Rabiës/hondsdolheid

Woensdag 28 september was het de Internationale Dag tegen Hondsdolheid.  Dit jaar vond deze internationale dag plaats onder het thema “Sensibiliseer. Vaccineer. Elimineer.” Wereldwijd komt hondsdolheid in zo’n 150 landen voor. Nederlandse alarmcentrales krijgen vrijwel dagelijks meldingen van infecties binnen. 

Gemiddeld komen er jaarlijks 80.000 honden vanuit het buitenland onze grens over, via illegale hondenhandel of als meegenomen zwerfdier. Deze dieren komen veelal uit gebieden waar hondsdolheid voorkomt. De illegale puppyhandel vergroot het risico voor mensen in Nederland om hondsdolheid te krijgen. De puppy’s uit met name Oost-Europa worden vaak niet of te vroeg ingeënt. Jaarlijks worden zo’n 50.000 puppy’s en honden illegaal Nederland binnengesmokkeld. Officieel moeten jonge honden, katten en fretten vanaf 29 december 2014 bij binnenkomst in Nederland verplicht gevaccineerd zijn

Rabiës of lyssa, beter bekend als hondsdolheid, is een virusinfectie van het centraal zenuwcentrum in de hersenen. Het rabiësvirus is het typesoort van het genus Lyssavirus. Wanneer het virus zich in een spier- of zenuwcel bevindt, begint het virus zich te vermenigvuldigen. Het virus wordt verspreid door speeksel van besmette zoogdieren als honden, katten, apen of vleermuizen of wasberen. Dit jaar kreeg alarmcentrale SOS International 136 meldingen binnen van mogelijke besmettingen, waarvan 73 keer in de vakantie maanden juli en augustus. In 106 gevallen was de definitieve diagnose hondsdolheid. Voor de zomermaanden is dat ongeveer een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. In 2013 waren er slechts 21 meldingen waarvan 5 in juli en augustus. In 16 van die gevallen was de definitieve diagnose toen ook echt hondsdolheid. Sindsdien neemt het aantal meldingen en diagnoses van rabiës elk jaar flink toe. 

Wereldwijd sterven er 55.000 mensen per jaar aan een besmetting met het rabiësvirus. Tegen een rabiës infectie bestaan geen medicijnen. Ook bestaat er geen test om bij leven vast te stellen of een dier rabiës heeft. Het virus kan alleen worden vastgesteld door laboratoriumonderzoek van de hersenen. Daarvoor moet het dier worden gedood. De afgelopen 40 jaar zijn er in Nederland 5 dodelijke gevallen van rabiës geweest. Allen werden in het buitenland besmet. Met rabiës besmette dieren dragen het virus bij zich zonder er vaak zelf zichtbaar last van te hebben. 

Het virus wordt overgebracht door een beet, krab of lik van een besmet dier. Via wondjes in de huid of de slijmvliezen (ogen, mond) dringt het virus het lichaam binnen. Er is na de besmetting een incubatietijd waarvan de lengte afhangt van de plaats waar men gebeten wordt: hoe verder van de hersenen, hoe langer de incubatietijd. Beten in het gezicht hebben de kortste incubatietijd.Eenmaal in het zenuwstelsel zal het virus hondsdolheid veroorzaken en is geen genezing meer mogelijk. Afhankelijk van hoe dicht bij de hersenen de beet of wond zich bevindt, kan het weken tot vele maanden duren voordat de verschijnselen zich openbaren. 

Hondsdolheid komt vooral voor in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. In de VS wordt de ziekte ook wel overgebracht door beten van wasberen.  In Nederland is in 2007 en 2013 één geval van menselijke hondsdolheid geregistreerd. Circa 10 miljoen mensen worden per jaar wereldwijd na een beet profylactisch behandeld. In Nederland wordt een minder besmettelijke variant van het rabiësvirus regelmatig gedetecteerd in vleermuizen, hoewel dit nooit tot besmetting bij mensen heeft geleid. In Nederland zijn tussen 1988 en 2010 twee gevallen van fatale rabiës bekend bij mensen die daarvoor in Afrika waren gebeten door respectievelijk een hond en een vleermuis. Op 26 juni 2013 werd bekend dat een 52-jarige man rabiës had opgelopen na een beet in zijn arm in mei in Haïti. De laatste gevallen van rabiësoverdracht door dieren op mensen in Nederland dateren van 1962. De laatste rabiësuitbraak onder dieren dateert uit 1988. Sindsdien heeft er in Nederland geen overdracht van het klassieke rabiësvirus onder dieren meer plaatsgevonden.

