Q koorts

 

In Bodegraven Reeuwijk Zuid-Holland zijn half november 2017 drie leden uit  een gezin besmet geraakt Zowel de GGD als de RIVM hebben de oorzaak nog niet kunnen achterhalen. Peter de Groot (61), woonachtig aan de Blaaksedijk-Oost in Heinenoord, nabij de Mijnsheerenlandse geitenhouderij werd in september getroffen. De Q-koorts zorgde bij hem voor wekenlange koorts, vermoeidheid en hoesten. De afgelopen tien jaar overleden er in ons land 74 mensen aan Q koorts. De GGD Rotterdam-Rijnmond maakt zich vooralsnog geen grote zorgen. Samen met de patiënt probeert de GGD te achterhalen wat de bron is van de besmetting. Volgens de GGD is het niet nodig de huisartsen te informeren. Een longarts in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam ontdekte bijna twee weken geleden dat De Groot de ziekte had. De zelfstandig ondernemer kampte toen al ruim een maand met koortsaanvallen, vooral in de avonduren. Hij moet de bacterie, met een incubatietijd van vier tot zes weken, hebben opgelopen in mei of begin juni

Naast Mijnsheerenland is er een geitenstal in Strijen en lopen er ook geitjes rond op bijvoorbeeld de kinderboerderij van het Recreatieoord Binnenmaas. Geitenhouderijen vergroten ook de kans op andere longaandoeningen. Toch wordt de mest uitgereden tot dichtbij woningen en sportvelden. Van de 1.650 ziektegevallen per 100.000 mensen zijn er ruim tweehonderd binnen een straal van een kilometer van dergelijke stallen. Dat is ruim zeven procent meer ziektegevallen. Nieuwe geitenbedrijven komen er in Gemert-Bakel er dan ook niet bij en bestaande mogen niet meer uitbreiden. De gemeente neemt in de herziening van het bestemmingsplan de regels van de provincie Noord-Brabant op, die zijn toegespitst op de geitenhouderij. 

Q-koorts is een sinds 1978 meldingsplichtige infectieziekte (zoönose) die kan worden overgedragen van dieren op mensen. Het woord zoönose is afgeleid van de Griekse woorden zoön (dier) en nosos (ziekte). Veel levensbedreigende infectieziekten zijn zoönosen, daar deze bacteriën, protozoa, virussen of wormen vaak zijn aangepast om in hun specifieke gastheer te overleven zonder al te veel schade aan te richten, maar deze bij andere gastheren een heftige immuunreactie oproepen. Besmetting van mens op mens is alleen mogelijk via bloedtransfusie of bij de bevalling van een vrouw met acute of chronische Q-koorts. In het algemeen wordt daarom gezegd dat Q-koorts niet van mens op mens overdraagbaar is. Sinds 2007 zijn 50.000 tot 100.000 Nederlanders besmet geraakt. 

De Staat is naar het oordeel van de Rechtbank in Den Haag niet aansprakelijk voor de schade van Q-koorts-patiënten. 297 mensen hadden een civiele rechtszaak aangespannen en verloren deze. De Staat zou hen onvoldoende geïnformeerd hebben over de gevaren van Q-koorts en te lang hebben gewacht om adequate maatregelen te treffen. De rechtbank oordeelde echter dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld. Er is inmiddels hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.

Q-koorts is zeer besmettelijk en kan van met name kleine herkauwers zoals schapen en geiten via de adem worden overgedragen op mensen. Koeien, huisdieren, wild en vogels kunnen op grote schaal ongemerkt geïnfecteerd zijn en de bacterie uitscheiden in onder andere urine, feces, placentair weefsel en vruchtwater. Aangezien klachten en symptomen niet specifiek zijn, is het moeilijk om een diagnose te stellen zonder laboratoriumtest. De ‘Q’ verwijst naar ‘Query’, dat vraag of vraagteken betekent. Tot 1937 was de verwekker van de ziekte namelijk onbekend. Geïnfecteerde dieren vertonen meestal geen ziekteverschijnselen. Bij drachtige geiten en minder bij schapen kan laat in de dracht abortus optreden. Q-koorts wordt veroorzaakt door een pleomorfe coccobacil Coxiella burnetii met gramnegatieve celwand uit de orde Rickettsiales. Na overdracht vermenigvuldigt het micro-organisme zich in de longen en vervolgens vindt via het bloed verspreiding door het lichaam plaats. De daarop volgende systemische symptomen en klinische manifestaties zijn afhankelijk van de geïnhaleerde dosis en waarschijnlijk ook van de karakteristieken van de infecterende stam. De incubatieperiode varieert van 2 tot 48 dagen, met een gemiddelde periode van 14 tot 24 dagen. Een hogere dosis resulteert in een kortere incubatieperiode. De incubatietijd bij dieren is niet bekend. 

Q-koorts besmettingen worden opgelopen door het inademen van lucht waar de bacterie in zit. Vooral een maand na de lammerperiode (februari tot en met mei), maar soms ook nog daarna kunnen besmettingen optreden. Het vruchtwater en de moederkoek van besmette dieren bevatten grote hoeveelheden van deze bacteriën, maar kan ook in (rauwe) melk, mest en urine zitten. De bacterie wordt inactief door pasteurisatie of koken.
De bacteriën nestelen zich niet in het vlees van de geit of het schaap. De bacterie kan maanden tot jaren in de omgeving overleven. Q koorts wordt niet van mens op mens overgedragen en komt vooral in het zuiden van Nederland regelmatig voor. In 2010 werden net zoals in 2008 en 2009 de meeste meldingen gedaan in de Brabant (176 meldingen) omdat daar veel geitenbedrijven zijn. In de periode 1 januari tot en met 31 december 2010 zijn in heel Nederland 505 ziektegevallen van Q-koorts gemeld. In 2010 gold voor een groot aantal geiten- en schapenbedrijven een vaccinatieplicht, waardoor het aantal ziektegevallen afnam. Meestal geneest acute Q-koorts spontaan na 1 à 2 weken. Er is maar zelden sprake van een dodelijke afloop. Zes maanden na de eerste verschijnselen is ongeveer de helft van de patiënten met klinische symptomen klachtenvrij. Veel patiënten beschrijven na de acute episode echter nog een periode van post-infectieuze vermoeidheid. Dit gaat in een groot deel van de gevallen binnen 6 maanden over en na een jaar is 76% klachtenvrij. Dit is een ander ziektebeeld dan bij een chronische Q-koortsinfectie die zich ontwikkelt bij 1-3% van de patiënten na een acute Qkoortsinfectie. Chronische Q-koorts kan zich ook ontwikkelen na een asymptomatische infectie.

Q-koorts komt vooral voor bij veehouders, dierenartsen, laboratoriummedewerkers die werken met geïnfecteerde dieren of weefselkweken, veehandelaren en medewerkers in dierentuinen,kinderboerderijen en dierenwinkels. Werknemers kunnen worden blootgesteld door contact met besmette materialen, zoals stof, grond, huid van dieren, wol, bont en ongepasteuriseerde melkproducten. Dit betreft bijvoorbeeld medewerkers in een abattoir, in de vleesverwerkende industrie en de wolbewerkingsindustrie. Verschillende uitbraken hebben uitgewezen dat verspreiding plaats kan vinden via kleding, hooi, stro, verontreinigde schoenen en bouwmaterialen. Het is niet uitgesloten is dat Q-koorts ook via besmet bloed kan worden overgedragen.

Sinds 2009 is verplichte vaccinatie ingevoerd voor geiten en schapen in getroffen gebieden in Nederland. In 2010 is deze verplichte vaccinatie uitgebreid over heel Nederland en naar bedrijven met een publieksfunctie. Tevens is een hygiëneprotocol ingevoerd voor alle melkgeiten- en melkschapenbedrijven met meer dan 50 dieren. Alle veehouders (dus ook hobbydierhouders, zorgboerderijen en bedrijven met minder dan 50 melkgeiten en -schapen) zijn verplicht afwijkende abortusaantallen te melden.

  Totaal aantal meldingen per kalenderjaar Aantal sterfgevallen bekend bij het RIVM
2016 6 0
2015 22 1
2014 28 0
2013 19 0
2012 66 1
2011 81 5
2010 504 11
2009 2354 7
2008 1000 1
2007 168 0

Bovenstaande rapportage van overleden patiënten met chronische Q-koorts is samengesteld uit meldingen op vrijwillige basis door GGD’en. Het werkelijke aantal overledenen ligt vele hoger. Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), het Radboud umc, en het Jeroen Bosch ziekenhuis houden een eigen database bij. Deze ziekenhuizen hebben vastgesteld dat 74 patiënten zeker of waarschijnlijk aan Q-koorts zijn overleden.

Q koorts is niet altijd te herkennen en meer dan de helft van de besmette mensen krijgen geen klachten of hebben slechts een griepachtig ziektebeeld. Bij klinisch manifeste gevallen is er een acuut begin met heftige hoofdpijn en hoge, vaak remitterende koorts (temperatuur schommelend tussen 38.5 en 40.5ºC). Verder komen koude rillingen, spierpijn, anorexie, misselijkheid, braken, diarree en relatieve bradycardie regelmatig voor. In zeldzame gevallen komen in het acute stadium ook neurologische afwijkingen voor, zoals meningitis, meningo-encephalitis, verwardheid, extrapiramidale stoornissen, dementie en multiple hersenzenuwafwijkingen. Bij een ernstige besmetting begint de ziekte in korte tijd met heftige hoofdpijn, hoge koorts en een longontsteking met droge hoest en pijn op de borst en kan de bacterie een leverontsteking veroorzaken.

Mannen hebben vaker last van Q-koorts dan vrouwen en ook mensen die roken zijn een risicogroep. De ziekteverschijnselen openbaren zich gemiddeld 2 à 3 tot 6 weken na de besmetting en leiden soms tot een chronische infectie van de luchtwegen of een ontsteking aan het hart. Chronische Q-koorts komt vooral voor bij patiënten met een afweerstoornis en bij hartpatiënten. Bij zwangere vrouwen kan een eerder doorgemaakte Q-koortsinfectie tot chronische Q-koorts leiden. Mensen die zwanger of hartpatiënt zijn of die een afweerstoornis hebben moeten direct contact met melkgeiten en melkschapen vermijden, want er is alleen een vaccin voor dieren beschikbaar en niet voor mensen. De gevolgen van Q-koorts zijn wel te behandelen met antibiotica mits deze tijdig wordt gesignaleerd. Een algemene behandeling van patiënten met chronische Q-koorts ontbreekt. Het algemene beleid is dat een combinatie van twee middelen wordt aanbevolen, waaronder ten minste toediening van doxycycline.(18 maanden tot 4 jaar). Alternatieve behandeling is een combinatie van doxycycline en een chinolon-antibioticum of rifampicine of trimethoprim-sulfamethoxazol gedurende ten minste 2 jaar. Verder zijn ook succesvolle behandelingen met tetracycline, chloramphenicol en lincomycine bekend. Naast antibiotische behandeling kan chirurgie (hartklepoperatie, vaatreconstructie) noodzakelijk zijn.

Een eenmalige extra controle een jaar na acute Q-koorts is nodig om een eventuele chronische infectie op te sporen. (98%).  Wanneer een patiënt met acute Q-koorts al bekend is met risicofactoren voor een chronische infectie (hartklep- of vaataandoening), dan moeten in het eerste jaar al meerdere controles van de antistoffen plaats vinden. 

Uit een promotieonderzoek van Jeroen van Leuken van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en het IRAS (Institute for Risk Assessment Science) van de Universiteit Utrecht blijkt dat met behulp van een meteorologisch rekenmodel tot op straatniveau in kaart kan worden gebracht welke mensen en bedrijven een risico lopen om besmet te raken met Q-koorts. Hierbij wordt gekeken naar de bron van de Q-koortsbesmetting (zoals een besmette boerderij) en hoe de bacterie zich verspreidt in de omgeving. Dit rekenmodel maakt het mogelijk om enkele dagen vooruit te voorspellen hoe de Q-koortsinfectie zich zal verspreiden, waardoor huisartsen en dierenartsen risicovolle gebieden nauwkeurig in de gaten kunnen houden en patiënten sneller kunnen onderkennen en behandelen.  

In Uruguay was er in 1956 een uitbraak onder het personeel van een vleesfabriek waarvan 814 van de 1358 klinisch verdachte patiënten besmet bleken. Een andere grote uitbraak vond plaats in Zwitserland in 1987. Deze uitbraak werd duidelijk drie weken nadat ongeveer 900 schapen naar de vallei waren afgedaald. De epidemie bereikte alle plaatsen die langs deze route lagen. In totaal ontwikkelde 21,1% van de populatie in deze dorpen Q-koorts gedurende deze periode. In Duitsland raakten 229 mensen geïnfecteerd door een besmet schaap dat net gelammerd had op een veemarkt.

Er zijn tussen 1 en de 32 meldingen per jaar met een gemiddelde van 17 patiënten per jaar. De enorme toename heeft geleid tot steeds verder gaande veterinaire maatregelen om het risico op besmetting van de bacterie C. burnetii van geiten naar mensen te voorkomen. Veterinaire vaccinatie was tot 2010 beperkt beschikbaar. In december 2009 werd gestart met het op grote schaal ruimen van drachtige geiten op met Q-koorts besmette bedrijven.

In 2007 was er in Nederland een massale uitbraak van Q-koorts onder geiten rond het dorp Herpen in Noord brabant, waarbij ruim vierduizend mensen ziek werden en 74 van hen overleden. In 2008 waren er 1000 meldingen en in 2009 waren er 2.368 meldingen. Van de 4190 bekende Q-koorts meldingen bij het RIVM in de jaren 2007-2013 is 30% buiten Brabant. Ruim tweeduizend anderen die werden besmet en hebben nog steeds klachten als hartklep ontstekingen, ernstige vaatafwijkingen en/of chronische vermoeidheid. In totaal raakten tussen de 50.000 en 100.000 mensen in Nederland besmet met Q-koorts. De getroffen geitenboeren werden door de overheid financieel gecompenseerd, maar voor de slachtoffers werd maar weinig geregeld. Zo’n driehonderd Q-koortspatiënten hebben daarom een rechtszaak aangespannen tegen de staat. De zaak dient 17 oktober. Volgens Luc Rohof, de advocaat van de slachtoffers, heeft de overheid na de uitbraak twee jaar lang de boot afgehouden in plaats van snel op te treden. Uit een rapport van eerder dit jaar blijkt dat de gevolgen van Q-koorts op de langere termijn veel schadelijker kunnen zijn dan gedacht.

De infectiebestrijding werd in 2011 aangepast maar het gevaar is nog niet geweken. De Brabantse oud GGD-arts Jos van de Sande leverde een grote bijdrage aan de bestrijding van de Q-koorts en richtte samen met de Provinciale Raad Volksgezondheid het kenniscentrum zoönosen op.
Nadat in 2007 en 2008 in vooral Oost-Brabant verschillende uitbraken werden vastgesteld en honderden mensen zich met vage griep- en vermoeidheidsklachten zich bij hun huisarts meldden is er begin maart 2009 plotseling ook een besmetting op een geitenhouderij in Ransdaal. Ron Grooten, notabene een LLTB sub-vakgroepvoorzitter die zelf geiten hield op zijn melkgeitenbedrijf annex zorgboerderij Nuje Caris aan de Karstraat in Ransdaal liet verstandelijk en lichamelijk gehandicapten via de stichting Radar doorwerken terwijl zijn boerderij met ruim duizend geiten op stal besmet was. Grooten verzweeg drie weken lang de uitbraak van Q-koorts. Ook de GGD werd door hem niet geinformeerd. Medewerkers moesten van hem de besmetting verzwijgen ondanks de gevaren die het opleverde voor henzelf en de bezoekers, waaronder een schoolklas van de Catharinaschool in Heerlen met gehandicapte leerlingen op 18 maart. De begeleiders werden ziek en 4 van de 24 leerlingen en een aantal begeleiders werden tijdens het bezoek besmet met de Q-koorts. 90 procent van de medewerkers van de zorgboerderij werd besmet en 40 procent van hen kreeg daadwerkelijk klachten. Toen op 24 maart de boerderij uiteindelijk toch officieel besmet werd verklaard en geruimd werd, liet zorginstelling Radar medewerkers doorwerken, waarna er opnieuw verschillende medewerkers en bezoekers ziek werden. Een zwangere medewerker die besmet raakte kreeg een miskraam en een scholier werd zo aangetast dat hij nieuwe hartkleppen kreeg, die vervolgens ook werden aangetast door de Q-koortsbacterie. 26 oktober 2013 moesten zijn ouders na steeds aanhoudende eplieptieaanvallen moeten besluiten tot euthanasie.

Na de geconstateerde besmetting melden honderden omwonenden en mensen die in het gebied hebben gefietst of gewandeld zich week na week met klachten bij hun huisarts en de GGD. De GGD hield op haar beurt ook de precieze locatie van de besmettingshaard nog eens bijna twee maanden geheim. Wanneer een journalist van de Limburger in mei 2009 aan Christian Hoebe van de GGD vraagt om welke boerderij het gaat, weigert deze dat te zeggen. Dat werd zo bepaald door het ministeries van Landbouw en Volksgezondheid die moest kiezen tussen economische belangen van de boeren of de gezondheid van burgers.
Na de ruiming eind 2009 verhuisde Ron Grooten naar Klimmen en begon aan de Putweg opnieuw een zorgboerderij met dagbesteding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *