Alle elementen in het periodieke systeem hebben een of twee letters, ook symbool genoemd, en hebben ook elk een nummer. Het symbool stikstof is N en het atoomnummer 7. Het periodieke systeem bevat in totaal 118 elementen, opgedeeld in 18 kolommen. Kolom 15 is de stikstofgroep, waarvan stikstof het lichtste element is. Stikstof is biologisch nogal belangrijk als onderdeel van eiwitten en nucleïnezuren. De normale verschijningsvorm is als N2 (moleculaire stikstof), dat op kamertemperatuur gasvormig is. Bij luchtvervuiling gaat het dan met name om ammoniak en stikstofoxide. De stikstofneerslag is de som van die twee. Ammoniak is een verbinding van stikstof met waterstof en heeft de formule NH3. Dus symbool N voor een element stikstof en twee elementen waterstof (letter H). Ammoniak is bijtend op de huid, ogen en de slijmvliezen, en is milieu gevaarlijk. Inademen en of inslikken is heel gevaarlijk. Het is gevolg is longoedeem en perforatie van maag en slokdarm. Bovendien is er een explosiegevaar bij het vrijkomen ervan in grote hoeveelheden. Vooral door het mengen van de mest en urine van varkens, koeien en kippen komt ammoniak vrij. 

  • Onze stikstof uitstoot is een van de hoogste van de wereld.
  • Nederland is in Europa’s de grootste uitstoter.
  • De landbouw telt mee voor 45%. Uit het buitenland komt 35%. Het wegverkeer, de industrie, de kantoren en de huishoudens zorgen voor de rest.
  • Netto is Nederland een van Europa’s grootste exporteurs.
  • Te veel stikstof heeft een negatief effect op de natuur en biodiversiteit.
  • In 72% van de natuurgebieden daalt te veel stikstof neer.
  • Teveel stikstof verzuurt de bodem, waaruit mineralen verdwijnen en waardoor bomen sterven evenals bepaalde plantensoorten, die weer belangrijk zijn voor vogels en insecten.
  • Stikstof kost gemiddeld 4 maanden van ons leven.

De huidige klimaatsverandering wordt vooral veroorzaakt door een stijging van de hoeveelheid koolstofdioxide (CO2) in de lucht. Onze intensieve veeteelt die een groot deel werd veroorzaakt door de ruimhartige financiering en stimulering door de Rabobank destijds, veroorzaakt al jaren een overmatig deel van deze stijging. Daarom heeft de Overheid besloten om de extensieve veeteelt (piekbelasters)vooral in kwetsbare Natura 2000 gebieden terug te dringen. Ook kunnen er dan weer bouwvergunningen worden afgegeven die nu vanwege de stikstofbelasting worden uitgesteld. De boerenprotesten van de laatste maanden hebben te maken met het  uitkopen en sluiten van de intensieve veeteeltbedrijven om het broeikaseffect zo te verminderen

De oplossing:

Olivijn

Uitgestoten CO2 op natuurlijkw wijze verminderen is volgens professor Olaf Schuiling de beste oplossing tegen het broeikaseffect. Het gesteente Olivijn kan helpen om de koolstofdioxide in de lucht af te vangen en zo als negatieve emissie bij te dragen aan de CO2-reductie. De werking van olivijn is het meest effectief wanneer het gesteente van ruwe kiezels tot zand is vermalen en dan uitgestrooid op het land. Olivijn is één van de meest voorkomende silicaten op aarde en reguleert al miljoenen jaren op natuurlijke wijze het CO2 in de atmosfeer. Bij aanwezigheid van water wordt CO2 via een natuurlijke chemische conversie omgezet in carbonaat (kalk). Dit is een onomkeerbaar proces en daarom een effectieve manier om CO2 in de lucht blijvend te reduceren. Carbonaat is tevens een belangrijke voedingsstof voor schelpdieren en helpt verzuring van bodem en water tegen te gaan. Daarnaast kan olivijn in potentie dan ook bijvoorbeeld helpen tegen de verzuring van de oceanen. Wel moet rekening gehouden worden met het vrijkomen van nikkel, een gifstof dat van nature aanwezig is in olivijn. De verweringssnelheid van olivijn, en dus de effectiviteit van de vastlegging van CO2, wordt bepaald door de gebruikte korrelgrootte (hoe kleiner hoe sneller) en de omgevingscondities waarin olivijn wordt toegepast. Het vrijkomen van nikkel hangt hier direct mee samen. 1 kg olivijn kan maximaal ongeveer 1 kg koolstofdioxide vastleggen. In Nederland, maar ook wereldwijd, wordt (gemalen) olivijn nog niet grootschalig toegepast als middel tegen klimaatverandering. Verweringssnelheden van olivijn zijn weliswaar door enkele onderzoeksgroepen in laboratoria gekwantificeerd, maar nog onvoldoende veld-gevalideerd om een kwaliteitsborging te kunnen geven voor operationele toepassingen onder diverse omstandigheden.