Oorzaak
Rabiës wordt veroorzaakt door een infectie met het rabiësvirus via speeksel door een beet, krab of lik van een geïnfecteerde hond, vleermuis, vos of kat. Infectie is in veel gevallen dodelijk. Menselijke slachtoffers zijn in theorie besmettelijk maar besmetting van artsen of verplegend personeel komt eigenlijk in de praktijk niet voor. Ook kan men in theorie door een beet of een kus besmet raken.

Ziekteverschijnselen
Het ziekteverloop bestaat uit verschillende stadia. In de beginfase treden rillingen, koorts, zere keel, malaise, gebrek aan eetlust, misselijkheid, braken en hoofdpijn op. De plaats van de wond kan jeuken en pijnlijk zijn. Symptomen zijn dan prikkelbaarheid, verhoogde spierspanning en overgevoeligheid voor fel licht en harde geluiden. Het zien van water en pogingen te drinken kan krampen uitlokken van de slikspieren en de ademhalingsspieren die zo onaangenaam zijn dat de patiënt angst krijgt voor water. Soms overlijdt de patiënt al tijdens zo’n krampaanval. Door het verlammen van de kaakspieren zal het slachtoffer gaan kwijlen. 

In de tweede (neurologische) fase doen zich hyperactiviteit, nekstijfheid, stuiptrekkingen en verlamming voor .In deze fase veroorzaken spiegelende voorwerpen, zoals glas en water heftige krampen. Uiteindelijk raakt de patiënt in coma en overlijdt. De tijd tussen besmetting en eerste ziekteverschijnselen is afhankelijk van een aantal factoren zoals de plek van de beet of kras en de hoeveelheid virus dat het lichaam binnenkomt. Na een beet kan een preventieve behandeling voorkomen dat het virus in het zenuwstelsel terecht komt. De eerste verschijnselen treden meestal 20 tot 60 dagen na besmetting op. 

Behandeling
Vaccinatie wordt voornamelijk gegeven aan risicogroepen. Direct behandelen van de wond is essentieel. De wond moet worden schoongemaakt met water en zeep en ontsmet worden met betadine of alcohol en liefst binnen 24 uur moet er antiserum worden toegediend in een serie van vijf vaccinaties om de twee dagen. Bovendien moet u antibiotica en mogelijk een tetanusvaccinatie krijgen. Eenmaal vooraf gevaccineerd is er geen antiserum en zijn er minder vaccinaties. Elk jaar krijgen 15 miljoen mensen een rabiës vaccinatie na een beet. 

Voorkomen
In december 2015 ontwikkelde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Wereldorganisatie voor Diergezondheid (OIE) in samenwerking met de Voedsel – en Landbouworganisatie (FAO) en de Global Alliance for Rabies Control een globaal actieplan uit om hondsdolheid tegen 2030 de wereld uit te helpen. I
n Zuid-Afrika, Tanzania en de Filippijnen, waar testprojecten van de WHO en de Bill and Melinda Gates Foundation plaats vonden toonden projecten aan dat een combinatie van honden vaccinatie, verbeterde toegang tot menselijk vaccins en sensibilisering een sterke daling in het aantal rabiësgevallen teweeg brengt. Vele landen in Latijns-Amerika zijn de laatste jaren rabiësvrij verklaard. Ook in Zuidoost Azië doet de WHO inspanningen om een einde te maken aan hondsdolheid. In de drie jaar sinds de lancering van een rabiësprogramma in Bangladesh, daalde het aantal besmettingen met maar liefst 50%. Vermijd contact met apen en honden in het buitenland en raak geen zieke of dode dieren aan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *