Nederlands Energie Akkoord

NEA
NEA

Europa wil voor 2020 20% CO2-reductie, 20% energiebesparing en 20% duurzame energieopwekking realiseren. Hieruit vloeide het Nederlands Energie Akkoord (NEA) voort, dat onder toezicht staat van de Sociaal Economische Raad. (SER)  Het NEA is een samenwerking met het bedrijfsleven, de milieubeweging en de vakbonden. Doel van het NEA is om het energieverbruik in Nederland gemiddeld 1,5 procent per jaar omlaag te brengen door een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en een stijging naar 16 procent in 2023.  Het PBL concludeert dat het huidige klimaatbudget van ruim 3 miljard euro onvoldoende is en dat ten minste 7-10 miljard euro nodig is.

De plannen worden betaald van de Regulerende Energie Belasting (REB), een in 1996 in Nederland ingevoerde heffing op de energierekening, geregeld in de Wet belastingen op milieugrondslag. De tarieven voor deze energiebelasting stijgen enorm snel. Daarnaast werd op 1 januari 2013 ook de heffing ‘Opslag Duurzame Energie’ ingevoerd die de afgelopen drie keer zo duur is geworden.  De energiebelasting op gas steeg in 2016 met 32%. Gezamenlijk maken deze belastingen ondertussen al 55 % van de energierekening uit. Een gemiddeld gezin zal in 2018 minimaal zo’n 50 euro meer kwijt zijn aan de Opslag Duurzame Energie dan in 2017 en de energiebelastingen zullen stijgen met zo’n 20 euro. 

De laatste vijf jaar zijn 446 windmolens geplaatst, bij elkaar goed voor de energievoorziening van 873.000 huishoudens. Binnen zes jaar moeten vijf miljoen huishoudens hun elektriciteit krijgen van windturbines op het Nederlandse deel van de Noordzee. Volgens de Nationale Energieverkenning (ECN/PBL/CBS/RVO) is echter maximaal 11,9 procent haalbaar en is de beoogde energiebesparing van 100 Petajoule (PJ) in 2020 buiten bereik en is maximaal 55 PJ haalbaar. De groei van zonne-energie en windenergie in 2016 bedroeg ruim 20 procent en bereikte 37 PJ. Vooral door het plaatsen van 600 megawatt (MW) aan windmolens op zee kon het verbruik flink toenemen. De opgestelde capaciteit van zonnepanelen steeg met een recordhoeveelheid van 500 naar 2000 MW.Utrecht, Limburg, Groningen, Friesland, Noord-Brabant, Drenthe, Gelderland en Zuid-Holland gaan ondanks een extra actieplan de doelstellingen voor 2020 niet halen. Op Windpark Gemini staan 150 turbines, 85 kilometer uit de kust bij Groningen die stroom leveren aan 785.000 huishoudens. Het park heeft een oppervlakte van 68 vierkante kilometer. De bouw van het windpark, kostte 2,8 miljard euro. De energieproductie van het park zorgt voor een CO2-reductie van 1250 miljoen kilo. De officiële opening was op 8 mei 2017. De aandeelhouders zijn Northland Power, Siemens, Van Oord en HVC. 

Van de vijf doelen van het Energieakkoord ligt er slechts een op koers, namelijk een werkgelegenheidsgroei van ten minste 15.000 extra banen. Voor de andere 2020-doelen (14 procent hernieuwbare energie en 100 PJ extra energiebesparing) is in mei 2016 een extra pakket maatregelen afgesproken: Het Ministerie BZK heeft met VNG, Woonbond en Aedes afgesproken om te komen tot ambitieuze prestatieafspraken ten aanzien van verduurzaming in de sociale huursector. Eind vorig jaar is in de Nationale Energie Verkenning gekeken naar de voortgang van energiebesparing in de huursector. Gemiddeld label B voor alle woningen van de woningcorporaties wordt zeer waarschijnlijk niet gehaald. Veel corporaties zetten te weinig in op energiebesparende maatregelen. Een kleine meerderheid ligt op koers, maar een kwart van de corporaties haalt de doelstelling niet. Oost-Flevoland Woondiensten (OFW) heeft berekend dat zij inmiddels wel 34% energie hebben bespaard ten opzichte van 2008. De Nederlandse industrie stoot ondertussen ook nog net zoveel broeikasgassen uit als tien jaar geleden, zo blijkt uit cijfers van de EEA. En de bedrijven die meedoen aan het Europese emissiehandelssysteem (ETS) zijn afgelopen vijf jaar zelfs méér gaan uitstoten. Negentig hoogleraren schreven een open brief aan de formerende partijen met een voorstel om CO2-belasting in te voeren. In Zweden waar in 1991 al besloten werd tot een ‘koolstoftax’ heeft dit al geleid tot een daling van de uitstoot met een kwart.

De Tweede Kamer heeft zich met de motie-Ronnes uitgesproken voor een langjarige zekerheid voor de Energieloketten en de regionale aanpak. De wijziging van het Bouwbesluit 2012 die nodig is voor de label C-verplichting voor kantoren wordt in de eerste helft van 2017 in procedure gebracht. Er word gestart met het programma Uitrol Energie Prestatie Keuring (EPK) voor doorontwikkeling en uitrol van de EPK door Rijk, VNG/bevoegd gezag en marktpartijen.  Het aandeel hernieuwbare energie zou in 2023 op 16 procent moeten uitkomen, echter het aandeel is vorig jaar in Nederland nauwelijks gegroeid. Volgens Henk Kamp komt de ‘geringe toename’ voornamelijk doordat grote projecten voor hernieuwbare energie pas in 2018 impact zullen hebben. Ook was 2016 volgens het ministerie een ‘windluw jaar’. In 2016 was 5,9 procent van de verbruikte energie duurzaam, in 2015 lag dit percentage op 5,8 procent. Er werd vorig jaar in absolute cijfers wel meer duurzame energie verbruikt, maar de toename valt bijna weg tegen het grotere totale energieverbruik. Een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar wordt niet gehaald. Het totale finale energieverbruik in Nederland is vergeleken met 2015 gestegen met bijna 4 procent naar 2119 PJ. 

Per 1 januari 2018 wordt een wettelijke verplichting van kracht om de afgesproken energiebesparing van 9 PJ in de energie intensieve industrie te borgen. In de eerste helft van 2017 wordt het verzoek tot het algemeen verbindend verklaren van het energiebesparingssysteem Glastuinbouw van de brancheorganisatie Sierteelt door het ministerie EZ beoordeeld. Dit jaar wordt gestart met de Energietransitie Financieringsfaciliteit (ETFF) van het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) en BNG Bank. en de opstart van InvestNL begin 2018. In het voorjaar 2017 zal het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het werkdocument investering en financierbaarheid energietransitie uitbrengen als vervolg op de berekeningen in de Voortgangsrapportage 2016. SER en WRR organiseerden op 17 februari samen een high level bijeenkomst over de governance van het klimaat- en energiebeleid. Met het Energieakkoord (2013) en de Energieagenda van het kabinet (2016) (het Energierapport, de Energiedialoog en de Energieagenda 2016) moet de energietransitie in Nederland vorm en continuïteit krijgen. Een nieuw warmtenet moet Zuid-Holland gaan voorzien van CO2-arme energie. De provincie Zuid-Holland, Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie, Eneco en het Warmtebedrijf tekend 23 maart 2017 Warmtealliantie verklaring om te zorgen voor een infrastructuur die restwarmte gaat transporteren naar huishoudens, tuinders en bedrijven.

Eneco

Eneco neemt de drie windparken van het in zwaar weer verkerende Zeeuwse energiebedrijf Delta over. Het gaat om de windparken in Vlissingen, Rilland en Zoeterwoude, twee windparken die bouwrijp zijn in Vlissingen en een aantal wind- en zonprojecten in ontwikkeling. Samen zijn de projecten goed voor 40,1 megawatt. Door deze overname passeert Eneco de grens van 1000 MW. Delta ging onderuit door de lage stroomprijs en de wettelijk verplichte afsplitsing van het netwerkbedrijf. Eneco zou eerder de medewerking aan de uitvoering van het Nederlands Energie Akkoord juist staken en gaf aan om 400 miljoen aan duurzame investeringen te zullen schrappen vanwege de ook bij hen gedwongen splitsing van netwerkbedrijf en energieleverancier. Toezichthouder ACM gaf Delta tot 1 juli 2017 en Eneco tot 1 februari 2017 de tijd om alsnog het energienetwerk los te koppelen van de levering van stroom.

Eneco en Mitsubishi namen 21 september 2015 windpark Luchterduinen in de Noordzee in gebruik. Het windmolenpark dat 23 kilometer uit de kust werd gebouwd kan met 43 windmolens stroom leveren aan zo’n 150.000 huizen en kostte 450 miljoen euro. Het eerder in gebruik genomen windparkproject Prinses Amalia voor de Noordpier van Velsen heeft een capaciteit van 120 megawatt. Eneco startte in september samen met de Gemeente Ameland en de Amelander Energie Coöperatie met de bouw van het 7,4 miljoen euro kostende Zonnepark Ameland. Het park krijgt 23.000 zonnepanelen op het terrein van vliegveld Ballum, die met een piekvermogen van 6 megawatt stroom kunnen opwekken voor ruim 1500 huishoudens op het eiland.

De kustgemeenten wilden liever geen windmolens op enkele kilometers voor de kust en vrezen voor schade aan de toeristische sector. Bestuurders van de gemeenten mochten beelden zien van hoe uit uitzicht vanaf de kust gaat worden en schrokken zo dat de raadsleden de beelden niet mochten zien. De bouw van deze parken gaat toch door omdat anders de doelstellingen niet gehaald kunnen worden. Ondanks de bezwaren van gemeenten als Katwijk, Noordwijk en Zandvoort heeft het kabinet voor de kust van Zuid- en Noord-Holland twee gebieden officieel aangewezen waar windmolenparken kunnen komen. De locaties liggen tussen de 18,5 en 22 kilometer uit de kust.

In Delfzijl is begonnen met de bouw van het grootste zonnepark van Nederland. Havenbedrijf Groningen Seaports, projectontwikkelaar Sunport Energy en de Duitse financier en bouwer Wirsol namen samen het definitieve besluit om ongeveer 123.000 zonnepanelen te plaatsen. Het zonnepark zal straks de industrie in de regio Eemsdelta van duurzame stroom voorzien. De investering kost ruim 30 miljoen euro. De bouwvergunningen en subsidieregeling waren eerder al rond. Voor eind 2016 wordt het park aangesloten op het elektriciteitsnet.

Het Nederlands instituut van radioastronomie, Astron, dreigt met een schadeclaim van 100 miljoen euro tegen de plannen om 200 meter hoge windmolens te bouwen in de Oost Drenthse Veenkoloniën. De windmolens zouden het zicht van het Lofar-netwerk van Astron belemmeren omdat zeven van de geplande molens te dicht bij de kern van het netwerk komen te staan, waardoor onderzoeksresultaten waardeloos worden. Ook omwonenden, gemeenten en de provincie zijn tegen de plaatsing.

Doelstellingen

Het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen zal vermoedelijk uitkomen op 11,9% in 2020. Het aandeel duurzame elektriciteit is van 12,1 % in 2013 gedaald naar 11,4% in 2014. De huidige subsidieregeling SDE+ blijkt te laag en houdt geen rekening met praktijkfactoren, waarbij projecten regelmatig uitvallen of vertraging oplopen. Eenmaal draaiende projecten leveren gemiddeld 26% minder energie op dan op papier mogelijk lijkt. Tot 2023 is volgens de rekenkamer 12,8 miljard euro extra subsidie nodig voor windmolenparken op zee. Dit is 22% meer dan in het huidige beleid over de periode 2011-2023. Dit jaar is er acht miljard euro subsidie beschikbaar, wat wordt verhaald met een opslag op de energierekening. Dit jaar is er een subsidieregeling tot 70 miljoen euro voor zonneboilers, biomassaketels en warmtepompen en is de regeling voor het gezamenlijk opwekken van duurzame energie verruimd. In 2020 zal de gemiddelde energierekening naar verwachting met 150 euro gestegen zijn tot ongeveer 1.800 euro. De kosten voor het NEA worden door de consument betaald via energiebelastingen op de energierekening.

Via de energierekening moet al fors worden bijbetaald, omdat de kolentaks voor elektriciteitsproducenten is geschrapt. Gezinnen en bedrijven moeten hierdoor de komende dertig jaar tot 4 miljard meer betalen.

Minister Kamp liet 7 oktober 2014 in een kort debat in de Tweede Kamer nog weten dat hij vertrouwde op het behalen van beide doelstellingen, dus ook de 16 procent hernieuwbare energie in 2023. Kamp stelde dat dit over zes jaar 13 procent zal zijn. Dit in tegenstelling tot de berekende 10,6 procent van de Nationale Energieverkenning. Volgens de laatste cijfers zou echter slechts iets meer dan de helft van de afgesproken besparingen in 2020 worden gehaald.

Minister Kamp heeft erkent dat de Nationale Energieverkenning (NEV) fouten heeft gemaakt in de berekeningen van de energiekosten die in 2020 naar verwachting gebruikers zouden gaan betalen. In plaats van dat de totale energierekening voor een gemiddeld huishouden in 2020 ten opzichte van 2014 met 66 euro zou dalen bleek dit 46 euro te zijn.

In het Hoofdlijnendebat werd in een rapport van EIB en ECN nog uitgegaan van een kostenpost van 14 miljard euro maar dit lijkt in de praktijk niet te kloppen, want alleen de kosten van windmolens op zee zouden al 18 miljard euro zijn. Om die reden heeft het kabinet het Energieakkoord aangepast en 9 vergunningen ingetrokken. De parken worden nu gecentraliseerd voor de Zeeuwse kust om de prijs en exploitatie te met 3 miljard te kunnen verminderen. In drie gebieden komen 5 windparken. Dit jaar is bij Borssele begonnen met het eerste park, dat 22 kilometer uit de kust in zee komt te liggen. Grootste kanshebber was het consortium van Eneco, Shell en Van Oord en Vattenfall, maar de onderneming die het beste en goedkoopste het windpark kon bouwen, bleek het Deense energiebedrijf Dong Energy. Het bedrijf won dinsdag 5 juli 2016 de aanbesteding van windpark Borssele waarvoor zich 38 bedrijven hadden ingeschreven. De Denen schreven zich met 21 verschillende BV’s in en ontvangen gemiddeld 7,27 cent subsidie per kilowattuur stroom.  Het windpark wordt naar verwachting voor 2,7 miljard euro minder subsidie gebouwd dan waarmee eerder rekening is gehouden.

Het wetsvoorstel windenergie op zee regelt het nieuwe systeem voor de uitgifte van vergunningen. Het uitgangspunt is dat windparken alleen gebouwd mogen worden op locaties die zijn aangewezen in een kavelbesluit. Na een kavelbesluit volgt vergunningverlening, waarbij alleen de vergunninghouder het recht heeft om op de locatie van de kavel een windpark te bouwen en te exploiteren. De vergunning werd tegelijk verleend met de beslissing op de subsidie. Voor de periode 2019-2038 zou de verwachte subsidiekosten ruim 12 miljard euro zijn maar 4 miljard hiervan wordt ingezet om Tennet netbeheerder te laten zijn. De Nederlandse Staat (ministerie van Financiën) is 100% eigenaar van de aandelen van TenneT Holding B.V. Om de investeringen in de komende jaren te financieren heeft TenneT de beschikking over bijna 13 miljard euro. (8 miljard van het European Medium Term Note programma, 2.2 miljard van het Revolving Credit Facility, 375 miljoen euro uit de Rekening Courant Faciliteiten, 2,2 miljard van het Commercial Paper programma). later in maart 2017 werd nog eens 1 miljard euro opgehaald met groene hybride obligaties met een rendement van krap 3 procent en een looptijd van 7 jaar. In de komende tien jaar steekt TenneT dus in totaal 9 miljard euro in offshore-windenergieprojecten in Nederland en Duitsland. In de periode tot 2019 verwacht TenneT 7000 megawatt aan aansluitcapaciteit te realiseren in het Duitse gedeelte van de Noordzee en voor de kust van Nederland in 2023 circa 3500 megawatt. TenneT wil een kunstmatig eiland op de Doggersbank de spil laten worden in een netwerk dat de omringende landen verbindt met een groot aantal windmolenparken op volle zee. Het eiland moet dan niet alleen de stroom van de aangesloten windparken verdelen, maar ook een knooppunt worden tussen de stroommarkten van Nederland, Groot-Brittannië, Noorwegen, Duitsland en Denemarken. Topman Mel Kroon van TenneT spreekt van een realistisch plan, dat de Europese doelstellingen op het gebied van terugdringing van de CO2-uitstoot “haalbaar en betaalbaar” maakt, maar niet zonder een nauwe samenwerking tussen overheden, toezichthouders, energiebedrijven, netbeheerders en milieuorganisaties.

Op 15 april 2016 is in de Ministerraad het ontwikkelkader vastgesteld dat toeziet op de doelstelling voor windenergie op zee tot 2023 uit het Energieakkoord, namelijk de realisatie van een additioneel vermogen van 3.450 MW windenergie op zee bij een kostenreductie van 40%. De stakeholders TenneT en de windenergiesector zijn nauw betrokken geweest bij het opstellen van het ontwikkelkader.

De totale kosten voor een 300 MW wind op zee park bedragen ongeveer 1,3 miljard euro. Schattingen van het benodigde kapitaal voor realisatie van infrastructuur (transport/logistiek, energie, water, telecommunicatie, etc.) in Europa variëren van circa 250 tot 500 miljard euro per jaar.

De financiering voor de bouw van het Gemini windmolenpark dat 85 kilometer boven de kust van Groningen te liggen is wel rond. Het 2,8 miljard euro kostende project is inmiddels begonnen en de 150 molens kunnen vanaf 2017 elektriciteit leveren voor circa 785.00 huishoudens. Het windmolenpark is eigendom van het Canadese Northland Power, het Duitse Siemens, de Nederlandse baggeraar Van Oord en nutsbedrijf HVC, ABN Amro en de Europese Investeringsbank.

NUON en Shell beheren het eerste offshore windpark van Nederland voor de kust bij Egmond. Op Europees niveau is tussen de 60 en 105 miljard euro nodig om de geïnstalleerde capaciteit van wind op zee in de periode tot 2020 te verhogen en dat is buiten de extra kosten voor herfinanciering van bestaande parken. Bancaire projectfinanciering en financiering door de EIB zijn noodzakelijk. 65 miljard euro aan projectfinanciering voor infrastructuur en rond de 30 miljard euro per jaar ten behoeve van infrastructuur, verhoging energie efficiëntie en beperking van klimaatverandering.

APG

Pensioenbeheerder APG, die beleggingen beheert van vijf grote pensioenfondsen wilde, in tegenstelling tot eerdere toezeggingen, als aandeelhouder van het NLII niet investeren in windparken, maar heeft zich bedacht en steekt nu, afhankelijk van technisch onderzoek, enkele honderden miljoenen in windpark Borssele. Op dit moment heeft APG al ruim 500 miljoen euro belegd in groene energie waaronder honderd windparken. APG vond de techniek van offshore windturbines eerder nog te jong en de bijdrage van de subsidiërende overheid te onzeker. Hiermee kwam de financiering van het NEA op losse schroeven te staan.

Om toch de doelstellingen te halen heeft minister Kamp, voor tien kleine projecten met maximaal 500 aansluitingen en tien grotere energieprojecten, de wetgeving versoepelt en de subsidie voor vijftien jaar gegarandeerd. Hierdoor werden in 2015 in totaal 1,8 miljoen zonnepanelen gerealiseerd met een totaal vermogen van circa 1.485 megawatt. In Nijmegen en Zwolle verrijzen twee grote zonneparken met in totaal 7500 zonnepanelen en een vermogen van elk ongeveer 1 megawatt.

De belangrijkste energiebron voor duurzame elektriciteit in 2014 kwam van windenergie. Deze productie is toegenomen door de uitbreiding van de capaciteit van windmolens en is gestegen tot ongeveer 2.850 megawatt. Windmolens draaien een groot gedeelte van de tijd niet. Bijvoorbeeld omdat het niet hard genoeg waait of juist te hard. Volgens Tennet zijn kolencentrales de enige stroomfabrieken die winstgevend in staat zijn stroom te maken als de duurzame alternatieven het laten afweten op het moment dat de zon niet schijnt of het niet hard genoeg waait. Dit komt omdat de prijs voor kolen door overaanbod op de markt inmiddels bijna is gezakt tot het laagste niveau sinds 2007.

Avri krijgt 14,4 miljoen euro SDE+ subsidie voor de aanleg van een solarpark van 10,5 hectare op de afvalberg in Geldermalsen langs de A15. Met het aanbrengen van 37.000 zonnepanelen met een vermogen van 9,3 MWp wordt aan ruim 2.800 huishoudens straks energie geleverd. Het park zal naar verwachting in 2017 worden opgeleverd. De reductie op de CO2-uitstoot bedraagt 4.500 ton per jaar. De zonnepanelen komen op de zijkant en bovenop de voormalige afvalberg langs de A15 te liggen.

Energiebedrijven en milieuorganisaties zijn het eens geworden over het bijstoken van biomassa in kolencentrales, waarmee een belangrijk onderdeel van het Energieakkoord is ingevuld en het aandeel groene energie in Nederland zou hiermee stijgen van 4,5 naar 5,7 procent. Er zal uitsluitend nog gebruik worden gemaakt van houtresten en houtafval van FSC bossen waarvan de productie op peil blijft. Bomen ogen ook niet langer speciaal worden gekapt voor het opwekken van stroom.

Nederland moet op straffe van een boete van de EU op zeer korte termijn voldoen aan de Europese regels over energie-efficiëntie van gebouwen. In wetgeving moeten de Europese regels zoals minimumeisen voor de energieprestatie van nieuwe en bestaande gebouwen worden ingevoerd en toegepast. Ook moet er certificering komen ten aanzien van de energieprestatie van gebouwen en voorschriften voor regelmatige keuring van verwarmings- en airconditioningsystemen. De Europese Commissie heeft ook bepaald dat eind 2020 80% van de huishoudens in de EU een slimme meter moet hebben.

PGGM investeert ondertussen samen met investeerder Macquarie Capital 50 procent (625 miljoen euro) in het nieuwe Duitse offshore windpark Baltic 2. PGGM had al voor zo’n 900 miljoen euro geïnvesteerd in groene energie en investeerde ook al in een windpark in de Ierse Zee en een aantal parken op land. Baltic 2 wordt aangelegd door energiebedrijf EnBW die de andere (ruim) 50 procent van de aandelen houdt. PGGM beheert voor verscheidene pensioenfondsen, waaronder Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), een vermogen van bijna 200 miljard euro.

Het bedrijf Tocardo heeft bij de stormvloedkering in Zeeland een getijdencentrale met vijf turbines in gebruik genomen die 1000 huishoudens van stroom kan voorzien. Die turbines zetten de stroming van eb en vloed om in stroom. Wanneer de centrale optimaal draait kunnen twee keer zoveel huishoudens getijdenstroom krijgen. Tocardo heeft ook een testcentrale in de Afsluitdijk geplaatst die stroom aan 300 huishoudens levert.

Dit jaar wordt het Energieakkoord geëvalueerd en zal besloten worden of extra maatregelen nodig zijn om de beoogde doelen van 14% hernieuwbare energie in 2020 en 16% in 2023 te halen. Directeuren van twaalf Nederlandse banken, vertegenwoordig door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) hebben een gezamenlijk statement ingediend waarin ze klimaatverandering een van de belangrijkste vraagstukken van deze tijd noemt.

 Terug naar nieuwsblogoverzicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *