Pensioenfondsen

Het aantal pensioenfondsen is de afgelopen jaren gedaald naar 268. Twintig jaar geleden waren dat er nog bijna vier keer zoveel. Steeds minder bedrijven hebben tegenwoordig een eigen pensioenfonds. En degene die overblijven verhuizen langzaam allemaal naar België omdat deze nu al weer bijna elf jaar geleden een speciaal statuut invoerde voor panEuropese pensioenfondsen. Grote multinationals als Johnson & Johnson, BP, Euroclear of ExxonMobil hebben hun collectieve pensioenfondsen al verhuisd. Ook Aon is bezig om 45 miljoen euro aan pensioenen van de 450 werknemers die zijn aangesloten bij het pensioenfonds van dochter Hewitt Nederland, te verhuizen.

In het laatste kwartaal van 2018 verdampte er 46 miljard euro, waardoor vier van de vijf grote fondsen in de gevarenzone zitten. Alleen bpfBouw ontspringt de dans. De Nederlandse pensioenpot is gekrompen naar 1328 miljard euro. De verplichtingen stegen door de dalende rente met 40 miljard euro naar 1286 miljard euro. Eind 2018 blijkt de dekkingsgraad zelfs gedaald naar 103,3%, terwijl ze minimaal een dekkingsgraad van rond de 104,2 procent moeten hebben. Pas ruim boven 110% mogen fondsen de pensioenen indexeren. De kans op kortingen in 2019 bij metaalfondsen PME en PMT is vrijwel zeker. Vanwege het uitblijven van indexatie is een pensioenuitkering bij hen sinds 2009 toch al ongeveer een kwart minder waard geworden. De fondsen moeten nu gaan bedenken hoe ze de kortingen gaan uitleggen aan de deelnemers. De beheerkosten stijgen enorm. Alleen al voor bonussen en prestatievergoedingen voor externe beheerders moet  jaarlijks bijna 2 miljard euro uitgetrokken worden.

Bij de pensioenfondsen zijn 4,1 miljoen werkenden en 2,4 miljoen gepensioneerden aangesloten. Een aantal grote fondsen, waaronder het ABP dat de ambtenarenpensioenen regelt, heeft te weinig in kas om aan de huidige en toekomstige pensioenverplichtingen te voldoen. Fondsen moeten van  DNB de pensioenbeloftes daarom naar beneden bijstellen en de premies verhogen. Pensioenfonds Bouw heeft circa 55 miljard euro in kas en is daarmee het vierde grootste fonds. ABP, PfZW PMT en PME hebben nog steeds onvoldoende eigen vermogen om te kunnen indexeren en zat er voor bijna 13 miljoen deelnemers aan pensioenfondsen ook in 2018 al geen indexering in. Ook voor deze groep dreigt voor 10 miljoen deelnemers een korting boven op het niet indexeren. De meeste andere pensioenfondsen hebben ook een dekkingstekort. De financiële situatie bij ABP, PFZW, PME en PMT is al enkele jaren erg slecht en als herstel uitblijft, zijn ze verplicht om op de pensioenen te korten. PME en PMT moeten eind 2019 hun posities op orde hebben en ABP en PFZW in 2020.  PME en PMT moeten in 2020 korten en ABP en PFZW in 2021 tenzij de Overheid de rekenrente aanpast. 

De gemiddelde beleidsdekkingsgraad van de fondsen is sinds het kiezen voor een Brexit met 3 procent gedaald. Ruim anderhalf miljoen werknemers kregen te maken met een premieverhoging. (30 procent van de premiebetalers). Werknemers en werkgevers willen de AOW-leeftijd pas later verhogen, dus niet in 2021, maar pas in 2025 naar 67 jaar. Dat staat in een voorstel voor een nieuw pensioenstelsel, dat bij minister Koolmees op tafel ligt en het ziet er naar uit dat dit plan ook wordt uitgevoerd. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de AOW-leeftijd in 2023 naar 67 jaar zou gaan en de Eerste Kamer heeft 2 juni al met een versnelling van het AOW-plan ingestemd.

Omdat er bij de grote fondsen nog steeds kortingen dreigen, neemt de druk om tot hervorming van het pensioenstelsel te komen steeds verder toe. 

Als een pensioenfonds vijf jaar achtereen een dekkingsgraad heeft onder het minimum vereiste eigen vermogen van circa 105%, dan moet het maatregelen nemen zoals korten of premie verhogen. Voor een aantal grote fondsen is dat in 2019 en voor een aantal in 2020.De waarde van de fondsen die niet op een Brexit hadden gerekend daalde zo’n 30 miljard euro.  Sinds 1 januari 2015 mogen de fondsen er twee keer zo lang over doen om weer financieel gezond te worden. Pensioenfondsen moeten hun beloningsbeleid (salarissen en andere vergoedingen) en ook eventuele sancties, en misstanden wel openbaar maken door melding aan de toezichthouder. Er zijn problemen bij de pensioenfondsen Vervoer, Dierenartsen, Agrarische Groothandel, Hoogovens, Schilders, Schoonmaak, Kappers, ABP en Zorg & Welzijn. Pensioenfonds Verloskundigen heeft een actuele dekkingsgraad van nog maar 81% is en wordt hierdoor gedwongen om de pensioenen in 2017 flink te korten. Ook het fonds voor de tandtechnici zit diep in het rood met een beleidsdekkingsgraad van nog maar 84,9%. De pensioenen van tandtechnici worden dit jaar dan ook stevig gekort. DNB toetste in 2014 91 bestuurders, waarvan er 22 ongeschikt bleken en niet door de screening kwamen. De pensioenfondsen van de ABN en ING doen het wel goed met respectievelijk 120 en 130% dekking. Wanneer ze in 2020, niet op het minimumdekkingsgraad van ongeveer 104,2% zitten, dan moet er onvoorwaardelijk worden gekort. Bij 56 van de pensioenfondsen dreigen er op termijn kortingen. Zo had ambtenarenpensioenfonds ABP, het grootste Nederlandse pensioenfonds, eind september een beleidsdekkingsgraad van 104,5%. En de nummer twee, PFZW, van 100,1%. Dat het beter kan bewijzen het pensioenfonds Huisartsen met een dekkingsgraad van 132% en het pensioenfonds HAL met een beleidsdekkingsgraad van 184%. HAL Pensioenfonds is veruit het meest gezonde pensioenfonds van Nederland. De pensioenfondsen staan er in 2017 beter voor, maar toch is er bij vier van de vijf grootste fondsen geen ruimte voor het verhogen van de pensioenen. Alleen bpfBOUW heeft de uitkeringen aan gepensioneerde deelnemers met ingang van 2018 jaar met 0,59 procent verhoogd. Het pensioenfonds voor de bouw had een beleidsdekkingsgraad van ruim 115 procent en had al langer een sterkere financiële positie.

Meer lezen?