv (SWAN.AE)

Advocaat Guy Lofalk die voor een periode van 3 maanden en maximaal 12 maanden als bewindvoerder werd aangesteld, stelde meteen na zijn aanstelling voor dat de lening van 241 miljoen Euro van de EIB werd overgenomen door de Swedish National Debt Office die garant stond voor de lening. Op deze manier kreeg de Zweedse staat zeggenschap over Saab. Het Swedish National Debt Office zou, na omzetting van de schuld in aandelen Saab, het belang op haar beurt dan weer kunnen verkopen aan bijvoorbeeld Geely, de Chinese eigenaar van Volvo.

Guy reist op uitnodiging van Pangda en Youngman naar China en vertelt Pangda en Youngman dat de EIB voortijdig de lening zal opeisen waardoor niet Victor maar de Zweedse overheid de eigenaar van Saab zou worden. Pangda en Youngman boden vervolgens aan om dan Saab maar in zijn geheel over te nemen, alleen dan wel voor een lager bedrag.

De Amerikaanse investeringsgroep North Street Capital tekende eind september een intentieverklaring om Spyker voor 32 miljoen te kopen. Victor Muller zou hierbij aanblijven als CEO. Er moest dan nog wel onderhandeld worden over bepaalde eisen.

Spyker maakte in 2009 nog 36 auto’s en daarna niets meer. De opbrengst zou in ieder geval verdwijnen naar de schuld die Spyker had aan Tenaci, die dan nog met een restschuld van ruim 60 miljoen zou blijven zitten.

North Street Capital wilde de productie bij Spyker Cars weer op gang brengen en de naamsbekendheid vergroten. Spyker was het eerste autobedrijf dat het Amerikaanse private equity- en hedgefonds wilde kopen. Directeur Alex Mascioli wilde de koop in oktober afronden en zijn rol beperken tot het beschikbaar maken van de middelen die Spyker nodig had om zijn activiteiten uit te breiden.

De 2e week van oktober ontvangt Victor bijna 11 miljoen euro van Youngman, een eerste betaling van de totaal toegezegde 70 miljoen euro. 20 oktober wordt bekend gemaakt dat dezelfde North Street Capital had aangeboden om een uitgestelde lening te verstrekken van 10 miljoen naast een normale lening van 50 miljoen op bezittingen van Saab. Ook wilden ze 10% van alle aandelen (2.386.635 ad $ 4,19) overnemen op 21 oktober. Victor wilde in gaan op het voorstel zodra hij zeker zou weten dat de financiering van China zou uitblijven.

Tegelijkertijd dient bewindvoerder Guy Lofalk een verzoek in bij de rechtbank om de surseance te beëindigen omdat hij in ziet dat er niet genoeg geld is om de reorganisatie te volbrengen. Het geld van de Chinezen was voor de rechtbank een absolute voorwaarde voor de surseance.

Curator Lofalk probeerde nog een verkoop aan Geely (Volvo), maar toen de getoonde interesse van Geely publiek bekend werd, moest deze het bod intrekken. Er was al een bod uitgebracht en het is in China en bij de NDRC niet toegestaan om in te breken op een dergelijke overeenkomst. Als de surseance stop gezet werd dan moest Victor de salarissen over oktober op 25 oktober zelf betalen, omdat de staatsgarantie dan niet meer geldig is. 23 oktober is het uitblijven van de lening van de Chinezen voor Victor reden om de overeenkomst met hen te beëindigen.

Pang Da en Youngman waren wat hem betreft de termijnverplichtingen die ze overeenkwamen op 13 oktober niet nagekomen. Het Chinese geld was een voorwaarde om de surseance te laten slagen. Victor wilde op dat moment de transactie met North Street Capital snel rond krijgen om zo op tijd Gemini investment fund en de salarissen te kunnen betalen. Behalve een lening was North Street Capital ook bereid om Saab over te nemen, wanneer de deal met Panda en Youngman niet door zou gaan. Hiervoor komt Victor wel in tijdnood want zodra de surseance stopte zouden schuldeisers en vakbonden onmiddellijk het faillissement aanvragen. North Street Capital zou dus binnen enkele dagen een groot bedrag op tafel moeten leggen. Dat kon echter pas zodra de deal met de Chinezen ontbonden was. Victor had tot 27 oktober de tijd om schriftelijk bij de rechtbank te motiveren waarom de surseance moest worden voortgezet, maar hoefde daar geen gebruik van te maken. 

Hij besluit in de nacht van 27 op 28 oktober 2011 alsnog toe te geven en akkoord te gaan met de verkoop aan Pang Da (40%) en Youngman (60%) voor het verlaagde bod van 100 miljoen euro inclusief overname van alle schulden en verplichtingen, waarna North Street Capital definitief afhaakt. Hij kreeg de garantie dat Pang Da en Youngman de komende jaren 610 miljoen in het bedrijf zouden investeren om de productie weer op gang te krijgen. In de overname zaten Saab National Sales Companies, Saab Autobile Tools, Saab Autobile PWT, Saab Automobile Parts en de resterende 45% van Saab Property. Spyker en Swedish Automobile Coöperatief werd in het concept niet genoemd.

Victor verliest in deze hectische periode zijn zus en enige weken later ook zijn vader.

Bewindvoerder Guy Lofalk trok naar aanleiding van het akkoord en een soort van toezegging van het NDRC zijn aanvraag tot ontbinding van de reorganisatie in. Dan was er nog de korte termijn financiering van 55 miljoen van Gemini investment fund die 2 november moest worden afbetaald en de vraag of het NDRC in China en General Motors definitief akkoord zouden geven voor de transactie.

GM zou de verkoop van Saab niet ondersteunen wanneer het een negatieve invloed zou hebben op de bestaande relaties van GM met China of wanneer het de wereldwijde belangen van GM zou schaden. Victor gaf dezelfde dag nog 3 miljoen nieuwe aandelen uit binnen de 150 miljoen euro back-up financieringsafspraak met GEM Global Yield Fund Limited.

De aandelen Swedish Automobile daalden 28 oktober behoorlijk. Nadat aandeelhouders eerst nog positief reageerden op de verkoop werden de aandelen alsnog massaal verkocht. Swedish Automobile was een van de meest verhandelde fondsen van het Damrak,  met een waarde van 0,58 eurocent, 25 procent onder de slotkoers van de dag er voor. 

Na de verkoop van Saab bleef alleen nog Spyker over waarover Victor en North Street Capital eerder nog een voorlopige verkoopovereenkomst hadden gesloten voor 32 miljoen euro.

Maandag 31 oktober 2011 om 10 uur kwamen de 1500 leveranciers bijeen in het gemeentehuis van Vänersborg om het nieuwe businessplan van en door Victor aan te horen. In het Business plan werden 500 personeelsleden afgevloeid en werd uitgegaan van een langzame productiestijging en het in 2012 uitbrengen van 2 nieuwe modellen. De 9-5 Sp Combi en de 9-4 X.

Nadat in eerder in mei al 5% werd ingeleverd besluit Mubadala Development Company opnieuw haar belang te verkleinen naar 9,85 procent. Het aandeel Saab is 16 november 2011 dan nog maar Euro 0,24 waard.

Dan wordt Victor’s zakenpartner Vladimir Antonov na een Europees arrestatiebevel op 24 november 2011 in Londen aangehouden op verdenking van bankfraude. Aanklagers uit Litouwen wilden hem en zijn zakenpartner Raimondas Baranauskas horen als verdachten in een fraudezaak inzake verduistering van bezittingen en valsheid in geschrifte. De Snoras bank van Antonov werd een week eerder al wegens een tekort van 300 miljoen genationaliseerd. De arrestatie van Vladimir Antonov voor malversaties met de Litouwse Snoras Bank betekende nog meer slecht nieuws voor Swedish Automobile en Saab.

Volgens het arrestatiebevel is er namelijk geld verdwenen bij Snoras en overgemaakt naar Saab en de autoriteiten zouden zeker proberen dat terug te krijgen. Vladimir Antonov, is op het moment van zijn arrestatie voor 50% eigenaar van CPP (Coventry Prototype Panels) en heeft een aandeel van 68 procent in de Snoras Bank. Vladimir was nauw betrokken bij de expansie van het bedrijf, waaronder de aankoop van Bowler, samenwerking met Zagato, de nieuwe Jensen Interceptor en de aankoop van de oude Jaguar Browns Lane fabriek.

Op 29 november vraagt dan ook Saab Great Britain Ltd (Saab GB) surseance van betaling aan bij het Hooggerechtshof in Londen. In het derde kwartaalverslag 2011 werd aangegeven dat de onderneming een verlies had van bijna 367 miljoen, nauwelijks auto’s heeft geproduceerd en dat over geheel 2011 dus ook een substantieel verlies werd verwacht. De omzet over het derde kwartaal bedroeg een kleine 76 miljoen wat een verliespost opleverde van 87.5 miljoen. Er werden in de afgelopen maanden slechts 130 auto’s geproduceerd. Dat waren er een jaar eerder over dezelfde periode nog 9.777. Saab heeft eind 2011 uiteindelijk dan een schuld van een half miljard.

Curator Guy Lofalk is op dat moment in de VS om met General Motors over een nieuwe vorm voor de verkooptransactie te spreken. In het nieuwe voorstel van Lofalk wordt het eigendom van Pang Da Automobile en Zhejiang Youngman Lotus Automobile beperkt tot 20% elk en zou de overige 60% overgenomen kunnen worden door een Chinees regionaal investeringsfonds. Ook stelde hij als alternatief voor om Youngman 19,9 procent en de Bank of China voor 29,9 procent eigenaar te laten worden waarbij de rest in handen zou blijven van Swedish Automobile of General Motors. Pang Da deed in dit nieuwe plan niet meer mee. General Motors wijst echter ook deze plannen af en Guy Lofalk besluit dan op 6 december om de surseance te beëindigen. Volgens Lofalk bevond Saab zich op een doodlopende weg en was er geen hoop meer op een succesvolle herstructurering en al het geld was op.

Saab had de lonen over november al uit moeten betalen, maar was hiervoor afhankelijk van de financiering uit China die nu niet kwam. Lofalk krijgt echter geen toestemming om zijn functie al neer te leggen en de rechter besluit dat hij ten behoeve van de crediteuren nog moet aanblijven tot en met 19 december. Hans Hugenholtz had schriftelijk stevige kritiek op Lofalk en verweet hem dat hij zich te veel had bemoeid met de eigendomsstructuur van Saab in plaats van met de eigenlijke herstructurering en surseance. Hij wilde de reorganisatie doorzetten met een andere curator. 

Victor en Hans verweten Lofalk onkunde en bemoeizucht met de verkooptransacties. Ook waren ze niet blij met het vroegtijdig uit de school klappen van de onderhandelingen richting de media. Lofalk heeft in de tien weken dat de reorganisatie duurde ruim 1.2 miljoen euro gekost. Lofalk huurde zonder overleg met Victor en Hans public relations bureau Halvarsson & Halvarsson in voor 150.000 euro.

Op IF Metall na verstuurden de vakbonden onmiddellijk na de bekendmaking van Lofalk een officiële laatste aanmaning voor de salarissen. De woordvoerder van het Zweedse ministerie van Economische Zaken verklaart dan dat het er heel erg somber uitziet voor Saab.

Tijden zijn driedaagse bezoek aan General Motors in Detroit beging Lofalk grote blunders door GM onder druk te zetten met het mogelijke faillissement van Saab. Hij had daarbij aangegeven dat bij de gedwongen verkoop van de boedel wel eens computers met geheime technologie bij opbod aan de Chinezen verkocht zou kunnen worden. Lofalk zou volgens Victor ook drie mislukte verkooptransacties hebben veroorzaakt, waardoor onder andere Geely en Pang Da zouden zijn afgehaakt en waardoor de goedkeuring van General Motors voor de oorspronkelijke transactie op een zijspoor was geraakt. Victor en Hans dreigden Guy Lofalk met een claim vanwege deze handelingen waarna Guy op zijn beurt een aanklacht indient bij de rechtbank van Vänersborg wegens onrechtmatig handelen.

Saab zou volgens hem buiten zijn medeweten om tijdens de surseance nieuwe verplichtingen voor ruim 3,3 miljoen euro zijn aangegaan, waarvoor de financiële dekking ontbreekt, terwijl hij Victor en Hans meerdere malen had opgedragen om de regels van de surseance te volgen. Victor en Hans kregen tot 15 december de tijd om op de aantijgingen te reageren. Maar dan op 12 december wordt plotseling door de AFM de aandelenhandel van Saab stilgelegd in afwachting van een uit te geven persbericht door Saab over het vertrek van de 42 jarige Martin Larsson, de gedoodverfde opvolger van Victor als toekomstig directeur van Saab.

Larsson werkte al sinds 2003 bij Saab. In 2005 werd hij aangesteld als aankoopdirecteur voor Zweden. In zijn laatste functie als Executive Director New Business Development was hij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van nieuwe business partnerships.

Tegelijkertijd melde Rachel Pang, directeur van Youngman, dat er opnieuw een deel van de 900 miljoen die ze bereid waren te investeren onderweg zou zijn. Volgens haar zijn Youngman en Saab nabij een oplossing die de toekomst van het autobedrijf veilig stelde en die niet door General Motors zou worden afgewezen. Youngman betaalde inderdaad nog dezelfde week 4,4 miljoen euro ten behoeve van de belastingaanslag van Saab van circa 3,3 miljoen euro en daarna nog eens 23 miljoen voor de salarissen van november en december, gevolgd door nog eens 11,6 miljoen. Victor Muller vroeg daarom nog steeds niet het faillissement van Saab aan.

Wel was hij als enige overgebleven bestuurder de enige die persoonlijk aansprakelijk gesteld kon worden als het mis ging. Saab was op het moment van de reorganisatie eigendom van Saab AB, Scania en Saab Automobile. De uiterlijke datum van 16 december 2011 waarop de Zweedse rechtbank de beslissing over de voortgang van de surseance van Saab Automobile ab zou nemen werd met een week uitgesteld zodat er meer tijd was om het financieringsakkoord rond te krijgen. Saab had namelijk, op het moment dat het de aanvraag indiende bij de rechtbank in Vanersborg, gelijktijdig ook een hoorzitting aangevraagd, om de korte- en lange termijn financieringsplannen toe te lichten aan de schuldeisers. 

De Zweedse rechtbank bepaalde vervolgens een hoorzitting op 19 december om 13.00 uur. Na een weigering van Lars Henrik Andersson werd Lars Soderqvist van Hökerberg & Söderqvist door Saab als nieuwe curator voorgedragen. Deze ervaren curator nam de zaak op zich nadat hij toezeggingen van Rachel Pang had gekregen over lopende overboekingen aan Saab waarmee in ieder geval het personeel voor november en december betaald zouden kunnen worden.

De vakbonden eisten dat er 19 december concrete feiten op tafel zouden komen waaruit zou blijken dat de salarissen inderdaad betaald zouden worden. Zo niet dan wilden zij beëindiging van de surseance eisen. Ook General Motors geeft de dag ervoor aan dat de door Saab naar voren gebrachte alternatieven niet concreet anders waren, dan wat eerder was voorgesteld en dat deze schadelijk zijn voor GM, de aandeelhouders en andere belanghebbenden.

Het aandeel van Saab was de dag van de hoorzitting geen dubbeltje meer waard. Na de mededeling van General Motors trok Youngman zich alsnog terug en Victor besloot tenslotte nog voor de hoorzitting zelf het faillissement voor Saab Automobile AB en Saab Powertrain AB aan te vragen. Victor Muller verwijt niet alleen de curator het faillissement, maar ook General Motors en de EIB.

Victor zou zelf 13 miljoen euro verloren hebben door de ondergang van Saab. Hij verwees met name naar de eerdere afspraak met Vladimir Antonov, die het vastgoed van Saab wilde overnemen, hetgeen werd tegengehouden door de Europese Investeringsbank (EIB) en waarvan Saab 217 miljoen euro geleend had. Die deal had volgens Muller ‘alles kunnen redden’.

Alhoewel de leveranciers en de vakbonden het faillissement van Saab hadden ingeluid en alhoewel curator Lofalk de nodige fouten had gemaakt tijdens de reorganisatie bleef Victor de hoofdverantwoordelijke. Victor liet schulden oplopen, koos zelf de curator en wist van meet af aan welke logische eisen General Motors stelde aan een eventuele verkoop. Pang Da is een van de schuldeisers waar de curatoren mee te maken krijgt. Pangda leende Victor 45 miljoen euro.

Youngman die ondertussen ook al 60 miljoen had betaald aan Saab voor licenties en leningen liet Saab ook nog niet los en overlegde met de curatoren Hans Bergqvist en Anne- Marie Pouteaux en General Motors over de overname van Saab Powertrain en de Phoenix technologie voor de Saab 9-1, 9-6 en 9-7 (bovenop de basis modellen 9-3 and 9-5). Ook de Canadese auto- en onderdelen bouwer Magna zou interesse hebben getoond in een overname. Magna wilde Saab al in 2009 hebben en ook de Turkse overheid had interesse.

Youngman stelde Johan Nylén van advocatenkantoor Baker & McKenzie aan als woordvoerder. In het Phoenix platform zat nog zo’n 10% General Motors technologie, wat door Youngman moest worden vervangen door eigen technologie, of het moest van General Motors worden overgenomen. Het Phoenix platform was nog niet uitontwikkeld en het zou nog zeker twee jaar duren voordat er echt auto’s op gebouwd kunnen worden. Hierdoor had het voor Youngman weinig zin om de fabriek over te nemen. De huidige modellen mochten van General Motors toch niet gebouwd worden. Saab Parts werd niet in het faillissement betrokken en zou ook in de toekomst Saab onderdelen kunnen blijven leveren. 21 december werden door de curatoren de salarissen over november uitbetaald.

Combitech een onderzoek- en ontwikkelingsonderdeel van Saab Automobile AB’s nam onmiddellijk na het faillissement 200 ingenieurs van de moedermaatschappij over. Zo bleef de technologische kennis van Saab behouden. National Electric Vehicle Sweden betaalde in totaal 198 miljoen euro voor Saab. Daarnaast betaalde NEVS 381 miljoen aan een vastgoedbedrijf dat de helft van de aandelen in de vastgoeddivisie van Saab in handen had. NEVS moest eind augustus 2014 ook surseance van betaling aanvragen. NEVS legde daarop het werk in mei stil in afwachting van nieuwe geldschieters, maar die kwamen er niet. 

Hans Hugenholtz trad op 17 januari 2012 met onmiddellijke ingang af samen met commissarissen Maurizio La Noce en Alex Roepers en Rob Schuijt. De bestuurders verschilden van mening met Victor over de alternatieve mogelijkheden voor financiering voor Swedish Automobile na het faillissement van Saab en de toekomst van het bedrijf en dochteronderneming Spyker. Victor wilde Spyker behouden en de activiteiten weer uitbreiden via overnames zodat Spyker groter zou worden en 1000 auto’s per jaar zou kunnen verkopen. Met een financiering van 25 miljoen om de D8 Peking-to-Paris in productie te nemen, de SUV die Spyker 6 jaar geleden introduceerde op de autoshow van Genève, kon dat volgens hem binnen 5 jaar.  Hoewel de D8 6 jaar lang op de plank heeft gelegen, geloofde Victor nog steeds dat hij hiermee een doorstart kon maken, omdat ook Bentley, Lamborghini en Maserati een eigen SUV op de markt hebben gebracht. Victor stelde daarbij dat het orderboek voor de C8 Aileron er ,,prima” uitziet. Aantallen noemde hij dit keer nog niet. In 2011 leverde Spyker 12 auto’s af, maar dat was volgens Victor te wijten aan de slechte financiële situatie door Saab. Ook de naam van het bedrijf, dat na de aankoop van Saab als Swedish Automobile genoteerd was aan de beurs in Amsterdam, is in een buitengewone aandeelhoudersvergadering in april 2012 dan alweer verandert in Spyker.

27 januari 2012 verlaagde Victor zijn belang van 25,03 in 23,92 procent. Het aantal aandelen dat via Tenaci Capital werd gehouden nam hierdoor af van 282.412 naar 249.079. Door de omzetting van leningen in aandelen zou dat oplopen tot circa 70 procent.

Swan sloot een principeakkoord met zijn kredietverstrekkers af voor de uitstaande leningen, die het bedrijf aanging voor de aankoop van Saab in 2010 en troffen een schikking voor een lopende lening van 20,9 miljoen pond (24,9 miljoen euro), die het bedrijf kreeg van dochteronderneming Saab GB. Van de totale lening betaalde SWAN slechts een fractie terug, te weten 500.000 in cash en 250.000 euro in aandelen. De leningen moesten volgens deze afspraak omgezet worden in aandelen, tegen een prijs van 0,50 euro per aandeel. Daarmee zou het aandelenkapitaal groeien van 75 miljoen tot 500 miljoen. 

Victor Muller kon zijn belang niet vergroten zonder verplicht een bod te moeten doen op Swan. Victor stelde een nieuwe commissaris aan, de Amerikaan Martin E. Button, die vanaf dat moment als enige toezicht hield op het bestuur. Button werkte eerder al in 2006 voor Spyker, als verantwoordelijke voor de Noord-Amerikaanse activiteiten. Op 17 april legde Victor het plan voor aan de aandeelhouders. De totale schuld van Saab is per april 2012 dan opgelopen tot een kleine 1,5 miljard Euro. De volledige cijfers werden dinsdag 10 april 2012 gepubliceerd. Dit was ook de uiterste datum voor geïnteresseerde partijen om hun laatste bod te plaatsen op bezittingen van Saab Automobile. Victor Muller verkleinde zijn belang in Swedish Automobile op 27 maart. Het totaalbelang van 19,05% werd voor 15,66% middellijk reëel en 3,38% middellijk potentieel gehouden.

Curatoren Hans Bergqvist van advocatenkantoor Delphi en Anne-Marie Pouteaux van Wistrand meldden dat een handvol partijen interesse had in faciliteiten van Saab in Zweden. Allen waren geïnteresseerd in het produceren van auto’s in de fabriek in Trollhattan.

Het gerechtshof in het Vänersborg maakte 10 april bekend dat Saab ruim een miljard euro in de failliete boedel tekort komt om uit de schulden te komen. De totale schuld van 1,43 miljard euro, kon door de verkoop van beschikbare middelen met 396 miljoen euro worden verminderd. Bovenop deze schulden kwam nog eens 242 miljoen euro aan belang van preferente aandelen General Motors, plus een netto schuld aan GM van nog eens ongeveer 66 miljoen euro welke konden worden gezien als een achterstallige vordering.

Saabs winstgevende reserve-onderdelenpoot Saab Parts (waarde 11 miljoen euro) was hierbij meegerekend, net als Saabs resterende onroerend goed belang van 27,5 miljoen euro. Verder had de staat Zweden nog 240 miljoen te vorderen op leningen en 96 miljoen euro aan door de staat betaalde salarissen van de 3600 medewerkers tijdens de reorganisatieperiode in 2011.

Het gerechtshof van Vänersborg behandelde 16 april de faillissementszaak van Saab met de curatoren en belanghebbende partijen. 10 april was de laatste dag voor investeerders als Youngman, het Indiase Mahindra en het Chinees-Zweedse Volvo om in te tekenen voor een overname van Saab. Curator Lofalk maakte openbaar dat Victor onjuiste informatie naar buiten had gebracht, maar dat werd door General Motors ontkent. Ook gaf hij aan dat Youngman als overgebleven investeerder volgens hem altijd te weinig en te laat betaalde.

Victor, ex-medebestuurders voormalig hoofd techniek Mats Fägerhag, voormalig financieel directeur Rob Schuyt. Fägerhag en curator Lofalk moesten 16 april om 10 uur voorkomen in de rechtbank in het Zweedse Vänersborg om zich te verantwoorden voor de faillissementsboedel.

Mubadala Development Company het investeringsbedrijf van de emir van Abu Dhabi bracht half april 2012 haar kapitaalbelang en stemrecht in Spyker terug naar 1,12 procent. Begin 2011 was dat nog een kleine 20%.

Dankzij een eenmalige bate van 53,7 miljoen euro uit het faillissement van Saab boekte Spyker voor 2011 een nettowinst van 16,2 miljoen euro, Het operationeel resultaat was 13,8 miljoen euro negatief en het eigen vermogen was 151,2 miljoen euro negatief. NYSE Euronext haalde Spyker, die al sinds 13 september 2011 op het strafbankje, zat definitief van de beurs. Eerder kreeg Spyker al twee keer extra tijd om te herstructureren en dat werd voor de einddatum 3 september niet gehaald.

Victor wilde met Spyker in 2012 dertig tot veertig C8 Ailerons bouwen, die allemaal al verkocht zouden zijn. Victor had nu een belang van meer dan 30 procent en moest dit voor 17 mei verminderen, omdat hij anders een verplicht bod moest doen op de overige aandelen Spyker.

Victor Muller verlaagde 16 mei 2012 zijn directe stemrecht in de onderneming en bracht hiervoor 145 miljoen gewone aandelen onder in twee onafhankelijke trusts, Tenaci N.V en Laviolette N.V. Beide maatschappijen zijn gevestigd in Curacao en hebben officieel een management en eigenaren die onafhankelijk van hem zijn. In de overeenkomst is vastgelegd dat Muller de aandelen mag terugkopen voor de prijs die ervoor is betaald. Zijn officiële belang werd verminderd tot ongeveer 24,1 procent.  Vrijwel gelijktijdig sloot hij een overeenkomst met GEM Global Yield Fund voor de uitgifte van converteerbare leningen met een totale waarde van 9,99 miljoen euro. Daarnaast is hij ook in gesprek met investeerders over financiering voor onder meer de nieuwe SUV die hij wil produceren.

In augustus 2012 eiste Victor namens Spyker 2,3 miljard dollar schadevergoeding en spande hiervoor vergeefs een rechtszaak aan tegen General Motors. Hij claimde dat GM moedwillig en op illegale wijze de mogelijke redding van Saab had tegengewerkt door de onderhandelingen en een transactie tussen Saab en het Chinese Youngman tegen te werken, resulterend in het faillissement van Saab. General Motors had volgens Victor een directe en opzettelijke intentie om Saab failliet te krijgen. Tot in hoger beroep verloor Victor deze zaak voor een federale rechter in Michigan. Spyker betaalde de rechtszaak voor Saab in ruil voor een schadevergoeding. Volgens de rechter had GM het recht om de verkoop van de Zweedse autobouwer Saab aan een Chinese partij te blokkeren, omdat Saab technologie van General Motors gebruikte en contractueel was vastgelegd dat instemming van General Motors nodig was voor een overname. Spyker besloot 20 juni na het zorgvuldig bestuderen van de toelichting van de Amerikaanse rechtbank die de zaak op 10 juni seponeerde om in beroep te gaan tegen deze beslissing.

Spyker Cars nam in augustus 2012 de 53 jarige Amerikaan John Walton aan als Managing director en Chief Commercial Officer voor Noord- en Zuid-Amerika. Victor Muller leerde John Walton in 2000 kennen via Aston Martin. John Walton startte zijn carrière in 1980 bij Ford en was korte tijd vice-president bij Aston Martin Noord-Amerika en General Manager van Aston Martin Lagonda. In Noord- Amerika wist hij de verkoop te verbeteren van 200 naar 2400 auto’s. John werd door Victor aangenomen vanwege de introductie van de nieuwe Spyder C8 Aileron.

Spyker

Youngman stak in augustus 2012 tien miljoen euro in Spyker voor een belang van 29,9 procent in het bedrijf. 6,7 miljoen euro werd werkelijk betaald voor de aandelen en het restant werd een lening. Spyker en Youngman richtten daarnaast een samenwerkingsverband op voor de ontwikkeling van de Spyker D8. Youngman investeerde ook nog eens 25 miljoen euro in die samenwerking, waarvoor ze een belang kregen van 75 procent. De bijdrage van Spyker bestond uit de technologie die was ontworpen voor de nieuwe sportieve terreinwagen (SUV).

Spyker en Youngman kondigden tegelijk ook de oprichting aan van een tweede joint venture, voor de Saab-Phoenix. Youngman kocht in 2011 de rechten op de ontwerpen voor dit model. Spyker en Youngman wilden een lijn nieuwe, duurdere auto’s ontwerpen, waarbij Youngman een belang van 80 procent zou krijgen en Spyker 20 procent.

Spyker boekte in 2012 op papier winst, door een financiële bate vanwege het afhandelen van juridische zaken en zette door de financiële regelingen een netto resultaat neer van 114,4 miljoen euro, tegen een winst van ruim 16 miljoen euro een jaar eerder en had een positief eigen vermogen van 139.000 euro. Operationeel werd er in 2012 echter een verlies geleden van 6,1 miljoen euro na 13,8 miljoen euro in 2011. Spyker, zit dan nog steeds op het strafbankje van NYSE Euronext. Victor verklaarde dat de productie van de Spyker C8 Aileron geleidelijk aan tempo zal maken en vertelde de pers dat de productie voor dat jaar in principe was uitverkocht en dat de orderportefeuille solide was. De omzet van Spyker kwam in 2012 uit op 713.000 euro. Dat was in 2011 nog zo’n 2 miljoen euro.

16 mei 2013 was er huiszoeking bij Spyker op verzoek van de Zweedse belastingdienst. In Zweden werden in verband hiermee drie voormalige bestuurders van Saab aangehouden. De hoogste verantwoordelijk man bij Saab, Jan Ake Jonsson en juriste Kristina Geers werden er in Zweden van verdacht de belastingdienst te hebben gehinderd bij de controle van het bedrijf over de periode 2010-2011. Medebestuurder Karl-Gustav Lindström werd verdacht van medeplichtigheid. De drie bestuurders moesten de nacht in de cel doorbrengen maar werden hangende het onderzoek weer vrijgelaten. Dit vond plaats na uitlatingen van accountantsbureau Grant Thornton, die de boeken van het bedrijf in opdracht van de curator onderzocht.

Op 20 juni 2013 werden online via de veiling site van Troostwijk 2 Spyker Lavioletta’s geveild, een C8 en een C8 LM85 beide waren via Litouwen geregistreerd op naam van de failliete AB Snoras bank in Litouwen en in het bezit van Antonov.

Het eerste halfjaar van 2013 sloot Spyker af met een verlies van 5,2 miljoen euro ondanks de tien miljoen die Youngman investeerde. De omzet van de eerste zes maanden was 682.000 euro, tegen 204.000 euro een jaar eerder.

Victor moest in september 2013 aan de Zweedse belastingdienst 2 miljoen Zweedse kroon (circa 230.000 euro) betalen. De rechtbank stelde de Zweedse fiscus in het gelijk. Victor was belasting verschuldigd over het bedrag van circa 8 miljoen kroon dat hij in 2010 en 2011 als toenmalig topman van Saab ontving. Dat salaris werd geboekt als beloning voor consultancywerkzaamheden en werd uitbetaald aan een bedrijf van Victor op de Nederlandse Antillen, waardoor de berekening van de premies en belasting door de fiscus ernstig werd bemoeilijkt. Victor werd 18 maart 2014 gehoord door de Zweedse recherche over verdachte miljoenen betalingen aan Saab via Cyprus die afkomstig waren van Vladimir Antonov. Het onderzoek ging over salarisbetalingen aan Victor via Curaçao en de ontvangst van bijna vier miljoen euro uit Cyprus. 

In Rusland liep ondertussen bij het Deposit Insurance Agency, een organisatie die in Rusland de rol van curator op zich neemt, een onderzoek naar de val van My Bank in Moskou. Daarbij zouden in november 2013 aandelen van Altimo Holdings en Investments Limited ter waarde van 11 miljoen euro omgeruild zijn voor waardeloze onverhandelbare aandelen van Spyker Cars. De Russische overheid liet uitzoeken hoe My bank in april failliet kon gaan, terwijl deze bij de 200 grootste banken van Rusland hoorde. Bij de transactie waren bekenden van Vladimir Antonov betrokken. Het eigendom van My Bank was ondergebracht bij de Nederlandse vennootschap FFF Finance Group. Van 21 november 2013 tot en met 12 januari 2014 was Arjen Dikken samen met de Russen Aleksejs Boiko en Maxim Golodnitsky bestuurder van FFF en de vennootschap stond ook op het adres van Spyker geregistreerd. De Rus Gleb Fetisov had FFF verkocht aan dezelfde groep personen die de Spyker-aandelen eerder hadden overgedragen aan My Bank. Dikken zegt dat zijn korte periode als bestuurder bedoeld was als overbrugging tijdens de verkoop en ontkent alle betrokkenheid in de transacties met My Bank. Spyker was in 2010, voor 2,3 miljoen euro aan verplichtingen aangegaan voor de nieuwe machines voor de productie van de Spyker C8 Aileron. De bewindvoerders van LKB, KPMG Baltics, wilden dat Spyker zich hield van de afgesloten financial lease contracten. Maar in het halfjaarverslag stond dat Spyker nooit eigenaar werd van de machines van de gefailleerde CPP. Dikken bevestigde dat de machines nooit geleverd waren en dat het Engelse bedrijf waar ze zouden gaan bouwen failliet was. De LKB bank zou de machines waarmee de Spyker C8 Aileron in Engeland geproduceerd zouden worden, slechts financieren maar de machines werden nooit geleverd. De C8 Aileron werd om die reden handmatig gebouwd in Zeewolde.

Vladimir Antonov trok in 2011 zowel CPP als de Snoras bank en dochteronderneming Latvijas Krajbanka met zich mee ten onder. Vladimir woonde op dat moment in Londen, maar Litouwen had om zijn uitlevering gevraagd. Hij had een belang van 68 procent in de bank. Antonov diende later een claim in van 622 miljoen dollar bij de commerciële rechtbank in Moskou tegen het Littouwse Ministerie van Justitie. Antonov werd beschuldigd van het verduisteren van 565 miljoen euro, het vervalsen van documenten en frauduleus boekhouden. Antonov en zijn partner Raimondas Baranauskas werden 24 november 2011 in Engeland gearresteerd en later op borgtocht vrij gelaten. Antonov vertrok spoorslags uit Engeland uit angst voor een uitlevering en de te verwachten 10 jaar gevangenisstraf in Lithouwen. 

De curator van de Snoras bank verkocht voor 120.000 euro een tweede Spyker uit de boedel van de Snoras bank. De eerste Spyker werd in juli verkocht voor 109.000 Euro. De sportwagens werden aangetroffen in de garage van een van de appartementen van de bank in de Litouwse hoofdstad Vilnius.

Ondertussen had Spyker nog een claim van 2.3 miljoen Euro te betalen aan de LKB bank in Letland en was er niet genoeg geld om het personeel nog te kunnen betalen. Begin februari 2014 diende een rechtszaak, aangespannen door het voormalig hoofd juridische zaken van Spyker, die op dat moment al een halfjaar loon tegoed had.

Victor Muller had echter eerder gezegd, dat de tooling voor de Spykers na het faillissement van CPP naar Zeewolde is gehaald en beweerde dat Spyker de tooling had gekocht van de curatoren van CPP en hij benadrukte daarbij dat daarmee de productie was veiliggesteld. Dat werd overeengekomen in maart 2012, nadat CPP in januari 2012 was omgevallen. Victor Muller vocht de claim aan en verklaarde aan de pers „Ze zijn in Letland stiekem naar een arbitragecommissie gestapt, waarna wij bij verstek zijn veroordeeld. Nu proberen ze met die uitspraak het geld op ons te verhalen”.

Spyker was officieel een schuldenaar van de Latvijas Krajbanka en de bewindvoerder probeerde het geld te vorderen. Diverse werknemers in Zeewolde kregen te laat of helemaal geen salaris. De ingehuurde rechtsadviseur Joest Straat werd maandenlang verteld dat er geen geld was en uiteindelijk werd hem de helft van de 24.000 euro waar hij recht op had geboden, maar dat weigerde hij. Spyker verdedigde zich bij de rechtbank en stelde dat Joest Straat verantwoordelijk was voor het debacle met de LKB bank omdat hij nalatig zou zijn geweest bij de afhandeling van de zaak, met de veroordeling tot de claim als gevolg. Hierdoor heeft Joest Straat volgens Spyker helemaal geen recht meer op salaris en wacht hem zelfs een schadeclaim.

De belastingdienst besloot eind juni om een groot deel van de boedel in Zeewolde te laten veilen. Victor Muller liet weten dat de veiling onterecht was en dat hij op woensdag 2 juli 2014 om 16:00 uur alles alsnog had betaald. De belastingdienst moest later de veiling annuleren toen het geld inderdaad bleek te zijn overgemaakt. 

Spyker Events & Branding zou een rekening van 40.000 euro van de Britse marktonderzoeker Jato Dynamics onbetaald hebben gelaten, waarna het faillissement van de Spyker dochter werd aangevraagd. Spyker, Spyker Events & Branding BV en Spyker Automobielen BV vroegen bij de districtsrechtbank in Lelystad hierop surseance van betaling aan. Spyker Events & Branding was verantwoordelijk voor de marketing- en merchandise activiteiten van Spyker.

Verhuurder Jacques Walch eiste ondertussen ook ontruiming van zijn pand waar de fabriek van Spyker in was gehuisvest omdat de achterstallige huur met zeven maanden was opgelopen naar ruim 124.000 euro. Het kort geding was op 28 oktober en de uitspraak op 5 november. Daarin werd bepaald dat Victor de fabriek binnen 7 dagen moest ontruimen en de totale vordering van 152.000 euro moet betalen. Een dag voor de ontruiming wist Victor een deal te maken met Walsh en ging het ontruimen op het laatste moment toch niet door.

Victor probeerde samen met de bewindvoerder de surseance en de achterstallige betalingen op te lossen door innovatieve obligaties in de markt te zetten, waarbij beleggers na vier jaar konden beslissen om de investering van ruim 127.000 euro niet terug te eisen, maar daarvoor in de plaats in natura het nieuwste model Spyker zouden ontvangen. Victor hoopte zo 12,7 miljoen euro op te halen en wilde hiervoor de Londense broker Central Markets inzetten die echter vriendelijk bedankte voor de eer. De obligatie werd desondanks gewoon aangeboden.

Spyker Cars werd 18 december 2014 failliet verklaard door de rechtbank Midden-Nederland. Tegen het faillissement dat was aangevraagd door bewindvoerder Henk Pasman tekende Victor onmiddellijk en met succes beroep aan. Eind januari stelde het gerechtshof Victor in het gelijk. De surseance in afwachting van een overbruggingskrediet van 75 miljoen euro van externe financiers liep eerder op niets uit. Victor vond verschillende partijen bereid om geld ter beschikking te stellen voor het voldoen van de schulden en de lopende verplichtingen, waardoor het hof het aannemelijk vond dat een surseance alsnog zou kunnen leiden tot een akkoord met schuldeisers. De crediteurenvergadering ging 10 maart 2015 in Lelystad alsnog door. De benodigde 4,3 miljoen euro zou van Marcel Boekhoorn en Nico Pronk, commissaris bij Spyker en tevens CFO van offshore-concern Heerema Group geleend zijn met als onderpand het merkenrecht van Spyker. De curator van Saab die een vordering van 24,9 miljoen euro had en de grootste schuldeiser was nam genoegen met 61.000 euro.

Een meerderheid van de schuldeisers stemde 13 mei bij de rechtbank in Lelystad min of meer gedwongen in met het aangeboden crediteurenakkoord waarbij de betrokken crediteuren over hun vordering tot en met 12.000 euro betaald krijgen en over het meerdere van de vordering 10 procent. De totale schuldenlast bedroeg 44 miljoen euro. De rechtbank stemde een week later in met het akkoord waarmee de surseance werd opgeheven. Sternlease moest 173.000 euro aan vorderingen laten lopen, het Pensioenfonds Metaal en Techniek 165.000 euro en Saab Great Britain 24,9 miljoen euro. Spyker Events & Branding B.V. bleef wel failliet.

De waarde van Spyker is dan zo’n 7,5 miljoen euro. 21 juli 2015 heeft het Gerechtshof te Leeuwarden het crediteurenakkoord goedgekeurd en een hoger beroep van de Letse bank LKD Lizings afgewezen. LKD Lizings procedeerde door om alsnog twee miljoen euro terug te krijgen, maar het gerechtshof in Leeuwarden wees dat bezwaar uiteindelijk toch af. 

Victor Muller kondigde in 2016 aan dat hij naast de 324.000 euro kostende c8 Preliator (warrior) samen met partner Volta Volaré ook een elektrische Volta Volare in de markt wilde zetten. Spyker fuseerde vorig jaar met deze Amerikaanse vliegtuigbouwer uit Portland in Oregon en wilde vooralsnog met hen SUV’s gaan bouwen met een elektrische aandrijving. De Spyker sportwagens zouden benzineauto’s blijven. Investeerder Paul Peterson stak 4,3 miljoen euro in het bedrijf. In Coventry bouwde Spyker bij CPP Metal Craft de laatste vijf exemplaren van de achttien C8 Aileron en daarna vijftig exemplaren van de C8 Preliator met een Audi V8 525 pk motor met compressor. De (proto) Preliator op de Autosalon in Geneve werd gemaakt van aluminium, maar bij de productiemodellen zou dit koolstofvezel worden. Daarnaast zouden er ook C8 Preliator Spyders aankomen met een andere motor.

Op 26 juni 2018 resp. 4 maart 2019 werd door de Belastingdienst (executoriaal) beslag gelegd op de complete bedrijfsinventaris in Zeewolde. Volgens opgave van Victor zou een deel van de bedrijfsmiddelen c.q. inventaris aan medewerkers zijn verkocht. De koopsom zou zijn verrekend met achterstallig salaris. Victor zelf bezat slechts een Spyker F1 showauto, een zogenaamde Mule (testvoertuig) en een chassis van een Spyker C8 Aileron. Deze voertuigen en de bedrijfsvoorraad staan volgens opgave van Victor in Duitsland opgeslagen onder beheer van de koper van de bedrijfsvoorraad. De informatie hierover werd door Victor niet aangeleverd. Op enkele andere onderwerpen werd wel (gedeeltelijk) informatie aangeleverd door het (voormalige) bestuur, maar ondanks navraag en toezeggingen werd de informatie aan de curator niet volledig aangeleverd.

De salarissen van de werknemers was sinds juni 2019 niet meer voldaan en de Belastingdienst had een aanzienlijke vordering. Deze belastingschuld was geleidelijk vanaf eind 2017 ontstaan. Nadat betalingen van een betalingsregeling uitbleven, diende de Belastingdienst op 30 december 2019 een verzoek tot het faillissement in. In eerste instantie was een faillissementszitting gepland op 21 januari 2020, maar de zitting werd met toestemming van de Belastingdienst aangehouden tot 18 februari 2020 wegens de ontvangst van een bedrag van 50.000 euro door een aandeelhouder. Vlak voor de zitting heeft Victor aangegeven een koopovereenkomst te gaan sluiten met een partij uit Dubai waarna een aanzienlijk geldbedrag ter beschikking zou komen om de schuldeisers te voldoen. Uiteindelijk werd een betaaltermijn afgesproken voor een resterend bedrag van 200.000 euro maar de betaling bleef uit. Het faillissement van Spyker N.V. werd daarna aangevraagd door de curator. De zes overgebleven personeelsleden werden afgevloeid.

In 2019 moest Victor het gehuurde pand in Zeewolde voor 31 oktober leeg en ontruimd opleveren, maar er was een deurwaarder nodig om omstreeks 4 december 2019 het pand te laten ontruimen. De kosten van het verwijderen van de door de deurwaarder aangetroffen bedrijfsmiddelen en voorraad bedroeg 50.000 euro. Michail Pessis van  Milan Morady S.A. die een groot deel van de voorraad had overgenomen stelde dat (een gedeelte van) de in het gehuurde aanwezige zaken ook aan haar toekwam en eiste toegang tot het gehuurde om de zaken op te halen. Er werd vervolgens een vaststellingsovereenkomst gesloten op of omstreeks 6 januari 2020. De 50.000 euro zou tijdelijk door Milan Morady S.A. worden gestort op de derdengeldenrekening van de advocaat. Zodra het pand leeg en bezemschoon zou worden opgeleverd zou dit geld weer worden teruggestort. Victor had op 26 april 2019 met Milan een koopovereenkomst gesloten betreffende de verkoop van de volledige bedrijfsvoorraad en inventaris. voor een totaalbedrag van 675.000 euro. De koopsom van de voorraad werd voor 50% voldaan. Milan moet nu de resterende 50% aan de boedel voldoen. Victor verhuisde het bedrijf of wat er van over was naar het verenigd Koninkrijk. 20 december 2021 tekende Victor een overeenkomst met SMP racing om Spyker in 2022 door te starten. Michail Pessis en Boris Rotenberg eigenaren van SMP racing en van  Milan Morady S.A.  laten het management over aan Victor Muller. Het wachten is op de merkrechten die door de curator zullen worden geveild. In 2022 wordt gestart met  drie Spyker-modellen. Het gaat om de Spyker C8 Preliator, Spyker D8 Peking-naar-Parijs SSUV en Spyker B6 Venator.

De aandelen van Spyker Nederland B.V. worden gehouden door Spyker Limited gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Zustervennootschap Spyker IP, gevestigd aan Avinguda Mallorca 80, Sol de Mallorca in Almere bezit een groot aantal merkenrechten en andere intellectuele eigendomsrechten van Spyker. Een andere zustervennootschap is Spyker Design B.V.. Spyket Ltd houdt de aandelen van Spyker Cars Ltd en Spyker USA LLC. Preliator Holding Ltd, een andere vennootschap van Victor, is 15% aandeelhouder van Spyker Ltd. De overige 85% worden gehouden door Mag3 Ventures Ltd gevestigd op Anguilla. Victor is samen met diverse andere aandeelhouders ook aandeelhouder van Spyker N.V.  Het faillissement van Spyker Events & Branding B.V. loopt nog, curator mr. W.J.M. van Andel te Utrecht heeft het dossier onder handen. Op 12 januari 2021 is Spyker N.V. ook in staat van faillissement verklaard en dezelfde curator is ook in dit faillissement tot curator aangesteld. De curator wil de merkenrechten verkopen, maar de enige gegadigde is Victor zelf.

 Bronnen en verklarende woordenlijst

Saab, ofwel Svenska Aeroplan Aktiebolaget (Swedish Aircraft Company ofwel Svenska Aeroplan Aktiebolaget), werd opgericht in 1937 als fabrikant van militaire vliegtuigen en produceerde 10 jaar later met de oprichting van de personenautodivisie haar eerste prototype van een personenauto. In1969 volgde een fusie met de Zweedse vrachtwagenbouwer Saab Scania Group en in 1990 werden beide bedrijven weer opgesplitst. GM kocht toen de helft van de Saab-aandelen en 10 jaar later werd Saab helemaal in General Motors geïntegreerd. In 2010 werd Saab Automobile AB overgenomen door Spyker, dat Swedish Automobile ging heten. In 2011 werkten er 3.600 personeelsleden alleen al voor de Zweedse fabriek in Trollhättan, 70 km ten Noorden van Gothenburg.

Phoenix technologie

General Motors verkocht de Phoenix technologie aan Chinese partners SAIC. Als onderpand zou Saab daarom alleen de technologie voor volgende generatie Saabs, die op het zogenoemde Phoenix platform worden gebouwd, kunnen aanbieden.

Vladimir Antonov (1975, male, Russian)

Vladimir Antonov is bankier. Afgestudeerd aan de Plekhanov Russian Academy of Economics en Moscow School of business. Mr. Antonov startte zijn carrier als econoom bij de Savings Bank of the Russian Federation en later als banking dealer. Conversbank en Snoras Group eigendom van Antonov en sponsorde jarenlang de 24 hours van Le Mans en de Le Mans Endurance Series.

Hans Hugenholtz

de chief executive officer en eigenaar van Hugenholtz Holding B. V., Berlinetta Beheer en Milestone Beheer B. V., Nerons Holding B. V., Hugenholtz Project Holding B. V., HPG Belgium N. V. en adviseur voor AstraCom B. V., FROG Systems B. V. en IC/h Holding Hilversum B. V.

Spyker

In 1980 opgericht door de broers Jacobus en Hendrik-Jan Spijker uit Hilversum, bouwden aanvankelijk koetsen en later auto’s die ze zelf ontwierpen en produceerden. Spyker stopte productie en verkoop in 1925.

Green shoe optie 

Een aandelen uitgevende instelling kan aan een begeleidende syndicaat een optie geven om tegen de uitgifteprijs extra aandelen uit te geven bij een lopende aandelenemissie. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld bij een grote belangstelling voor het aandeel ongewenste koersbewegingen voorkomen worden.

SAD

Swedish Saab Automobile Development AB

Mr. B. O’Toole (Dorwing Solution Ltd., 

Aandeelhouder Swan en General manager en aandeelhouderCPP(Manufacturing) Ltd. (“CPP”).

nulla tenaci invia est via

 

 

Geef een antwoord

Copy Protected by Chetan's WP-Copyprotect.