Prof. dr. Schuiling is geestelijk vader van het idee om met het mineraal olivijn een groot deel van het broeikasgas CO2 uit de atmosfeer op te laten nemen. Dit in navolging van Seifritz, die de eerste publicatie over actieve CO2 vastlegging met mineralen verricht had. Olivijn (magnesiumijzersilicaat) is een veel voorkomend mineraal welke gemalen en verspreid over het land reageert met water en CO2. Daardoor ontstaat bicarbonaat dat in water oplost en met het water naar zee afvloeit. In zee slaat het dan neer als kalksteen. Ook vergroot het opgeloste magnesiumijzersilicaat de CO2 opname extra door een toename van de groei van kiezelwieren, welke neerslaan als koraal. Ook in de landbouw kan meegewerkt worden aan de oplossing.

Omgerekend vangt 1 ton olivijn maar liefst 1,25 ton CO2 . Veel grote olivijnvoorraden liggen dicht aan het oppervlak, waar ze in dagbouw gemijnd kunnen worden, tegen lage kosten en een lage CO2-straf van 3,5 à 4% van de CO2 die er uiteindelijk mee gevangen wordt. India en China hebben enorme olivijn voorraden. Er is duizendmaal meer olivijn beschikbaar dan er ooit nodig zal zijn. Om een nieuwe balans tussen emissie en afvang te bereiken zou 25 miljard ton olivijn per jaar nodig zijn. Olivijn heeft een dichtheid van 3400 kg per kubieke meter, dus dat komt neer op een volume van iets meer dan 7 kubieke kilometer. Dat is veel, maar niet gigantischer dan de huidige mijnbouw. Alleen al in Turkije ligt een miljoen ton gemalen olivijn op een hoop als restproduct van de chromietontginning. bron: www.Micosat.nl

Nadelen:

Er zijn wettelijke belemmeringen omdat niet voldoende is aangetoond is dat de uitloging van nikkel in poriewater onder de gestelde normen blijft. De gebruikte norm zou echter op verkeerde berekeningen gebaseerd zijn waardoor de toepassing op grotere schaal wel degelijk van groot belang kan zijn en misschien zelfs kan voorkomen dat de boerenbedrijven voor 2030 moeten verdwijnen.

Toepassing van olivijn in civiele projecten zijn nu al onder voorwaarden toegestaan, mits de olivijn terugneembaar is. Omdat olivijn (nog) niet of nauwelijks is toegepast zijn de juridische implicaties nog niet of nauwelijks verkend en ontbreekt er jurisprudentie.

Voorbeelden:

In Nederland is in 2010 – 2011 een veldexperiment geweest, in opdracht van Prorail, met toepassing van olivijn in proefvakken op een schouwpad over een lengte van 300 m (2010-2011), en in 2017 een toepassing door de RET (Rotterdamse Elektrische Tram) in schouwpaden langs 24 km van de metrolijn tussen Rotterdam en Hoek van Holland (Hoekse Lijn).

Bij Deltares in Delft is een proefterrein ingericht om de CO2-afvang, via het meten van de verweringsproducten van olivijn, nauwkeurig te meten. Prioriteit hebben de omgevingsvariabelen water en zuurgraad. De resultaten worden gebruikt om een rekenmodel te valideren, en zo een ‘standaard’ te ontwikkelen voor mogelijke grootschalige toepassingen. Ook de mogelijke uitloging van nikkel wordt gemeten op het proefterrein, ter validatie van een risicobeoordelingsmodule van het rekenmodel. Rijkswaterstaat is participant in dit project.